Uit de Pers.
Jeugdkerk.
Wij kunnen niet zeggen, dat wij het verslag van de tweede Jeugdkerkconferentie met bijzondere instemming hebben gelezen.
Men is daar volgens de N.R. Courant tot enkele zeer „bepaalde en duidelijke voorstellingen van zaken en conclusies gekomen, die voor de Jeugdkerkbeweging in 't algemeen niet zonder beteekenis zullen zijn."
En dan worden we vanzelf zeer nieuwsgierig om eens te weten welke die conclusies wel zijn zullen.
Wij lezen er het volgende van :
„Zoo is men vrijwel unaniem eens, en sprak dit ten stelligste uit, dat onder jeugdkerk uitsluitend verstaan moet worden die samenkomsten, waarbij de grensleeftijd is ten hoogste 19 jaar.
Ook heeft men zioh zeer duidelijk uitgelaten omtrent de verhouding van de jeugdkerken en de kerk (met name de Ned. Hervormde Kerk).
De voorzitter, dr. C. P. Gunning, van Amsterdam, vatte het ten slotte na vele op-en bemerkingen samen met de slotsom : „de grootste dienst dien men de kerk als jeugdkerkleider bewijzen kan, is dat men haar er buiten houdt, tenzij er van den kant der kerk een uitgesproken welwillende houding wordt aangenomen — en dan zij men nog voorzichtig."
„Dit waren misschien wel de belangrijkste conclusies, waartoe men gekomen is."
Wij vermoeden dat vele lezers met ons deze resultaten niet zoo heel belangrijk zullen vinden en de importantie of het belang, dat onze kerk bij deze beweging heeft, niet zoo hoog zullen aanslaan door de genomen conclusies als de deelnemers aan deze conferentie.
Daarom willen we ook nog iets mededeelen van het minder belangrijke voor den bloei der Ned. Hervormde Kerk, en vragen wij Gereformeerde menschen, die meest wat meer dogmatisch aangelegd zijn dan vele andere Hervormden, of er ook nog iets gezegd is over wat er in de jeugdkerk moet gepreekt worden.
En dan ontvangen wij bij monde van ds. A. M. van der Laar Krafft, jeugdpredikant te Rotterdam, het volgende antwoord :
Eerst vraagt Z.Ew. of jeugd en preek wel zijn te vereenigen, hij gelooft dat we beter doen om te spreken van „toespraak."
Verder moet de prediker dienst doen als „medium", hij treedt op, beurtelings als de echo van wat in de gemeente aan geloof leeft en als bewustmaker van sluimerend geloof."
Splitsing in twee deelen naar den leeftijd van 12—15 en 16—19 jaar is gewenscht. En de voorganger bediene zich bij zijn werk van een taal die sprankelend, levend en klankvol is ; ga daarvoor ter schole bij onze schrijvers van na '80 enz., en bedient zoo het Evangelie van Jezus Christus, of de blijde boodschap als nieuwe wijn in nieuwe lederen zakken.
In de tweede jeugdkerk kan het Christusbeeld dat den jongeren voornamelijk als Vriend, Held en Heiland voorgehouden is, nu worden uitgewerkt tot Heldenmaker en Bevrijder (verlosser). De universeele beteekenis van Jezus Christus moet nu op den voorgrond treden, want de jongelui gaan sociaal gevoelen, en weten zich een klein deel van het groote geheel, waarom zij zich nu vaak bekommeren en dat hun ter harte gaat."
Als wij deze dingen gelezen hebben, moeten we even opzien, en ons de oogen eens uitwrijven, vragende in welke wereld leven we toch, en welke christelijke wereld is het toch, die zich hierin aan ons oog vertoont
Hadden onze vaderen dan heelemaal niet de minste notie en het minste begrip van de nooden en behoeften van menschenharten en speciaal van jonge menschen ?
En is het brood in de dagen van Reformatie en Reveil uitgedeeld, dan zoo beschimmeld, dat het voor onzen tijd en voor onze rijpere jeugd totaal onbruikbaar is geworden?
Wij kunnen nog altijd niet inzien dat jonge menschen van thans andere spijze noodig hebben dan die van vroegere geslachten, al stemmen wij toe, dat andere tijden ook andere eischen stellen met het oog op de toebereiding en toediening.
En het bedroeft ons van harte, dat deze jonge jeugdkerkbeweging de groote hoofdwaarheden van ellende, verlossing en dankbaarheid, zoo gemakkelijk kan loslaten, en meent dat de kinderen van onzen tijd naast den vorm ook anderen inhoud behoeven.
Voorloopig moeten wij dan ook danken voor het surrogaat van Gereformeerde religie, dat hier geboden wordt.
Als onze jeugdkerkorganisatie dien kant opgaat, dan doen wij niet mede.
En tenzij zij er in slaagt betere wegen aan te wijzen, houden wij onze kinderen voorloopig bij ons in de kerk, opdat de prediking der oude Waarheid, zij 't dan misschien op ietwat te ouderwetsche wijze, hun ziel nog ten goede kome.
Met de bede dat de God aller genade hun te eenigertijd geve een harte-bekeering en zij ontwakend uit den doodslaap der zonde als geharnaste strijders voor de eere van den Naam van Christus in het strijdperk mogen intreden, om alzoo als moedige en kloeke Gereformeerde belijders onze gelederen in onze kerk te versterken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's