Ingezonden.
Van den secretaris van het Centraal Comité der Gezamenlijke Vriendenkringen te Amsterdam, ontvingen wij het volgende schrijven :
AMSTERDAM. 5 Oct. 1923.
Geachte Redactie,
Naar aanleiding van het door U uit „De Rotterdammer" overgenomen bericht, betreffende het beroepingswerk te Amsterdam, verzoekt de ondergeteekende beleefd, om verkeerde gevolgtrekkingen te voorkomen, uwen lezers mede te deelen dat de voorzitter der Gezamenlijke Vriendenkringen reeds eenigen tijd geleden gemeend heeft als lid van de Herv. (Geref.) Staatspartij te moeien bedanken.
Voorts blijkt het met de vermelde „verontwaardiging" — ten minste wat de leden der Hervormde Gemeente betreft — nogal te schikken, gezien het feit, dat de protest-candidaten (waaronder twee Bondspredikanten) nauwelijks een 40-tal stemmen in het Kiescollege vermochten te behalen, tegenover de plm. 275 stemmen, welke de in den weg der orde gestelde drietallen der Vriendenkringen verkregen.
Of heeft men misschien van „welingelichte zijde" deze verontwaardiging in Roomsche kringen geconstateerd ?
Wij, Hervormden, staan daar ten eenenmale buiten.
Beleefd dankend voor de plaatsing;
Met de meeste hoogachting,
H. J. C. DE WILDE,
Secretaris Centraal-Comité Gezamenlijke Vriendenkringen
Wilhelminastraat 179.
Het zij ons vergund naar aanleiding van dit schrijven een paar opmerkingen te maken.
1". blijkt hieruit dat de voorzitter der Gezamenlijke Vriendenkringen — het wordt niet ontkend dat dit de heer Hagen is — niet meer behoort tot de Herv. (Geref.) Staatspartij. Of de Herv. (Geref.) Staatspartij dus misschien ook al Roomsche neigingen of doleerende adspiraties heeft, weten we niet, en het lust ons ook niet dit nader te onderzoeken, maar geconstateerd kan het feit, dat de Hervormde Staatspartij hierdoor van één zijner oprichters en meest ernstige Kamercandidaten is beroofd. Of dat op den langen duur voor deze partij winst of verlies zal blijken, moet worden afgewacht;
2". wordt in dit „Ingezonden" uit het stemmencijfer dat de candidaten in het Kiescollege behaalden, afgeleid dat het met de verontwaardiging over het weren van een Gereformeerd predikant van de drietallen, althans onder de leden der Hervormde Gemeente „nog al schikt".
Wij zouden willen vragen : heeft men in Amsterdam bij de verkiezing van gemachtigden voor het Kiescollege misschien het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. zoodat het Kiescollege een getrouw beeld geeft van wat er in de Gemeente leeft ? In dat geval is 40 — dat hebben de heeren goed uitgerekend — maar ongeveer één-zevende van 275, maar dan toch één-zevende. Of doen misschien de Vriendenkringen hun naam eere aan en zorgen zij zooveel mogelijk dat het Kiescollege uit „ons en onze vrienden" bestaat? In dat geval zou het wel kunnen wezen dat er in de gemeente iets anders leeft dan de Vriendenkringen ook nu „in den weg der orde" weer gebaard hebben. Wij zijn in Amsterdam vreemd en weten bijv. niet of de gemeente ook door haar opkomst onder 't gehoor van een „Bondsdominé" toont dat zij toch eigenlijk zevenmaal liever een „Vereenigingsdominé" begeert.
3°. Zouden we wel willen vragen hoe het met dien weg der orde staat ? Is het stemmen op een protest-candidaat dus werkelijk buiten de orde geweest ? Of was het misschien meer in den weg der orde dat men, gelijk dat ook in andere steden geschiedt, ook den Gereformeerden het deel gaf van het aantal predikanten, ouderlingen en diakenen waarop zij aanspraak hebben. Wij voor ons gelooven dat niet het minst in de moeilijke tijden die onze Kerk doormaakt een zoo veel mogelijk eendrachtig optrekken van de rechtsche groepen, inzonderheid van de Confessioneelen en Gereformeerden, dringend noodzakelijk is. Maar dan moet niet éen der fracties die in de meerderheid is, zeggen : Ziezoo, nu deelen wij de lakens uit, en alles wat nu niet precies denkt als „wij en onze vrienden", dat is contrabande, dat is „buiten de orde" en dat hoort in onze kringen niet thuis. Een dergelijke gedragslijn leidt noodzakelijk tot „onderdrukking der minderheden", waaraan, toen zij de macht bezat, op staatkundig gebied de liberale partij in ons vaderland zich op zoo velerlei gebied heeft schuldig gemaakt. De tijd echter heeft geleerd dat het toepassen van een dergelijk stelsel gelijk staat met het graven van zijn eigen graf. En daarom zouden we zoowel den Vriendenkringen als onzen eigen mannen wel willen toeroepen : laat deze les der historie u tot leering zijn ; trekt gezamenlijk op in den strijd die daar met het on-en bijgeloof onzer dagen gestreden moet worden, en bedenkt, dat het niet Confessioneel of Gereformeerd, maar veeleer Roomsch is te meenen dat heel de Kerk zijn moet zooals gij en uwe vrienden zijt.
Redactie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 oktober 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's