Eenvoudige Bijbellezing
Naar het Evangelie der heerlijkheid des zaligen Gods. dat mij toebetrouwd is. En ik dank Hem. die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende : Ik die te voren een godslasteraar was, en een vervolger en een verdrukker ; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het onwetende gedaan heb in mijne ongeloovigheid. 1 Timotheus 11-13.
(1 Timotheus).
Een heerlijk Evangelie toevertrouwd aan een ellendig mensch. De apostel wil dus een goede wetsprediking. Immers bij de rechte prediking der wet behoort de prediking van het Evangelie der genade, En om dit laatste gaat het toch maar. Het Evangelie der heerlijkheid van den zaligen God moet zijn loop hebben. Door deze woorden stelt Paulus de armoede voor van hen die zich druk maken over allerlei peuterige kwesties. Wat heeft men daar toch aan ? Daarin is toch niet de minste lafenis voor eene dorstige ziel ? Stel u voor, daar is iemand die mij haarfijn komt uitleggen wat wèl Zondagsontheiliging is en wat niet, en daar komt een tweede bij die hem toch nog de loef afsteekt in de fijne onderscheidingen, och arme .. .... .. daar zal toch mijn ziel bij verhongeren en omkomen. En daar maken de menschen zich nu zoo druk over ! Neen, Paulus wil van een dergelijke wetsprediking, die zich tot de rechtvaardigen richt, niets weten. De wet is voor de goddeloozen en voor de goddeloosheid der „rechtvaardigen." Sla er bij hen op, bedoelt de apostel. Zeg hun maar waar het op staat, want het gaat om Gods recht en de heiligheid van de wet des Heeren. In dit opzicht moet de wet scherpelijk gepredikt worden.
Zulk eene wetsprediking toch gaat op het rechte doel af. Zij ploegt den bodem om voor het zaad van het Evangelie. En dat Evangelie is voor een dorstige ziel een bron van verkwikking. Daardoor wordt de liefde Gods in het hart uitgestort. En die liefde Gods maakt zalig. Het is het Evangelie der heerlijkheid van den zaligen God. Iemand heeft eens gezegd: „in de zaligheid die God werkt verheerlijkt Hij de Zijnen." Ood is een zalige God. D.w.z. Hij kent geen vrees, heeft geen mishagen over Zich Zelf, bespeurt nooit eenig gebrek in Zijn Wezen of in Zijn werk. Integendeel, Hij, Die „een zeer overvloedige fontein aller goeden" is, heeft een heilig vermaak in Zich Zelf, een vreugde en vrede, die, wijl zij Goddelijk zijn, al ons denken verre overtreffen. Wij gevoelen al onze nietigheid als wij naar die eeuwige Majesteit opzien. Welnu, door het Evangelie der genade stort Hij van Zijn eigen zaligheid uit in het schepsel. Een zaligheid die bestaat in vrede met God door Jezus Christus, vreugde en vermaak in Hem, en al het Zijne ; in Zijn Recht en in Zijn Liefde, in Zijn wet en in Zijn werken. O, kleinzielige wetspredikers, durft gij te zeggen dat er door uw beuzelachtige praatjes iets van dien vrede en die vreugde in uw hart woont of dergenen die naar u luisteren, al was het slechts een duizendste gedeelte ? Dan trekt ge schoorvoetend af als ik u spreek van de zaligheid, die God door het Evangelie werkt in het hart van een goddeloos mensch eèn mensch die leerde beven onder het vervloekende woord dat van de wet des Geestes uitgaat ? Nu spreekt de apostel hier niet van het Evangelie der genade, maar van het Evangelie der heerlijkheid! Bedoeld is 't Evangelie dat de heerlijkheid Gods werkt in den zondigen mensch. Wel, dan moet het ook een heerlijk werk zijn als iemand in het Evangelie mag arbeiden. Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten dergenen die vrede verkondigen, die het goede doen hooren ! Waarlijk, dit woord bevat eene krachtige bemoediging voor Timotheus, opdat hij zou weten dat het een voortreffelijk ambt is, dat hij bekleedt. Het wil wat zeggen, te mogen arbeiden voor de Goddelijke zaligheid van verlorenen. En 't ware te wenschen dat vele ambtsdragers in onze Kerk het mooie, het heerlijke van hun taak maar veel mochten zien. Zij mogen het Evangelie der heerlijkheid van den zaligen God bekend maken.
ik dank den Heere Jezus Christus, zegt Paulus, dat ik dat mag doen. Hij gaat hier over zichzelf spreken. Daar zijn tijden, dat wij dat niet mogen nalaten, tijden, dat wij dat ook niet kunnen inhouden. Paulus kon> hier niet van zich zelf zwijgen. De fontein van levend water móést nu uit zijn hart opspringen. Immers het had den Heere behaagd dezen heerlijken schat aan hem toe te vertrouwen. Zou hij den Heere dan niet danken voor zooveel gunst, hem bewezen? Welk een liefde dat ik liefde mag brengen en tot liefde mag opwekken !
Ook hier hebben wij weer een bewijs, dat alleen uit een ootmoedig hart de dank opwast. Immers de apostel zou het zelf tot dat heerlijke werk nooit gebracht hebben. Alles heeft hij te danken aan zijn Zender! De boodschap die Hij brengen moet, maar ook de kracht, om haar te verkondigen. Door Zijn kracht ben ik getrouw gemaakt, zegt de apostel. En omdat Hij nu Zijn eigen werk in mij ziet, draagt Hij mij Zijn werk op. Hier is iemand aan het woord, die de meest nederige plaats inneemt, terwijl de meest heerlijke taak hem is opgelegd Wat ben ik geweest ? Een godslasteraar, een vervolger, een verdrukker. Dat ben ik, als ik aan mijzelf was overgelaten. Dat zou ik nog zijn, als mij geen barmhartigheid geschied was. Ik heb het in mijn onwetendheid gedaan. Ik wist het niet, wie ik was. Ik was blind voor mijn zonde, voor Gods recht, voor de liefde van Christus. Ik tastte, met al mijn ijver, in het donkere rond. Hoort het, hier spreekt een mensch uit de diepte van ellende-kennis. Een mensch, die zich in alle opzichten verwerpt, maar die door God is aangenomen. „Mij is barmhartigheid geschied." Dit is de spil waar om hier alles draait. Er wordt in onze dagen zooveel bedorven door den hoogmoed der ambtsdragers. Waren zij wat ootmoediger, onze Kerk zou meer zegen hebben. Mochten zij veel hebben van den geest van Paulus. Aan ellendige menschen wordt een heerlijk Evangelie toevertrouwd. Aarden vaten zijn het! Alleen de schat is heerlijk. En daarom gaat het.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's