De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Voor de rijpere jeugd.
Over het algemeen, mijne lezers, kan de wereld het verwijt niet treffen, dat zij niets gevoelt, niets over heeft, niets doet voor het kleine en zwakke, dat in verbijsterende mate zich laat aanwijzen op deze groote wereld. Immers we ontmoeten hier telkenmale eene teederheid welke ontroert. Zelfs ziet ge deze teederheid zich uitstrekken tot buiten de grenzen van het menschelijke leven. We roepen tot bevestiging van dit zeggen slechts voor uwen geest de opschriften, welke ge op tal van plaatsen kunt vinden : behandelt de dieren met zachtheid.
Wat er gedaan wordt op het schier onoverzichtelijke terrein der barmhartigheid, wordt u nog maar voor een deel duidelijk, als ge wordt ingeleid in onze grootsche, keurige gebouwen, waarin de lijdende menschheid wordt verpleegd De meest kundige professoren, bijgestaan door de bloem van onze jongelingschap, met een heirleger van zusters, welke de schoone taak der dienende liefde voor zich hebben opgevraagd, stellen hun rijke leven vaak geheel ten dienste van de zwakken en lijdenden. Ontroerend zijn vaak de voorbeelden der opofferende liefde, welke ge hier aanschouwt.
En des te meer springt dit in het oog, ja des te onbegrijpelijker wordt 't voor den naspeurenden geest, wanneer ge naast deze koesterende en streelende en heelende hand eens gadeslaat wat anders diezelfde wereld in bitterheid van vernielen, in het schier duivelsche om te verderven, te aanschouwen geeft.
Wat is er deze wereld aan gelegen een mensch meer of een mensch minder ? In de worsteling, welke helaas nog niet tot een einde kon komen, zijn millioenen levens weggesmeten en weggeslingerd. Het is alsof men er een behagen in schept zooveel mogelijk alle wetten van teederheid te schenden.
In zulk een wereld valt u het zoeken naar en het koesteren van het zwakke en ellendige te meer op. Doch nu is naast het lichtende, ook een donkere zijde te wijzen. En wanneer dit door u in het oog wordt gevat, komt het u voor, dat voor lof een ander woord zal moeten worden gekozen. Het schijnt u veeleer hardheid en gebrek aan waarachtige teederheid als ge in dit alles op merkt een stelselmatig voorbijgaan en niet willen omzien naar datgene, dat 't innerlijke van zijn wezen raakt. Wat de wereld doet, hangt zoo uitsluitend samen met het uiterlijke, vergankelijke, voorbijgaande korte leven.
Het hangt alles — en nu zullen wij het niet onderschatten — samen met ons lichamelijk welzijn. En ziet, dat is te kort gemeten. Dat is de misgreep. Wij zijn menschen, voor de eeuwigheid geschapen.
Wat wordt nu mèt het oog hierop gedaan? In de tweede stad des rijks werden dezer dagen expresse samenkomsten belegd om het licht te laten vallen op 't terrein van de rijpere jeugd. Ge weet, dat in deze betiteling wordt weergegeven, dat gedeelte van 't menschelijk leven, dat ligt tusschen 13 tot 18 jaar ; de jeugd, welke bezig is zich te ontwikkelen, te rijpen voor 't leven.
In het algemeen wordt wel eens gesproken over 't onberekenbare van den menschelijken geest, maar het terrein, dat met lijnen van ondoorzichtelijkheid is omwoeld, is zeker dit, dat in deze korte spanne van jaren wordt tezamen gehouden. Geen moeilijker stuk van het menschelijk leven dan dat waarin hij bezig is te rijpen. Gaat het u niet telkens zoo, ouderen onder onze lezers, dat ge, terugziende naar uw eigen jeugd u de bekentenis ziet afgedwongen : daar is een onzichtbare leidende hand voor noodig geweest, welke mij heeft doorgeholpen. Geen moeilijker stuk dan dat van het jongelingsleven en dat waar in dat leven moest worden ingetreden met uitgegroeide kinderschoenen.
Zoo ergens, dan grijpen hier de gevaren.
Inzonderheid, nu.
Inzonderheid in de dagen welke thans worden doorleefd. We staan op den drempel van een nieuwe wereld. Daar trekken scheuren in het leven der volkeren. Daar trekken scheuren in het leven van de volken zélf. En daartusschen moeten nu onze kinderen door.
Voor onze kleinen gaat dit, al zullen de wachten ook hier weer nauw moeten uitgezet, nog betrekkelijk gemakkelijk ; maar voor de rijpere jeugd vooral uit onze kringen moeten zoo goed als geheel nog nieuwe wegen worden gezocht en gebaand..
Daar zijn er, die in dezen ons reeds ver vooruit zijn. Wat heeft Rome hier al wederom een voorsprong gemaakt. Hoe is heel de arbeidersbeweging en de jeugd in het bizonder, hier in verband gezet. En zou die van de mannen der Revolutie hiervoor wel in eenig opzicht moeten onderdoen. Als die gansche beweging eens uittrad, zouden misschien de sluimerende geesten in onze wereld wel eens wakker kunnen schrikken.
We willen eens een vraag doen.
Wanneer onze kinderen de schoolbanken verlaten om eene positie zich te verwerven in de maatschappij, wanneer zij komen op de kantoorkruk of in den handel, of dat zij hun intrede doen in de werkplaats of op de fabriek, of dat zij overgaan in de studeerende wereld, mogen wij hen dan prijsgeven aan de verderfelijke geesten van onzen tijd?
En nu zal ik mij tot de ouders niet richten ; ik wil me beperken tot de jeugd zelve. Ik meen dat dit kan, Want door uitsluitend naar de ouders te verwijzen, wordt de greep te eng gevat. Ge moet namelijk dezen trek van het menschenhart niet uit 't oog verliezen : dat eigen verantwoordelijkheid niet kan en mag worden voorbijgegaan ; deze mag niet onaangeroerd blijven. Een mensch voelt zich be|eedigd en aan zijn gehandeld wordt over hem en zijn positie, niet zelf wordt aangesproken. Inzonderheid valt u dit op bij de ontwakende jeugd. Niets wil hij of zij liever, dan als vol te worden aangezien. Daar is een tijd, dat de knaap het zoo kwaad niet vindt dat alles vóór hem gedaan wordt en de jongedochter raadpleegt letterlijk in alles haar moeder, maar die tijd wordt afgesloten als het knopje begint te ontluiken, als de eerste windselen zich losmaken, als de komende levenslente zich afteekent in het stemgeluid van den jongeling of in den zwellenden boezem van de jongedochter, dan beluistert ge deze tonen : ik denk er niet meer over om iedereen te raadplegen, ik weet het zelf minstens even goed. Vader of moeder moeten niet denken dat we altijd kleine kinderen blijven Daar is schier een ontembare lust om zelfstandig, geheel vrij, het leven door te gaan. Telkens gevoelt de wassende knaap of de ontluikende jongedochter zich verongelijkt. Moeilijke oogenblikken doen zich telkens voor en menige vader en menige moeder laat de verzuchting ontglippen : ik ken mijn eigen kind niet meer ; zoo zacht als het kind was te voren, zoo hard lijkt het nu.
Dat is de ontwakende mensch-jongeling. Dat is de ontwakende zondige mensch, die de eerste passen leert zetten op het pad van het zelfverantwoordelijke leven. En nu dient dit in 't oog gevat : de banden, de natuurlijke banden, de goddelijke banden, als ik ze zoo noemen mag, omdat Gods hand ze eens aanlegde, namelijk die van vleesch en bloed, moeten niet worden verscheurd.
Moeten de ouders bedenken : het blijven mijn kinderen, maar die thans bezig zijn de zelfverantwoordehjkheid voor zich op te vorderen — en vandaar moet door u hun het pad des gebeds gewezen — voor der jongelingen oog en voor der jongedochteren blik blijve dit vaststaan : deze zijn van al de menschenkinderen, die het meest voor mij gevoelen en aan wie ik het meest eer verschuldigd ben.
Vandaar wordt het den jongeren toe­ geroepen : de gebedsmantel glijde van uw jeugdigen schouder nimmer. Houdt u in acht : daar is een bevel met eene belofte : eert uwen vader en uwe moeder, opdat het u welga. Hoe luide wordt anders in onze dagen de prediking uitgedragen : overal vrijheid. Onze kinderen moeten meer vrijheid ontvangen om zich uit te leven. Vooral niet de lijnen te strak spannen.
Ziet, dit past zich zoo geheel aan aan het natuurlijk beginsel van het kinderhart. Dat wil de knaap, de jongeling, de jongedochter. Niets liever dan vrij zijn.
Ziet, dat is het verleidelijke van de theorie van onze dagen, inzonderheid van de revolutiemannen : wij laten iedereen vrij. Alle uiterlijke banden moeten worden losgelaten. Ge moet onder het gezag uit. Vooreerst het gezag van Gods Woord. Daarna, dat van Godswege is opgelegd. Geen heer en meester meer.
Het kan u niet verwonderen, dat in dit verband ook het ouderlijk gezag moet wijken. Wat vader en moeder u hebben geleerd, is lang niet altijd het beste.
Zoo wordt gepredikt.
Ge moet niet op gezag de dingen oordeelen.
Dit streelende voor den hoogmoed en dit prikkelende in heel deze levensbeschouwing grijpt in het jeugdig gemoed zóó geweldig in, dat al het teedere daar door — als God het niet verhoedt — zal bezwijken.
Jongelingen en jongedochters, gij zult moeten leeren inzien dat hierin duivelsche machten woelen. Ge zult moeten weten, dat hierin gevaren schuilen voor uw tijdelijk en eeuwig welzijn.
Hoe zult ge dat nu kunnen ?
Mogen we u den weg wijzen ? Dan zult ge moeten wandelen aan de hand van 's Heeren Woord. Laat u voegen in die lijnen. Wordt lid van die vereenigingen, waar de banier van Koning Jezus wordt omhoog geheven.
En weest vooral hiervoor gewaarschuwd, dat de meening bij u wortel schiete, dat uw ouders voor u niet het allerbeste zouden zoeken.
Sluit u aan bij die groepen, waar ontzag is voor het Woord des Heeren. De verleiding is grooter dan ooit, en zal, naarmate de vreeze des Heeren is wijkende, steeds grooter worden voor weg zinken in het moeras dezer zondige wereld.
Hoedt u, dat ge u niet laat verstrikken door de schoone leuzen dezer dagen. Wanneer ge, hetzij in de werkplaats of op het kantoor, dagelijks u in de ooren hoort blazen : het gaat ons om betere levensverhoudingen en anders niet, dat ge dan blijft bedenken : daar komt een oogenblik van ontmoeten van den hoogsten Gezaggever ; daar komt eenmaal een moment, dat Gode rekenschap zal worden afgelegd van alles.
En waarop uw aandacht nog in het bizonder zal moeten worden gevestigd: Weest wakende, niet enkel voor wat ge hoort en met wie ge verkeert, maar ook waarmede ge uw geest voedt. De lectuur in onze dagen is zoo giftig. Allerwegen wordt de klaagtoon gehoord, dat de wereld harder wegzinkt dan ooit kon worden gedacht.
Vanwaar de schuld ? zou ik vragen.
Vooreerst : de onderwijzers moeten toezien dat vanaf de schoolbanken reeds de lijnen worden getrokken. Zij zijn er niet af wanneer ze aan de jeugd de eerste klanken van het natuurlijke leven hebben geleerd, maar daarin moeten ook worden gelegd de eerste lijnen van het geestelijk leven. Zij moeten de vertrouwensmannen worden en blijven van de kinderen, die zooveel jaren aan hun leidende zorg werden toevertrouwd De ouders kunnen het vaak niet. De predikers krijgen de kinderen meestentijds veel te laat en zeker te weinig onder hun aanraking. Als ik u de avondscholen maar even noem, die de jeugd vaak in beslag nemen, schier elken avond van de week tot hun 18de jaar toe, zoo zult ge me dadelijk toegeven, dat hierin veel te weinig tegenwicht kan worden gelegd.
We zeiden het straks : we leven op den drempel van een nieuwe wereld. Daar wordt gekampt, gestreden met al de machten, om het kind, om den jongeling, om de wereld in haar geheel. De aan God vijandige machten strijden met een inspanning, die het allerergste doet vreezen.
Welk is het standpunt, dat door ons in dezen strijd wordt ingenomen ?
Doch nu de vraag : waarvoor ?
Zij rijpen, maar in wiens hand zal nu de sikkel rusten ? Van den Geweldhebber dezer eeuw ? Van den grooten Menschenmoorder van den beginne ? Of zal het zijn van den liefdevollen, genadigen en barmhartigen Behouder van zondaren ?
Dat gij bedenkt, jongeren, dat op de vraag : waarmede zal de jongeling zijn pad, door ijdelheên omsingeld, rein bewaren ? slechts één antwoord kan worden gegeven, namelijk als hij het houdt naar 't heilig Blad.
Daarin make de Heere uw voet vast. Dat uw levenslied zij:
In de worsteling der tijden Blijve ons oog op U gericht; Wat moog wankelen of wijken Zij Uw Woord ons eeuwig licht. Trouwe Heiland sla ons gade, Zij en blijve Uw genade Ons deel tot in der eeuwigheid.

Utr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's