De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenvoudige Bijbellezing

1 Timotheus.

5 minuten leestijd

Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben; al Zijne lankmoedigheid zou betoonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem gelooven zullen ten eeuwigen leven. Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkbeid in alle eeuwigheid ! Amen.1 Timotheus 1 vers 16 en 17.

Al Zijne lankmoedigheid. De Apostel noemde zich den voornaamste van alle zondaren. Hij was. toch een godslasteraar, een vervolger en een verdrukker geweest. Telkens vermeldt hij het met groote schaamte, met diepe smart, dat hij de Gemeente des Heeren vervolgd heeft. Een slechter mensch dan hij zelf is, kan hij zich niet bedenken. Maar let er nu op, hierbij blijft hij niet staan. Hij zoekt niet zijn vermaak in het breed uitmeten zijner ellende. Zooals het toch bij menigeen schijnt te zijn. Zij komen nooit verder dan de klacht over hun diep bederf. Aan de klare Bijbeltaal hebben zij hierbij niet meer genoeg. Er moeten allerlei krachttermen bij, soms nog wel woorden uit de Schrift, maar die geheel en al losgerukt zijn uit hun verband, uit hun geschiedenis. Het zijn dan nog wel woorden uit den Bijbel, maar de taal der Heilige Schrift vinden wij er niet meer in terug. Maar het zijn dan toch ten slotte alleen maar woorden, en nog eens woorden, over de zonde, en daar blijft het bij. De levende klacht is schaarsch in woorden, maar zij komt voort uit de veelheid der gedachten, uit eene innige beleving van het Schriftwoord, uit de bekendmaking Gods aangaande onze zonde. Maar wijl deze Godsopenbaring een levendige is, blijft zij nooit in de klacht staan. Zij schrijdt noodwendig verder tot de uitgaande en wederkeerende daden des geloofs. Zij hongert en dorst er naar om het heil, dat in Christus is, deelachtig te worden. Dat is de uitgaande daad. En de wederkeerende is, dat God door den Heiligen Geest aan 't hart toepast : u is barmhartigheid geschied, al uwe zonden zijn u vergeven.
Hiervan getuigt de apostel. Ik ben de slechtste, zegt hij, maar de heerlijkste liefde is aan mij bewezen. Ik kon 't niet slechter maken, maar de Heere Jezus kon het voor mij niet beter maken. Al wat Hij kon, heeft Hij aan mij gedaan; . Al Zijn lankmoedigheid heeft Hij mij betoond. Men legge den nadruk op „al". Het staat tegenover het woord „voornaamste". Aan den diepst gevallen zondaar is de meest nederbuigende liefde bewezen. Eigenlijk wilde Paulus niet spreken van zijn ellende. Had hij er buiten gekund om even krachtig te getuigen van de liefde Gods, dan had hij het gedaan. Maar hij kon er niet van zwijgen om het licht te werpen op al Christus' lankmoedigheid. Geen vermaak in de ellende, maar wèl in de liefde des Heeren. De liefde die gelukkig maakt, die wederliefde werkt. En daarom gaat het toch maar, zooals Timotheus aan de Wetspredikers moest zeggen.
Tot een voorbeeld. Paulus stelt zijn eigen bekeering tot een voorbeeld. Natuurlijk niet wat betreft de wijze waarop zij heeft plaats gehad, maar wel wat de groote hoofdzaa.k aangaat. De wijize van bekeering is ook niet het voornaamste. Paulus heeft er niet aan gedacht aan Timotheus de noodzakelijkheid van een Damascus-bekeering voor te houden. Timotheus was van zijn jeugd af getrokken geweest door de liefde des Heeren. Hij had een heel ander leven gehad dan Paulus. Daarom was het ook niet te verwachten dat hij door een plotseling ingrijpende daad des Heeren tot de kennis van zijn schuld kwam, zooals 't bij Paulus was, die in zijn onwetendheid voortsnelde op den weg des verderfs. Neen, over de wijze van bekeering wil Paulus in het geheel niet spreken. En toch heeft hij met liefde aan Timotheus geschreven over „onzen"" Vader en over Jezus Christus „onzen" Heere. Het gaat hem over de groote hoofdzaak der bekeering n.l. over de kennis van de liefde des Heeren. Niet over den weg der bekeering, maar wel over de zaak waartoe de bekeering leidt. Het is ook eigenlijk tot verkleining van de veelzijdige liefdemacht van God als de geloovigen elkander één bepaalde methode van bekeering gaan voorschrijven. Met vele woorden zeggen zij dan tot elkander : als het nu met u niet precies zoo gegaan is als met mij, is het met u niets waard. Zij bevechten dan elkander, leven vaak in groote oneenigheid, omdat zij hun eigen bevindingen anderen ais maatstaf aanleggen. En zij bedenken niet dat zij daarin aan de eer Gods te kort doen. Alsof de Heere op het terrein der genade niet even rijk en veelzijdig zou zijn als in het rijk der natuur. Eén zon wekt toch de grootste verscheidenheid. Maar zoo ook wordt door een en dezelfde Liefde menigvuldig leven geboren. Maar de menschen willen vaak zichzelf méér eeren dan God. Paulus stelt dé wijze waarop de Heere hem wederbracht niet tot maatstaf, maar wel de barmhartigheid waaraan hij alles te danken heeft. Is aan hem die gunst bewezen, wel, dan behoeft niemand te wanhopen dat er bij den Heere geen ontferming zou zijn. De slechtste is gered. En die slechtste ben ik, zegt hij. Predikt het dan maar vrij dat er bij den Heere genade is voor den voornaamste der zondaren. God heeft er een voorbeeld van gegeven, een teekening, een levend beeld. In Paulus zelf heeft de Heere een voorbeeld gegeven van Zijn liefde, zooals een schilder een voorbeeld geeft van zijn kunst. Paulus zelf is een levendige Evangelieprediking.
Geen wonder dat hij eindigt in een lofverheffing van God. Hij begon, toen hij over zichzelf sprak, met Christus te danken. Hij eindigt met de verheerlijking van den Koning der eeuwen, Die over den tijd heerscht, ook over het tijdstip zijner bekeering ; met den lof van den onverderfelijken God, Wiens werk eeuwig stand houdt, ook het werk Zijner liefde ; met den roem van den onzienlijken God, aan Wien hij vasthoudt, alsof hij Hem zag en den alleen wijzen God, Wiens wijsheid door geen nietig mensch is te bepalen. Hem zij de eer en de verheerlijking in alle eeuwigheid. En hiermede eindigt de apostel, toen hij sprak over zichzelf. En met een „amen" zet hij het vast, als eene rotsvaste waarheid. God alleen worde geprezen in het werk der zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 januari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's