De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

7 minuten leestijd

De Troonrede.
H.M. de Koningin heeft Dinsdagmiddag de zitting van de Staten-Generaal geopend met het uitspreken van de volgende rede :
Te midden van U, leden der Staten-Generaal, is het Mij een behoefte God te danken voor den zegen ons volk beschoren. Moge Hij ons de kracht schenken om niet zonder hoop de veelszins duistere toekomst tegemoet te gaan.
Zwaar is de druk der tijden. Handel, nijverheid, landbouw en scheepvaart, kwijnen tengevolge van omstandigheden, die veerkracht noch vlijt vermogen te dwingen. Werkloosheid heerscht in ernstige mate.
Tengevolge van een en ander blijft de financiëele en economische toestand des lands zorgwekkend. De uitgaven gaan ver boven het bedrag der inkomsten uit. Zij hebben een peil bereikt, dat ligt boven de draagkracht van het volk, terwijl het doorwerken van-verschillende der geldende regelingen verdere stijging zal veroorzaken. Een blijvend herstel van het economisch leven wordt ook door sommige al te drukkende heffingen belemmerd.
Onder deze omstandigheden zullen ingrijpende maatregelen getroffen moeten worden om binnen korten tijd het bedrag der uitgaven met dat der inkomsten overeen te brengen en zal met betrekking tot de uitoefening van de staats zorg naar beperking zijn te streven.
Onze betrekkingen met de andere mogendheden zijn van vriendschappehjken aard en geven aanleiding tot voldoening. Intusschen blijft de internationale toestand onzeker en schrijdt de staatkundige en economische ontreddering, die de wereldoorlog heeft achtergelaten, voort. Het belang der geheele menschheid vordert, dat daarin verandering kome en rechtvaardigt den wensch. dat voor de hangende vraagstukken eerlang oplossingen worden gevonden, die den weg openen tot het herstel, waaraan, zoowel geestelijk als stoffelijk, dringend behoefte bestaat.
Aan de herziening van de wetboeken zal verdere voortgang worden gegeven. Een wetsontwerp tot regeling van de invoering van het nieuwe wetboek van strafvordering zal U dezer dagen bereiken.
Tot het brengen van wijzigingen in het belastingstelsel zullen U verschillende wetsontwerpen worden aangeboden.
Een voorstel zal worden ingediend tot opheffing van privaatrechtelijke belemmeringen, die aan de totstandkoming en de instandhouding van werken in het openbaar belang bevoleh of ondernomen, in den weg worden gelegd.
Wetsvoorstellen, strekkende tot het brengen van meer eenheid en vereenvoudiging in de sociale verzekeringswetgeving worden voorbereid, mede om te komen tot vermindering van de aan hare uitvoering verbonden lasten.
Een wetsontwerp, strekkende om bestuur en wetgeving van Nederlandsch-Indië te regelen in den geest van de herziene bepalingen der Grondwet, zal eerstdaags bereiken.
Ook zal spoedig UAVC medewerking worden gevraagd voor een wet, krachtens welke de verdere exploitatie der tinertsen van Billiton zal geschieden in gemeenschappelijk bedrijf met de Billiton-maatschappij met overwegende zeggenschap van de regeering.
De bevordering van de geestelijke en stoffelijke belangen der bevolking, ook van die der overzeesche gebiedsdeelen, blijft, voor zoover de benarde geldelijke omstandigheden dit toelaten, een onderwerp van aanhoudende regeeringszorg uitmaken.
Moge Gods zegen op Uwen arbeid rusten.
Ik verklaar de gewone zitting der Staten-Generaal geopend.

Laat de Troonrede ons ten opzichte van de plannen der regeering, die eerst dan zullen zijn te overzien, wanneer ze in concrete wetsontwerpen zijn uitgewerkt, vrijwel in het onzekere; één ding staat vast, dat het woord, door den Koninklijken mond gesproken, zoowel het heden als de toekomst duister inziet.
Het is uit dien hoofde, dat ons volk het op hoogen prijs zal stellen, dat de Troonrede — wat nog nimmer in den aanhef van zulk een staatsstuk voorkwam — aanvangt met de belijdenis van God Almachtig ; openlijke betuiging van dank aan God voor den zegen ons volk beschoren in meer dan één opzicht.
Dat de financiëele en economische toestand des lands tengevolge van den druk der tijden zorgwekkend blijft, was voor een ieder, die op de hoogte is met wat er in het maatschappelijk leven omgaat, niet onbekend.
En evenmin was het voor hen, die weten, dat de inkomsten van het Rijk op onrustbarende wijze dalen, een geheim, dat de inkomsten van den Staat al lang niet meer de uitgaven dekken.
Met spanning mag dan ook naar de middelen worden uitgezien, die de Minister van Financiën aan de hand zal doen om de steeds breeder wordende klove tusschen ontvangsten en uitgaven in de landsfinanciën te overbruggen.
Het lijkt ons wel wat te sober gesteld als in de Troonrede niet anders gezegd wordt dan, dat ingrijpende maatregelen moeten getroffen worden om het bedrag der uitgaven met dat der inkomsten overeen te brengen.
Wij hadden zoo gaarne gezien, dat vooral op dit punt duidelijker ware gesproken geworden.
Thans verneemt men niet anders dan dat tot het brengen van wijzigingen in het belastingstelsel verschillende wetsontwerpen zullen worden aangeboden.
Bijzonder sympathiek waren de woorden van de Koningin, dat de bevordering van de geestelijke en stoffelijke belangen der bevolking, ook van die der overzeesche gebiedsdeelen, een onderwerp van aanhoudende regeeringszorg zal blijven uitmaken.
Wij eindigen deze korte opmerkingen met de bede van onze Landsvrouwe ook tot de onze te maken, dat Gods zegen op den arbeid van regeering en Staten-Generaal moge rusten.

Onvoegzame kleeding.
De bisschop van Den Bosch heeft aan de geestelijkheid van zijn bisdom strenge voorschriften verstrekt ten aanzien van het verschijnen der vrouwen in onvoegzame kleeding in de kerk.
Zoo zal den vrouwen, die te weinig gekleed zijn. geweigerd worden de H.H. Sacramenten te gebruiken. Zij zullen evenmin tot biechtstoel of communiebank worden toegelaten en zoo in den bruidsstoet bij het sluiten van een huwelijk dergelijke vrouwen aanwezig zijn, zullen zij uit de kerk verwijderd worden.
Ook met betrekking tot het bezoeken van Katholieke vergaderingen zijn gelijkluidende bepalingen vastgesteld.
De bisschop verlangt, dat de Katholieke vrouw door de geestelijkheid zal worden voorgehouden, dat zij steeds in een eerbaar en gepast gewaad verschijnt en niet anders dan met gedekt hoofd in de kerk kome.
Het is noodig, dat dit voorbeeld door den bisschop van Den Bosch gegeven, ook bij ons Protestanten, navolging vinde.
Er kan niet genoeg gewaarschuwd worden tegen de schaamtelooze wijze, waarop de vrouw, ook zij, die gewend zijn ter kerke te gaan, zich in onzen tijd kleeden.
Gods Woord stelt den eisch dat de vrouwen in een eerbaar gewaad, met schaamte én matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars of goud, of paarlen, of kostelijke kleeding.
Wat wordt tegen dit Goddelijk bevel niet gezondigd, als men ziet, hoevele moeders hunne kinderen kleeden en zelf rneenen voor den dag te moeten komen.
Ligt hier geen roeping voor predikanten, kerkeraden en andere voorgangers in de gemeente, om met ernst te waarchuwen tegen de onzedelijke kleeding der vrouw in onze dagen ?

Gratie.
Bij Koninklijk besluit van 29 Augusius j.l. is aan een aantal personen gratie verleend, zulks ter gelegenheid van hét zilveren regeeringsjubileum van.. H.: M. de Koningin.
De Antirevolutionaire Rotterdammer kan deze daad niet bewonderen. Het blad motiveert deze uitspraak als volgt:
Een dergelijke gratieverleening gaat uit van een opvatting van het recht van gratie, welke de onze niet is.
Ten opzichte van dit recht komt ons de opvatting nog altijd juist voor, die we gaarne weergeven in de woorden van jhr. mr. P. A. J. van den Brandeler : „Het moet geene weldaad zijn, die men bewijst, maar gratie moet geschieden in het algemeen belang der maatschappij, wanneer de tenuitvoerlegging van het vonnis haar meer schade zoude berokkenen dan de opheffing der straf. Slechts onder die voorwaarde is dit recht in onze maatschappij te verdedigen."
Onze vroegere hoofdredacteur, mr. A. de Jong, formuleerde de motieven, die tot gratie kunnen leiden, in zijn proefschrift („Geschiedenis en begrip van gratie") aldus : „uit oorzake van het onvolkomen, gebrekkige karakter van het positieve recht, of uit oorzake van het belang van staat of maatschappij."
Calvijn schrijft : "Niets is minder gepast, dan aan feesten luister bij te zetten door straffeloosheid van vergrijpen. Want God heeft den Overheden het zwaard gegeven om de misdaden met gestrengheid te straffen, die zonder schade aan het algemeen welzijn niet kunnen worden verdragen."
Het blad stelde er prijs op thans het ook vroeger vernomen protest te herhalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's