Stichtelijke overdenking.
Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zoo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren ; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen. Leer ons lalzoo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen ! Psalm 90 vers 10 en 12.
Moeite en verdriet.
Heerlijke droomen droomt de mensch van zljin aardsohe leven. Toekomstvisioenen betooveren hem. Hij kleurt 't verschiet met tinten van purper en zilver en geluw goud. De maagd, de jongeling, ook nog de grijsaard. Want de mensch blijft weven zijn gouden droomdraden, totdat de dood met kille hand wreed hem wakker schudt, en dwingt, om den nacht der eeuwigheid in te gaan, en voor God als Rechter te verschijnen, en rekenschap te geven aan Hem, die ons toeroept In Zijn Woord: „Zijt nuchteren en waakt, want de duivel gaat rond als een brieschende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden !"
Waar nog dit bij komt, dat er zoo onverwacht en ongedacht aan dat aardsche leven een eind komen .kan. Voor eenigen tijd verliet in onze omgeving een werkman zijn woning, om naar zijn arbeid te gaan. Het plan was, om werk te verrichten op 't dak van een groot huis. Niet langen tijd nog was hij doende, of hij struikelt, en glijdt, glijdt hoe langer hoe sneller, tuimelt naar beneden, en wordt tot onherkenbaar toe verminkt dood opgenomen. Eén staaltje uit vele. Wat is toch de mensch, niet waar ? Broos, zwak, teer. Naar waarheid zingt de dichter :
Uw Oppermacht, die wij ootmoedig eeren. Kan door één wenk den mensch zijn broosheid leeren. Uw wenk alleen, al schijnt ons niets te deeren, Verbrijzelt ons, doet ons tot aarde keeren ; Want in Uw oog zijn duizend jaren. Heer, Een enkle dag, een nachtwaak, en niet meer.
Maar helaas ! we nemen het van nature zoo geheel weinig ter harte, en leven maar door, alsof er geen God en geen eeuwigheid bestaat, en alsof tevergeefs geschreven ware : „De mensch gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan."
Zou er op aarde wel een schepsel gevonden worden, zoo blind en dwaas en hard, als juist de mensch, eenmaal naar Gods beeld geschapen, en wonend in het schoone paradijs, maar daar gevallen door eigen schuld, verleid ja, maar moedwillig ongehoorzaam geweest zijnde, want de Heere had hem nog gewaarschuwd, zeggend : „Ten dage als gij van dien boom eet, zult gij den dood sterven !" De mensch meende echter aan God gelijk te zullen kunnen worden, en stak zijn hand uit naar verboden vrucht; en wat is er van hem geworden ? Ongelukkiger nog moet hij geacht worden dan het redelooze vee, want dat heeft geen ziel te verliezen ; maar de mensch, wanneer hij niet door God en tot God bekeerd wordt, zal eenmaal zijn oogen opslaan in een ontzettende eeuwigheid, waar hem nog geen druppel water tot verkoeling van zijn tong zal kunnen worden geschonken.
Waarlljik, mijn lezers, bedenkt toch, wat tot uw vrede dient, voor het zal zijn te laat! Nog zijt gij in het kostelijke, Zaterdags alleen maar korte heden der genade. En ieder oogenblik kan uw levensdraad worden afgesneden, zoo als vele roepstemmen rondom ons dagelijks waarschuwen.
Ook gij onder onze lezers, die reeds door God en tót God bekeerd werdt, gij, kinderen Gods, bekommerden en verzekerden, leeft ook gij als met den dood voor oogen ! Wel is waar : gij zult niet kunnen verloren gaan, want gij zijt voor rekening van Christus, en de zalige hemel wacht u, maar het is toch voor een christen niet hetzelfde, hoe en waar hij leeft, of de dood hem treft daar, waar zijn woning geëerd wordt, of daar, waar een kind Gods zich eigenlijk moest schamen, gevonden te worden. Welzalig de dienstknecht, welken zijn Meester, komende, zal wakende vinden, en met de lendenen omgord, en de kaarsen brandende ! Daarom, kinderen Gods, moge het uw gedurige bede wezen : „Heere, leid mij, leer mij, bekeer mij allen dag, ieder uur en oogenblik, want ik bezit zulk een wereldlievend hart, en ik ben er het beste aan toe, als ik U maar veel mag noodig hebben !"
„Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zoo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren ; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet ; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen." Zoo is het inderdaad. En een zeer sterken ontmoeten wij wel eens op ons levenspad, maar het behoort tot de zeldzaamheden. De meeste menschen zelfs bereiken den leeftijdsgrens van zeventig jaar nog niet.
En wanneer we het aardsche leven goed in oogenschouw nemen, wat is het dan nog ? Is het wel werkelijk zoo heerlijk en zoo schoon, om er ziel en zaligheid voor op te offeren ? Neen, het uitnemendste of het meest in het oog vallende, is moeite en verdriet. Onze Psalmbundel berijmt het zoo schoon :
Helaas ! het best van onze beste dagen baart dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen ; Daar zorg, verdriet en jammerlijke plagen steeds beurt om beurt de matte ziel doorknagen. De levensdraad wordt schielijk afgesneên ; Wij schenen sterk, en ach ! wij vliegen heen.
Moeite en verdriet alom. Niet alleen onder armen kleine huiskens, doch evenzeer in der grooten lustwarandien. Waar menschen wonen, daar vloeien tranen. En waren het nu maar tranen van heimwee naar den Heere of van berouw over zonde en schuld, het zou hoogst gelukkig zijn, maar het is meest om teleurstelling of gekrenkte eigenliefde, of in rook opgaan van schoone illusiën, dat de mensch zijn tranen plengt. Het is, tenzij hij wat beters geleerd heeft, smart die buiten God omgaat, welke zijn ziel verscheurt.
hoe zalig daarom het Adamskind, die door Gods lieve genade zoodanig bewerkt werd, dat hij in de schuld kwam, een zondaar voor God moest worden, en dat kribbe en kruis hem dierbaar werden ! Voor zulke arme en ellendige menschen kwam de Herre Jezus op de wereld.. Voor zulken heeft Hij Zijn dierbaar bloed gestort aan het kruis. Zulken kocht Gods Zoon, en drukte op hen het roode merkteeken Zijns bloeds zoo beider en klaar, dat Satan het zelfs lezen moet, en niet ontkennen kan, of ze zijn de gekochten des Heeren, hoezeer hij ook de ziel des christens tot moedeloosheid ziet te brengen.
Hoe zalig, die er één wezen mag van het lieve volk van God ! Hebt ge reeds banden aan dat gelukkige volk gevoeld, mijn lezers ? Is het ook uw lust en begeerte zélf tot hen te behooren ? Nooit beter keuze zoudt ge kunnen maken. Van den dichter van den Psalm, waarin ons tekstwoord staat, lezen we, dat hij opgevoed was aan het hof van Farao's dochter, die hem uit het water had getogen, maar dat hij, groot geworden zijnde, liever verkoos met het volk, van God kwalijk gehandeld te worden, dan de genietingen der zonde te hebben voor een tijd. En denkt ge, dat hij van die keus ooit berouw gekregen heeft ? Neen ! Integendeel ! dagelijksche blijdschap en verootmoediging. Daarom beter het zwaarste kruis achter Jezus aangedragen, dan met een licht kruis-duivel en wereld gediend, om daarmee bedrogen uit te komen !
„Leer ons alzoo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen !" vroeg de man Gods.. Waarlijk, hoe zou die bede ons allen betamen ! Hoe hebben we haar allen noodig, zal het wél zijn voor de eeuwigheid!
Bekommerde kinderen van God, we kunnen u aanraden, om met deze bede maar veel aan den troon der genade te knielen, het voor den Heere brengend, en het nimmer op te geven. De duivel maakt u wijs : het baat toch niet. Maar wat zegt de Heere in Zijn Woord : „Werkt uws zelfs zaligheid met vreeze en beven, want het is God, die in u werkt beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen ! Derhalve : God doet het, maar gij moet aan het werk ! Het is als met het veld : God geeft den wasdom, maar de mensch heeft te ploegen en te zaaien.
Mochten we daarom allen God gaan zoeken, nu we nog in de gelegenheid zijn, beseffend wat op het spel staat: we hebben een ziel, slechts één ziel te verliezen of te winnen voor de groote eeuwigheid. Ziel verloren, al verloren ; ziel behouden, al behouden !
Poederooijen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's