Verschoppelingen
Feuilleton.
EEN OORSPRONKELIJK VERHAAL DAT AANVANGT ONGEVEER 1870
De kuiper, 'n klein manneke, liep met korte, stevige stapjes en keek stroef naar den grond. Als die akelige Teun Dolle maar niet in hun gezelschap was, zou hij met Paul plannen kunnen bespreken voor de verzorging van diens vader, en in elk geval hem eenige allernoodigste raadgevingen meededen. Wat voor een kerel die Amerikaan nu toch eigenlijk was ! Kleeren — dat was 't ergste niet, die zou hij wel voor hem krijgen. Misschien bracht hij dien sinjeur in zijn witte jas en zonder schoenen wel mee naar zijn huis, en zou hij hem dezen nacht herberg verkenen. Maar wie weet, wat vuil hij meebracht : hij zou apart in de schuur moeten slapen. En gelukkig zouden ze eerst om middernacht in Winnewoud terug zijn : niemand zou hem dan zien, en men zou er in 't dorp niet over praten, met wat voor landloopers de kuiper zich ophield. De man moest toch geholpen worden ! God had hem anders wel zijn loon thuisbezorgd ; boontje was terdege om zijn loontje gekomen : vrouw en kind verlaten ; door vrouw en kinderen in 't ongeluk achtergelaten ! Wat kerels toch ook. En als die vent nu nog maar wezenlijk berouw had over zijn doortrapt slechte handelwijze. Bah ! wat kerels toch ! Zoo'n engel van een jongen ! Maar — als de man het hart op de rechte plaats had — de appel was ook hier misschien niet ver van den boom gevallen — als de man werkelijk spijt over zijn gedrag en nog oprechte liefde jegens zijn eenig kind toonde, dan ja, dan zou hij er zich nog graag eens flink vóórspannen, om den ongelukkigen kerel goed te helpen.
Teun Dolle, zwaar, stijf en log, nog al groot van postuur hotste en bonkte over den weg als een oude drachtige koe. Gelukkig dat hét bijna den geheelen dag had geregend, anders had het drietal immer in een dichte stofwolk geloopen.
De man zag de kans, dat de eenarmige Amerikaan niet ten laste der armvoogdij zou komen, immer grooter. In zijn domheid had hij reeds bij de eerste ontmoeting gevreesd, dat de ongelukkige zwerveling geheel zou moeten onderhouden worden, en toen had hij gedacht aan Paul. Misschien zou die in zijns vaders onderhoud kunnen voorzien. Hij had gevreesd, dat de kuiper zich daartegen zou verzetten, en er hem dus geheel buiten willen laten. Maar nu was die bemoeial meegekomen. Wie weet, of die niet zoo dwaas zou zijn onl, evenals hij zoovelen geholpen had, ook den Amerikaan te helpen. Waarom had hij den man maar niet terstond naar den kuiper van Winnewoud verwezen, inplaats van naar Sijmen en Duifje ? — Doch wacht, hij kon zich nog - in elk geval voorloopig — aan de zaak ontrekken; de kuiper en Paul zouden vooreerst wel voor den man zorgen. Straks, als hij bij zijn huis was, zou hij hen alléén verder laten gaan en ze moesten dan maar zien, hoe ze 't klaar speelden. Zonder spreken liepen alle drie voort.
Voor 't hek van zijn huis gekomen, bleef Dolle plotseling staan en zei:
„Nou, genavond ! ik moet thuis zijn, Paul weet den weg wel." .In eens was hij door 't hek.
„Genavond!" zeiden ook Hillebrand en Paul, beiden verrast door het onverwachte geluk, dat ze van den ijzigen man verlost waren.
„Gelukkig !" zei de baas.
„Ja, gelukkig, !'' zei even hartelijk Paul. „Hier is 't baas — o; ik beef zoó ! — laten we hier even blijven staan"
Hillebrand legde zijn hand op Pauls schouder, en zoo toefden ze even voor de schamele woning.
„Dat is 'm, baas ! ik hoor het ! dat moet hij zijn ; kom !"
Hij vatte Hillebrands hand, als vreesde hij, dat die niet mee zou gaan, en 't hem alleen te machtig zou worden.
Het hart bonsde hem hoorbaar.
Hij opende de deur, zag zijn vader; brak In heftig snikken uit en vloog den haveloozen man om den hals.
„Vader ! mijn vader !"
De man jammerde.
„Mijn jongen, mijn lieve jongen !"
Ze drukten elkander aan 't hart, en snikten en weenden lang.
Duifje kon dat niet zien en liep naar buiten ; Sijmen was nog niet thuis.
't Werd Hillebrand soms ook te machtig, doch met geweld beheerschte hij zich, want hij had hier een taak te volbrengen, een zeer moeilijke, namelijk te wachten op een woord van den vader. Want in 's kuipers oog was die vader een misdadiger, en die moest zijn misdaad belijden. Dat moest hij nu doen, of hij zou 't nooit doen. Gestraft, vreeselijk zwaar gestraft was hij — door God zelf — maar — was hij daarmee tot inzicht van zijn groote misdaad gekomen? Zóo neen, dan zou hem nog erger wachten, en hij, Hillebrand, zou niets meer voor hem als Pauls vader willen doen.
Doch het ging geheel naar 's kuipers wensch.
En al heel spoedig. Want nog eer de ongelukkige, havelooze man met den eenen arm, uitgeweend was, begon hij :
„Paul ! Paul ! mijn jongen "
.0, 't was om harten te breken, zooals de man opnieuw begon te jammeren.
„Paul ! mijn lieve jongen ! vergeef het mij ! vergeef het mij ! Vergeef mij alles om Gods wil, om Christus' wil ! Zoolang ik leef zal ik trachten goed te maken, wat ik slecht heb gedaan."
Ja, nu kon Hillebrand ook zijn aandoening in tranen luchten. Och wat was 't manneke blij ! En Paul ?
„Vader ! u hebt mij nooit kwaad gedaan ! ik heb u lief! ik heb u niets te vergeven ; de Heere vergeeft alles !"
De gelukkige zoon hield almaar met zijn beide handen de eene hand van zijn vader vast.
De kuiper wenkte Duifje, die weer in huis was gekomen en ging met haar naar buiten, vroeg haar eenige zaken, die hij gaarne wilde weten en betaalde ruim het weinige, dat de arme vrouw aan den man ten koste had gelegd.
Toen eerst hij, en daarna zij, weer binnen kwam, zei hij :
„Paul, wat zou j' 'r van denken, als je vader met ons meeging naar Winnewoud ? En wat zou Dinderman er van denken ? "
„Vader 1 — zei Paul — vader! Hillebrand is de 'este man van de wereld en zijn vrouw de allerbeste vrouw. Al wat hij doet is altijd het allerbeste."
„Dat geloof ik ook jongen ! — zei de vader, die al veel van Duifje had gehoord — en zijn linkerhand naar 't kleine manneke uitstrekkend, zeide hij :
„Vriend ! God vergelde je, wat je voor mijn jongen geweest en gedaan hebt."
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's