De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

Uw wil geschiede

12 minuten leestijd

Rachels zonen. Dat zij zijinen naam noemde Ben-oni, maar zijn vader noemde hem Benjamin. Genesis 35 vers 18b. want hij (Jozef) was hem een zoon des ouderdoms. Genesis 37.

Op den weg, waarlangs zijn God hem leidde, vomd Jacobs zieleleven verdieping en dientengevolge onderging zijn levenswandel vernieuwing. Als hij geestelijk gesterkt uit Pniël komt, waar hij God heeft gezien en zijn ziel is gered geweest, moeten de vreemde goden wijken uit zijne tenten en als straks God de Heere de belofte van Zijn trouwverbond vernieuwt, is de heerlijke vrucht daarvan de opwekking, die hij richt tot de zijnen : laat ons optrekken naar Bethel, en ik zal aldaar een altaar bouwen voor dien God, die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid.
't Valt niet te ontkennen, in Haran waren tijden, waarin een blik in Jacobs persoonlijk-en gezinsleven u de verbaasde vraag op de lippen brengt: is dit die man van Bethel, die onder het smaken van Gods bijzondere gunst de woorden sprak : „dit is niet dan een huis Gods en een poort des hemels" ? Waar is het gebleven ? Maar het is als of hij bij de nadering van het land der belofte ook den God der belofte weer naderkomt. Diep grieven hem de gruweldaden zijner zonen en oprechte wederkeer tot den Heere noopt hem zijn tent te zuiveren van al wat God mishaagt ; naar Bethel trekt zijn hart. O, de banden door God gelegd, kunnen wel rekken, maar niet breken. Te Bethel bouwt hij zijn God het altaar, en Hij, die hem antwoordt ten dage zijner benauwdheid, verschijnt hem zegenend bij het altaar, vernieuwt Zijn belofte en verandert den naam Zijns knechts in Israël en breidt over hem uit den schitterenden vleugel Zijner tronw. Vandaar gaat het Zuidwaarts, naar Hebron, waar de hoogbejaarde Izak den weergekeerden zoon wacht, om in vrede te kunnen heengaan.
Maar eer Jacob den ouden vader de oogen kan toedrukken, wacht hem nog zwaarder beproeving. Op weg van Bethel naar Mamre slaat ten tweeden male voor Rachel de ure van moederweelde en moedersmart. Gewoonlijk is om de weelde de smart dra vergeten, maar hier verduistert de smart de weelde, en stervend lispelt de moeder den naam van het zoo vurig begeerde kind, Benoni, smarte-kind. Rachels uitgang uit dit leven was een duistere. Maar in Jacob breekt in deze aangrijpende ure de kracht der godzaligheid door. O, hij kan zonder morren de oogen zijner meestgeliefde gade toedrukken en met een Job 't stof van wat hem allerdierbaarst was op aarde aan de donkere groeve afstaan. Straks delft hij haar met eigen hand een laatste rustplaats langs den weg naar Efratha, waarbij zeker zijn neervlietende tranen de aarde gedrenkt hebben, maar geen gemor werd gehoord. Waaruit wij dat weten ? Hieruit, dat hij den naam van den jonggeborene niet Ben-oni, smarte-kind, laat blijven, maar dien verandert in Benjamin, zoon mijner rechterhand, kind van steun en troost.
Deze dingen gaan diep. God ontneemt hem 't liefste op aarde. Rachel is niet meer. Maar o, hier is meer nog. 't Is alsof God de Heere met haar stof haar ook de plaats ontneemt, die Rachel in Jacobs hart en in zijn leven had ingenomen. Ver van het erf-graf van zijn geslacht moet Jacob het stof zijner dierbare doode hier aan den weg — laat ik maar zeggen — in ongewijde aarde begraven. Lea's stof zal rusten aan Jacobs zijde in de grafstede van het geslacht, Machpela.
De mensch ziet aan wat voor oogen is ; misschien zijn wij geneigd om Jacobs voorliefde voor Rachel te deelen, maar wordt het hier niet duidelijk, dat God voor de zijnen een vergevend God is, hoewel wraak doende over hunne daden ? Wijst God Zelf in dit gebeuren Lea niet aan als Jacobs wettige vrouw ? Uit haar schoot is Juda geboren, tot wien 's vaders zegenwoord uitgaat: Juda, gij zijt het; terwijl in dien zelfden vader-zegen Jozefs naam wordt verzwegen en in Machpela's koele grafkamer Rachels stof wordt gemist. Is het niet, alsof de Heere zelf hierdoor te kennen geeft: Rachel behoort niet aan Jacobs zijde ?
Maar merk nu ook op, welk een geduld, welk een erbarming, welk een moederlijke teederheid in dit Godsgericht ! Eerst moet Jacob in Pniël en Bethel gesterkt in den God, die hem antwoordt ten dage zijner benauwdheid ; en dan, als hij de kracht ontving om met lijdzaamheid te loopen de loopbaan hem voorgesteld, dan is de tijd gekomen dat de band moet losgeknoopt die gelegd is ouder den aandrang van het natuurlijk hart, ontroerd door den ademtocht eener schuldige liefde. O, bewonder en aanbid met mij die wondere lankmoedigheid, die ondoorgrondelijke wijsheid Gods. Hij wil toonen Zijn almacht, door uit een verbintenis, die op zichzelf te veroordeelen is, een kind dies verbonds te verwekken. Hij, die machtig is om uit het kwade het goede te doen opspruiten. Hij had in den eersten nacht van dezen zondigen echt Rachels levensdraad kunnen afsnijden. Maar neen, eerst moet Rachel leeren bidden en Jacob door vallen en opstaan, door diepte en dorsching Gode leeren zwijgen. Hem leeren afstaan wat Hij neemt. O, onze God is een vergevend God, hoewel wraakdoende over onze daden. Of wat dunkt u, moet het Jacob niet door de ziel snijden, als hij 't stof zijner aangebeden Rachel in ongewijde aarde moet wegbergen, terwijl straks aan het zielloos stof van Lea de plaats der eere wordt ingeruimd en toegewezen, die haar hier is ontgaan. Hebt gij wel eens een dierbare doode begraven ? Kunt gij de gedachte vatten, die den man doet verlangen na het ontslapen te mogen rusten in één groeve met het stof zijner wellieve gade ? O, dan moet het u duidelijk zijn, hoe het Jacobs natuurlijk hart zal vermorzeld hebben dat God in het sterven oordeelt den band, die aan Rachel hem bond, en dan moet het u duidelijk zijn, wat groote genade aan Jacob verheerlijkt werd, dat hij in lijdzaamilieid en met stille overgave eener wondere eenswillendheid, Gods diepen weg kon gaan, en dat kon hij, getuige de naam zijns kinds Benjamin, 't Is alsof hij zich in het geloof ontworstelt aan den looden druk des weedoms, aan den ijzeren greep der smart, alsof zijne ziel zich opheft boven de duistere dalen der verbrijzeling en wandelt op de heuvelen van het licht ! Benjamin, zoon mijner rechterhand, o kind van troost en steun, dat mij immer herinnert aan mijne schuld en Gods geduld. O, toen God het Jacob en Rachel duidelijk maakte, dat zij elkaar niet mochten behouden, toen nam Hij Rachel tot zich en Hij gaf Zijn aohterblijvend kind genade om amen te zeggen: Heere, wat Gij doet is welgedaan. Benjamin, o Benjamin ! deze ure van diepe .oorworsteling blijve mij bij ! als een ure, die luide getuigt van Gods erbarming. O, mijn God, Gij zijt die God, die mij antwoordt ten dage mijner benauwdheid. Zoo trok Jacob van Bethel naar Mamre, en hoe wonderlijk het klinke, bijna reisde hij als de kamerling, zijn weg met blijdschap.
Verbaast het u nog, mijn lezer, dat Jacob Jozef liefhad boven al zijn zonen? Niemand, die deze diepe wegen en leidingen met hem kon doorvoelen en doorleven als deze zoon van Rachel. En als — gelijk duidelijk blijkt — reeds vroeg in het hart van dezen knaap het uitgestrooide zaad ontkiemt en de vreeze des Heeren opwast, o, dan is hem dit kind der zonde een nameloos teeder en dierbaar blijk van de trouw en de genade zijns Gods, die lust heeft in erbarming. Tast hij dan niet met beide handen in dit kind met zijn jeugdige godsvrucht het heerlijk bewijs van de vergevende Helde zijns Gods, die met rijken zegen kroont des vaders vermaan.
Jacob trok Jozef voor, zoo oordeelt men gewoonlijk. Wie, die van deze dingen ziet den achtergrond van doorworstelden geestesnood, durft er den ouden man hard om vallen ? Hij had dit kind lief, boven al zijne zonen, want hij was hem een zoon des ouderdoms. In zijn grijsheid is Jacob om Rachel door diepe afgronden gegaan. En in die innerlijk doorstreden levensnooden is in den dag zijns ouderdoms dit kind, dat God in het opwassen deed uitkomen als een kind des verbonds; hem tot grooten steun en zegen. Gewis, straks blijkt Jacob nog weer een zwak, gebrekkig, struikelend menschenkind, als hij deze teedere liefde tot Jozef ook nog voor anderen openbaart als zijn God. Die mocht het weten, Die wist er den wortel en de kracht van. Maar waarom, vader Jacob, draagt ge het uit voor de menschen ? Waarom maakt ge het kind uwer teederste liefde en gebeden tot een voorwerp van nijd en wrevel in de oogen zijner broeders? 't Is onduidbaar, als men hier anders niets zien wil dan de verdwazing van onbillijke ouders, die hun kinderen van zich en van elkander vervreemden door een zondige voorliefde, die slechts steunt op een naam of anderen wrakken grond. Dan zou Jacob na Rachels dood, na de geweldige en wonder-teedere Godsregeling op dezelfde wijze zijn voortgegaan en zijn zondige voorliefde voor de moeder hebben voortgezet in een zondige voorliefde voor haar kind. Neen, maar daar is zoo ontzaglijk veel gebeurd in en met en om dit kind en zijn moeder. En nu maakt de Heere het zoo wonderwel, nu neemt Hij de moeder in Zijn heerlijken, heiligen hemel, en het kind in Zijn onveranderlijk vreêverbond op.
Dat is 't waarom Jozef hem een kind des ouderdoms. Dat is in den dag zijner grijsheid voor hem de dierbare, teedere waarde van dit kind. Zoon des ouderdoms ! Wat natuurlijk niet beteekent, dat dit kind hem enkel maar op hoogen leeftijd geboren werd, want Benjamin werd veel later en de andere niet veel eerder geboren ; neen, maar in dit kind was hem het lichten zijns Gods ten tijde van zijn levensavond in dit kind smaakte zijn oude ziel zoo zeldzaam-zalig de vergevende liefde zijns Gods, die eeuwig-vrije 'genade«^die veel meer overvloedig werd waar de zonde meerder is geworden.
Nog een enkel woord over den bekenden veelvervigen rok, dien Jacob schonk aan dezen zoon des ouderdoms. Verdient het aanbeveling aan godsvrucht een premie te verbinden? Dat zeker niet. Toch is hier nog wel iets anders op te merken. Die gewraakte rok was een soort opperkleed, waarmede — naar sommiger aannemelijke verklaring — een plaats der eere werd aangeduid. Ruben, Lea's eerstgeborene, had zich, door zijn zondig vergrijp, dat niet nader behoeft aangeduid te worden, als eerstgeborene onmogelijk gemaakt. Als later de Joodsche wereld het Beloofde Zaad verwerpt en Christus uitbant, dan komen er anderen, van Oost en West, van Zuid en Noord om aan te zitten met de kinderen des Koninkrijks. Maar dan ergert zich die Joodsche wereld dood aan dien voorrang der heidenen, die toestroomen tot het Bloed der verzoening en 'dan loopt heel die Joodsche wereld over dat kleine kuddeke des Heeren heen. Zoo is het hier ook. Die veelvervige rok was meer dan teeken van vaderlijke verdwazing en het stellen van den een boven den ander; hij was teeken van verkiezing, van opname in het verbond. Jacob voelde den stillen steun dien hij, de oude vader, vond in den jeugdigen zoon, en hij zou een Ezau moeten geweest zijn om hier koud onder te blijven. Hij was echter geen Ezau, maar een Israël; in hem leefde door genade dat zelfde leven des verbonds als in zijn zoon. Dat bindt, meer nog dan het bloed. Dat beteekent niet, dat Jacob in alles vrijuit ging. Hij zou — kon hij het uiten — zelf de eerste zijn om dit af te weren en te belijden, dat hij nergens zonder schuld uitkwam en in velen struikelde.
Hier is leering voor ouders : Laten zij toch aan warmte des harten een stipt gevoel van zuiver recht paren, want zoo menig jong gemoed wordt in 's levens opgang vergiftigd door nijd en naijver en een gevoel van verongelijking. Bedenken wij het: de zonde ligt aan de deur van ons hart en van het hart onzer kinderen.
Zoo gemakkelijk gaat de giftplant van wangunst en ijverzucht op. Dit nam bij Jozefs broeders zulk een omvang aan, dat zij hem niet vredelijk meer konden toespreken. Een groeiende afkeer vervulde hun hart, bedreigde Jozefs leven ; zijn enkele verschijning wekte hem grimmigheid en hun eerste en eenige woord tot hem was wrang en hard en bitter. Zoo werd het leven dezer menschen vervuld met wrevel en haat, en al ging Jacob misschien niet geheel vrijuit, toch ware het dwaas om hem hiervan al de schuld te geven, want het is immers een gewoon verschijnsel. Licht en duisternis kunnen nu eenmaal niet vredig samenwonen. Van den Heere Jezus lasterde men dat Hij het volk opzette en beroerde. Immers altijd oog de lastering der wereld over des Heeren Kerk. Vrede is liefelijk en niet gemakkelijk te duur gekocht. Als het gaat om het eigen „ik" te doen zwijgen, uzelf te overwinnen, ter bewaring van den vrede, doe het dan, hoe zwaar het u valle. Wie zichzelf overwint is sterker, dan die een stad inneemt. Maar de prijs kan ook te duur worden, als vrede gaat ten koste der Waarheid.
Jozef weigerde dien prijs, en Jacob weigerde dien prijs. En ook Jezus Kerk weigere dien prijs, want de Waarheid is bovenal. Paulus vroeg den Galatiërs: ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende ? En daarmede trof hij de rechte snaar.
Het valt der wereld moeilijk een goed woord aan Christus' Kerk te wijden. Dit verontruste u niet en verdriete u niet al te zeer. Daar is, welbeschouwd niet anders te wachten. En daar is waarlijk reden uzelf duchtig te herzien, als de vijanden van het Kruis het wierookvat voor u zwaaien. Het viel Jozef zwaar, bij eigen broeders op haat te stuiten. Hoe dichterbij de pijl wordt afgeschoten, te dieper smart de wond. Maar de balsem van Gilead heelt alle wonden, ook de diepste. Hoe heerlijk smaakte Jacob de vertroosting des Heeren. Hij leerde de roede kussen, Gods slaande hand zegenen en ondervond de waarheid van het woord : Zie, God doet smart aan en verbindt; Hij doorwondt en Zijne handen heelen.
Worde zijn geloof ook u geschonken van den Vader der Lichten, opdat ook gij moogt weten wat het zegt: psalmen in den nacht, roemen in verdrukking, en ook uw ziel het den dichter moge nazingen :
In de grootste smarten, Blijven onze harten, In den Heer gerust 'k Zal Hem nooit vergeten Hem mijn Helper heeten. Al mijn hoop en lust.

A.

R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's