Stichtelijke overdenking.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijnen schouder ; en men noemt Zijnen Naam : Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Jesaja 9 vers 5.
O ! diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en kennisse Gods ! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordeelen, hoe onnaspeurlijk Zijne wegen. Zoo mogen wij op het heuglijk Kerstfeest wel elkander toeroepen. Ja, de Heere heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Zijn Israël nooit gekrenkt. Ja, Hij is de Heere moge de vervulling lang uitstellen, Hij komt echter zeker — maar op Zijn tijd.
Bovengenoemde tekstwoorden bepalen er ons bij.
1ste : Wie dat Kindeke is ; 2de : Welke eeretitels Het draagt.
Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Ziet, Ik verkondig u groote blijdschap, die al den volke wezen zal, n.l. dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Heere, in de stad Davids.
Zoo had een Engel uit den hemel de herders toegesproken. Ja de Messias was verschenen. De Spruite Davids geboren. Dat Kindeke, daar in eenvoudige doeken, is Gods eigen Zoon, God geopenbaard in het vleesch. Ja, dat Kindeke is diegene, in Wien al de geslachten der aardie gezegend worden. Hij die als het zaad der vrouw den kop der slang vermorzelen en alzoo de werken des duivels verbreken zou, komt als de tweede Adam voor Zijn volk aanbrengen wat de eerste Adam had verdorven. De Zoon werd gegeven door God den Vader, in Wien rijke schatten liggen verborgen, die hier op aarde door de heilbegeerigen in beginsel, en eenmaal in de eeuwige woningen des lichts ten volle genoten en gesmaakt zullen worden.
Hij werd geboren, op Wien de vaderen hoopten, naar Wien zij verlangend uitzagen, van Wien nu reeds eeuwen lang de blijde feestzangen ten hemel opstijgen. Dat Kindeke, dat daar geboren werd in Bethlehem, liggende in de kribbe, kwam om voor een in zichzelven verloren volk ; te sterven en door Zijn sterven voor dat volk het leven te verwerven, dat hier op aarde een rijk kwam stichten, geestelijk en niet van deze wereld, dat in voortreffelijkheid zoowel als in uitgebreidheid, als ook in innerlijke waarde alle rijken dier aarde verre zou overtreffen. Want ja, dat hulp behoevend Kindeke is inderdaad een Koning, ja, de Koning aller koningen, van Wien David een schaduwbeeld was, om te regeeren over het huis van Jacob, wiens heerschappij geen einde zou nemen. Dat Kindeke, dat daar nederlag, onaanzienlijk voor de wereld, was de eigen Zoon van God, geboren uit een vrouw, naar het vleesch arm, ja, als een der armste der menschen.
Wonderbare, doch gezegende gebeurtenis ! Vorst Messias heeft een kribbe tot Zijn wieg, en dat is Hij, Die te gebieden heeft en het staat er. Wiens is al het goud en zilver en het vee op duizend bergen, Die heerlijkheid had bij den Vader, eer de wereld was. Die Vorst, in den hemel omringd en gehuldigd door duizendtallen engelen, werd arm om armen en in zichzelven verlorenen rijk en gelukkig te maken. Ja, dat Kindeke in Bethlehem is de Koning Zijner zoo duur gekochte gemeente.
Is daar ook een aanbidden van dat wonder der goddelijke ontferming ? O, de diepe beteekenis van ; diit eeuwig wonder kan slechts eenigermate gekend worden door hen, die door Gods genade onder de onnaspeurlijke leiding des H. Geestes van eigen armoede en schuld zijn overtuigd. Daarom zal Gods volk, als de Heere ze inleidt in Zijne binnenkameren, nimmer moede worden dit wonder van vrije ontferming te bepeinzen, want immers de komst van den Christus in het vleesch bevat de blijdste aller tijdingen ; n.l. de Zaligmaker is gekomen, die hen van zondeschuld en den dood verlossen zal. Ja, dan wordt wel eens een zielevrede ervaren, die alle verstand te boven gaat, te midden van de stormen des levens en de aanvechtingen van Satan. Ja, als de aanklager der broederen het hun bang maakt en hun wijst op hunne zonden, mogen zij vluchten tot Hem, Die de zonden Zijns volks achter Zijnen rug in de zee der eeuwige vergetelheid heeft geworpen.
2. Welke eeretitels Het draagt. En men noemt Zijnen Naam : Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid. Vredevorst. In al deze namen worden ons te kennen gegeven de gezegende eigenschappen van dat Kindeke in Bethlehems kribbe neergelegen. Allereerst de naam : Wonderlijk. En wel mag de Spruite Davids, de Messias, zoo heeten, want alzoo heeft de Heere zich betoond van het begin van Zijn aardsche leven tot Zijn einde toe. De nederige maagd Maria brengt in Bethlehems stal haar eerstgeborene ter wereld en in 'diezelfde ure daalt de mienigte .des hemelschen heirlegers .op aarde en zingt Zijn geboortelied. Voorwaar, Hij is wonderlijk. 'Een vierm.oeide wandelaar zit daar neidei-aan de Jacobsbron en vraagt aan .de Samaritaansche vrouw oim een teug water, en deze ontdekt haar als de Alwetende, geheel haar verborgen leven. Ja Zijn Naam is Wonderlijk. Afgemat ligt Hij neder op een oorkussen in het schip, en geen loeiende stormwind kan Hem in Zijn slaap storen ; door Zijne onrustige jongeren gewekt, strekt Hij Zijn arm uit, die met Almacht is bekleed en gebiedt als de God der natuur wind en baren met het: zwijg, weest stil! Ja, voorwaar. Zijn Naam is Wonderlijk. Ziet Hem staan aan Lazarus' graf, en als Overwinnaar over dood en graf spreekt Hij : Kom uit, en de doode herleeft. In het laatste deel van Zijn lijdensweg op aarde, laat Hij zich door Zijne vijanden binden en Hij wil niet de tw.aalf legioenen engelen ontbieden, die wachten op Zijn wenken. Aan het kruis geklonken, hangt Hij tusschen misdadigers, als een van God verlatene en klaagt daar : Mij dorst — en als een Koning opent Hij het Paradijs voor een boetvaardige. Hij buigt daarna 't hoofd en sterft, en als de Overwinnaar van dood en graf staat Hij als de Vorst des levens op. Hoe zullen wij Hem noemen ?
Zijn Naam is Wonderlijk. Maar ook draagt dat Kindeke den naam : Raad. Zet lU neder naast die schare, .die naar den Heere luistert. Hij is de goddelijke Leeraar, de Raadsman der verslagenen, de Trooster der bedroefden. Nooit sprak iemand zooais Deze. Hij verklaart de schare den verborgen, eeuwigen Raad Gods en ontdekt den wieg tot behoudenis van verlorenen. Hij opent de schare de diepten van het menschelijk hart. Hij schuift een weinig het gordijn weg, dat de toekomst bedekt houdt. Zoo leert de Heere als machthebbende. Voorwaar, Zijn Naam is Raad.
De naam Sterke God wordt aan de beide vorige namen toegevoegd. De Vader wordt in den Zoon verheerlijkt en wie Hem eert, eert de Vader—Hoort gij die stem daar bij den Jordaan? Deze is Mijn Zoon, in welken Ik Mijn welbehagen heb. Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien. Ja, Hij is God, boven allen te prijzen in der eeuwigheid, voor Wien een Thomas neervalt in aanbidding met het: Mijn Heere en mijn God. Voorwaar, Hij mag heeten : Sterke God. Met recht draagt ook dat Kindeke den naam : Vader der eeuwigheid. Zijn bestaan begint niet bij Zijn menschwording. Hij kon zeggen : Eer Abraham was, ben Ik. Hij mag bidden : Vader, verheerlijk Mij met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. Hij is de tweede Persoon der goddelijke Drieeenheid, en als het afschijnsel van Gods heerlijkheid : Vader der eeuwigheid. Maar ook eindelijk mag dat Kindeke dragen den naam ; Vredevorst. Vrede op aarde, zoo jubelden de engelen in Ephrata's velden. Ja, vrede schenkt Hij (niet den uiterlijken vrede) maar innerlijken vrede in het door schuldbesef verslagen harte, bij de betuiging van vergeving der zonde. Den door onweder voortgedrevene geeft Hij rust. Ja, het verloste volk dat in het Vredeoord zich mag bevinden, heeft dien vrede hier op aarde ervaren, toen de Heere Zich in al Zijn dierbaarheid openbaarde en mocht door genade met een Simeom lin vrede heengaan.
Maar — medereizigers naar de groote eeuwigheid ! Wie is dat Kindeke voor ons persoonlijk. Nu is idat Kindeke verhoogd aan de rechterhand Gods en gesteld om te oordeelen die levenden en de dooden. Allen zullen wij Hem ontmoeten. Wee onzer ! als men Zijn bloed dan onrein geacht heeft en met een valschen vrede deze aarde verliet. Wat zal het een ontzettend ontwaken zijn. Och ! mocht men zich ernstig laten onderzoeken en den Heere vragen : Heere ! als er nog een schadelijke weg is, leidt Gij mij op den eeuwigen.
Och, dat men roepe en worstele, dat de Heere mocht komen; met het ontdekkend licht des Heiligen Geestes, opdat men zondaar in eigen oog mocht worden. Dan leert men roepen om genade. dan zal men verstaan wat de Psalmist uitspreekt van het gekneld liggen in banden van den dood ; dan leert men roepen: Och, Heere, och wierd mijn ziel door U gered.
Gods begenadigd volk zal eenmaal hun Koning aanschouwen, die als Borg voor hen optrad. Daar zullen ze Hem eeuwig danken voor de vrije genade, hun, onwaardigen, geschonken en eeuwig Hem bewonderen.
Wezep.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 december 1923
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's