De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

7 minuten leestijd

Landsbelangen.
Men begint het zoo langzamerhand in te zien, dat met het heengaan van het Kabinet-Ruys groote landsbelangen, ook in geestelijken zin, zijn geschaad.
Het ministerie had zich tot taak gesteld zich te kwijten van zijn internationale verplichtingen, opgelegd aan een zelfstandigen Staat, om zijne onzijdigheid en zijne neutraliteit te handhaven, wanneer tusschen verschillende volkeren een oorlog uitbreekt.
Daarnaast had het zich een plan gedacht, en dit ook reeds ten deele in concrete voorstellen uitgewerkt, tot het in evenwicht brengen van de inkomsten en uitgaven des Rijks.
Het zal na al hetgeen wij reeds over deze twee vitale landsbelangen schreven, niet meer noodig zijn, daar verder een woord aan te wijden.
Intusschen is door het ontslag aanvragen van het Kabinet de verdere afwikkeling van deze beide zaken stopgezet.
Voor de buitenwereld staat het thans zoo, dat Nederland bezwaar maakt zijne zelfstandigheid op behoorlijke en afdoende wijze te beschermen, terwijl wat de valutakwestie betreft, de kostbare tijd voorbij gaat, om al die maatregelen te treffen, die noodig zijn tot herstel van het financiëele evenwicht.
De ellende, welke Duitschland sociaal, economisch en financieel doormaakt, staat ook bij ons voor de deur.
Echter hetgeen het Kabinet zich voorgenomen had tot stand te brengen, nam een nog breedere plaats in.
Over die plannen, ten aanzien waarvan het ministerie, ware het aangebleven, bij de begrooting ongetwijfeld nadere mededeelingen zou hebben gedaan, liet minister Colijn in zijn Dinsdagavond te Amsterdam gehouden rede eenig licht vallen.
Hij noemde een zevental maatregelen, die we van het kabinet in deze parlementaire periode hadden mogen verwachten, te weten :
1. Een nieuwe Zondagswet ;
2. Een regeling van het vraagstuk der lijkverbranding ;
3. Een wijziging van artikel 123 van het Indisch Regeeringsreglement inzake de toelating der Zendelingen ;
4. Geleidelijke afschaffing der Staats loterij ;
5. Afschaffing van den stemplicht ;
6. Voorziening met betrekking tot den vaccinedwang ;
7. Een wetsontwerp tot regeling van de rechtspositie der Kerken in den geest van het rapport der Staatscommissie-Anema.

Dit alles vervalt nu met het heengaan van het kabinet en daarmede valt een belangrijk stuk arbeid voor den geestelijken opbouw van ons volk weg. De hier genoemde voorstellen waren in zoo velerlei opzicht, wat de Antirevolutionairen haidden gehoopt te verkrijgen en waarvoor zij zoovele jaren in en buiten het parlement hadden gestreden.
Zeker, de schade is groot, die het heen gaan van het kabinet aan het landsbelang berokkent.

Hoog tijd.
Er zijn in ons land nog heel wat menschen, die niet het flauwste begrip hebben van het gevaar, dat ons land bedreigt door de inflatie van den gulden.
Het was mr. Troelstra, die, toen hij onlangs in Amsterdam sprak, zelfs meende, dat een beetje inflatie nog zoo erg niet is.
Wil Nederland zijn valuta gaaf houden, dan moet naar één ding gestreefd worden, n.l. dat de uitgaven des Rijks door de inkomsten gedekt worden.
Dat het er met Nederland op het oogenblik niet best voorstaat, daarvan leverde het Engelsch tijdschrift „Th e E c o n o m i s t" een duidelijk beeld.
Dit blad gaf eenige weken geleden een overzicht van den stand der financiën in enkele landen.
Het kwam daarbij.tot de slotsom, dat de Vereenigde Staten van N.-Amerika en ook Engeland geen tekort op hunne begroottng hebben, terwijl zelfs Denemarken een klein overschot kon boeken.
Maar overigens hebben de onderstaande landen voor iedere 100 gulden aan uitgaven, een ontvangst van :
Zuid-Afrika  97 gulden
Finland         94 gulden
Zweden        89 gulden
Italië              80 gulden
Nederland   72 gulden
Griekenland 55 gulden
België            52 gulden
Frankrijk       45 gulden

Intusschen wordt de stand der ontvangsten in België en Frankrijk iets gunstiger, wanneer men de door Duitschland uit te keeren schadevergoedingen voor deze landen in rekening brengt. Waarschijnlijk komen deze beide landen dan boven Nederland te staan.In dit geval staat Nederland dan op Griekenland na, het allerlaagst.
Het wordt meer dan tijd, dat de Staatsbegrooting hier te lande sluitend wordt gemaakt.
Anders is het leed niet te overzien.

Wonderlijke houding.
Naar de bladen mededeelen, heeft de Sociaal-democratische Kamerfractie besloten om bij de eerste gelegenheid dat de Kamer weer bijeenkomt, een interpellatie aan te vragen betreffende het vertrek van den voormaligen Duitschen Kroonprins van Wieringen naar Duitschland.
Wij achten deze interpellatie niet van belang.
Toch maken we er even melding van, omdat zij een wonderlijk licht werpt op de mentaliteit van de Sociaal-democraten. Wanneer bij de een of andere regeeringshandeling maar bevroed wordt, ook al is er voor de onderstelling geen de minste grond aan te wijzen, dat iets zou geschied zijn of zou zijn nagelaten, waarvan men denkt, dat een buitenlandsche regeering er de hand in heeft, dan wordt — en daar hebben bijzonder de Sociaal-democraten een handje van — „moord en brand" geschreeuwd.
In zulk een geval is er dan heel wat beleid voor de regeering noodig om zich hare bestrijders van het lijf te houden.
Nu echter Nederland, zeker tot dankbaarheid van allen, die vrijheid en recht lief hebben, als kleine natie in zoo belangrijke aangelegenheid, als het hier gold, eigen wet en recht volgt en het nationaal besef hooghoudt, nu komen die zelfde bedillers protesteeren en aanmerking maken op een regeeringshandeling, waarop zelfs groote naties zouden trotsch zijn, en waarin juist eigen zelfstandigheid werd hooggehouden.
Het kan soms vreemd toegaan.

Gevaarlijk precedent.
Er is in den Raad van de gemeente 's 'Gravenhage een beslissing op onderwijsgebied gevallen, die wij niet anders dan als een gevaarlijk precedent kunnen kwalificeeren.
Zooals artikel 72 van de Lager-Onderwijswet 1920 bepaalt, kan het bestuur eener rechtspersoonlijkheid-bezittende instelling of vereeniging, welke in een gemeente een Bijzondere Lagere School wenscht te vestigen, tot den Raad dier gemeente eene aanvrage richten om ten behoeve van die school de voor de stichting van een gebouw benoodigde gelden te ontvangen, of wel een gebouw te stichten. De Gemeenteraad kan ook een gebouw, geheel of ten deele, al of niet verbouwd, als schoolgebouw beschikbaar stellen. (Artikel 77 lid 2).
Artikel 73 geeft nu aan, welke stukken bij de aanvrage, in artikel 72 bedoeld moeten worden overgelegd.
Voldoet het Schoolbestuur aan de vereischten in artikel 73 gesteld, dan bepaalt artikel 75 lid 2, dat in dat geval de Gemeenteraad zijn medewerking niet mag weigeren.
Nu heeft in den Raad der gemeente 's Gravenhage zich het geval voorgedaan, dat deze medewerking wel werd geweigerd. De beslissing daartoe werd met 21 tegen 20 stemmen genomen.
Het betrof hier de medewerking voor de oprichting van een Christel. School, waar onderwijs zal worden gegeven volgens de methode „Montessori."
Het bezwaar, dat bij den Raad gold en waarop de afwijzing werd gegrond, was, dat de bedoelde school vermoedelijk met minder dan 40 leerlingen zal aanvangen.
Van dat aantal, dat volgens artikel 73 lid 2, 100 moet zijn. was bij koninklijk besluit ontheffing verleend.
Wij begrijpen het bezwaar, dat door den Raad werd gemaakt ; zelfs onderschrijven wij de bedenking, welke door het College van B. en W. in zijn praeadvies op de aanvrage om medewerking werd naar voren gebracht, n.l. het bezwaar tegen het aanvaarden van een aantal van 25 leerlingen, dat volgens 't koninklijk besluit voldoende wordt geacht, om in een gemeente van meer dan 360.000 inwoners een nieuwe gesubsidieerde school te stichten, toch achten wij de beslissing van den Raad hoogst bedenkelijk, omdat, waar aan alle eischen der wet werd voldaan, hier een beslissing genomen werd, welke niet alleen in strijd is met de wet, maar ook de deur opent voor allerlei willekeurige handelingen ten opzichte van het Bijzonder Onderwijs.
De Minister van Onderwijs had, naar het ons voorkomt, het koninklijk besluit niet moeten uitlokken. De tijdsomstandigheden en ook de financiëele toestand der gemeente zijn er niet naar om tot 't oprichten van allerlei kleine schooltjes over te gaan.
De Wet bepaalt nu eenmaal het aantal leerlingen, dat noodig is, om tot het vragen van medewerking voor 't stichten van een school over te gaan en daaraan hebben zich ook de voorstanders van het Christelijk Onderwijs, die voor hunne kinderen onderwijs begeeren naar de methode ..Montessori", te onderwerpen.
Want waar zou het heengaan, als de voorstanders van bijzonder onderwijs naast de gewone Christelijke Lagere School ook nog Christelijke Montessori scholen gingen oprichten, en wel met zulke minimale getallen van kinderen, dat telkens koninklijke besluiten moesten worden uitgevaardigd om weer nieuwe gesubsidieerde scholen te kunnen stichten ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 november 1923

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's