De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Nog één poging
De laatste poging tot vorming van en rechtsch parlementair Kabinet, lijkt ons, na het verzoek namens de rechtsche fracties der Tweede Kamer van de heeren Rutgers, Schokking en Nolens aan H.M. de Koningin om van de aan de rechterzijde gegeven opdracht te worden ontheven, mislukt.
Na dit verzoek hebben wij geen behoefte meer om over de vraag na te pleiten, of de opdracht, welke de Koningin aan de rechterzijde der Tweede Kamer gaf, al of niet in constitutioneelen zin genomen, juist was. Het wil ons voorkomen dat wat daar over in de Pers voorkwam, van overdrijving niet is vrij te pleiten.
Thans staan wij voor de vraag : Wat nu ?
Wij namen de vrijheid het woord „parlementair" in den eersten zin van dit artikel te onderstreepen, omdat het ons wèl voorkomt, dat thans de vorming van een rechtsch parlementair Kabinet is uitgesloten, doordat de rechterzijde niet in staat bleek tot overeenstemming te geraken, maar dat dit nog niet het geval behoeft te zijn, zoo een poging gewaagd werd om een Ministerie te vormen, waarin rechtsche Ministers zitting hebben, zonder dat dit Kabinet rust op eene meerderheid in de Tweede Kamer.
De poging, die de heer Beelaerts deed doch mislukte, schijnt ons voor zulk een stap niet in den weg te staan. Wij kunnen ons voorstellen, dat er een man van gezag en positie aan de rechterzijde te vinden is, die met een opdracht tot kabinetsformatie belast, wel degelijk in staat zou zijn een aantal mannen om zich heen te vergaderen die bereid zouden zijn een nieuw Ministerie. Deze poging zal moeten worden beproefd, alvorens de laatste uitweg wordt ingeslagen : een weigering van ontslag aan het demissionaire Kabinet. Want werd tot dit laatste besloten, dan zouden de moeilijkheden niet zijn te overzien.
Alzoo een Kabinet van rechtsche mannen, die zitting nemen zonder vooraf met de partijen der rechterzijde te hebben overleg gepleegd.
De nood der tijden dringt. Zoowel het herstel van het financieel evenwicht als de defensie van Indië roepen om afdoening.

Geen verbrokkeling.
Naar de Christelijk Historisclie Zuid-Hollander bericht, heeft ds. Stigter, predikant te Berkel en Rodenrijs, als lid van de Herv. QGref. Staatspartij bedankt.
Eerst ging de heer Hagen, van Amsterdam, heen en nu weer een ander voorman, ds. Stigter.
Mag men de geruchten gelooven, dan zullen er binnenkort meerderen volgen. Deze gang van zaken bij de Herv. Geref. Staatspartij verwondert ons niet. De oorzaak ligt, naar het ons wil voorkomen, zoowel bij de partij zélf als bij het orgaan, dat zij uitgeeft.
Een politieke organisatie, welke geen positieve Staatkundige beginselen voorstaat, maar zich verloopt in negatieve leuzen, is ten doode opgeschreven. De leden der partij mogen zich voor een oogenblik aan 't negatieve kunnen vergapen, maar op den duur krijgt men geen enkel serieus kiezer meer mee.
Onze tijd vraagt mannen, die weten wat zij willen, en die zich spenen van al wat vaag is.
En zooals het met de partij is gesteld, zoo staat het ook met het orgaan Staat en Kerk.
Door week aan week op eenzelfde aambeeld te hameren wordt men te lange leste vervelend. Daarbij komt dat verdachtmaking en profanie wapenen zijn, die in het tuighuis van een partij, die zich christelijk noemt, niet thuis behooren.
De anti-papistische Staat en Kerk, waarin wij in den beginne wel eens een interessant artikeltje aantroffen, wordt meer en meer een blad dat in clericale richting gaat verloopen.
Dat dit afstuit, is begrijpelijk. Nu kan een partij, zoolang zij hare mannen buiten de colleges beeft, gemakkelijk critiek oefenen, maar anders wordt het, zoo zij tot mede-regeeren is geroepen.
En dit zien wij in de Staten-colleges en de Gemeenteraden telkens gebeuren waar hier en daar een lid van de Herv. Geref. Staatspartij zitting, heeft. Wat nu valt op te merken, is, dat de Herv. Geref. Staatspartij met hare mannen in deze lichamen wat verlegen zit.
De oorzaak daarvan schuilt niet bij deze mannen zélf, maar bij de organisatie, die zij vertegenwoordigen. Waar de partij niet weet wat zij wil, daar kan men het haar leden niet kwalijk nemen als ook zij elk vast standpunt missen.
Dit bleek nog onlangs, toen bijv. de eenige Herv. Geref. Staatspartij er in de Staten van Zuid-Holland tegelijk met een aantal Roomsch Katholieken zijn stem tegen de invoering van het ambtsgebed in de Staten uitbracht en daarvan geven de beide raadsleden in den Gemeenteraad van 's Gravenhage ook telkens blijk.
Het meest jammerlijke van het geval is, dat door de splitsing in allerlei partijen en partijtjes de kracht van het Protestantsch Christelijk beginsel in ons Staatkundig leven gebroken wordt, waarvan dan de tegenpartij het profijt heeft.
Intusschen, wij vertrouwen, dat de oogen van ons volk voor' de gevolgen van deze verbrokkeling van lieverlede zullen opengaan.
Wij leven niet in een tijd, waarin zulks geoorloofd kan zijn. Meer dan ooit is een eendrachtig optreden op het Staatkundig erf noodzakelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's