Ingezonden.
Maaien — wat niet gezaaid werd.
In aansluiting aan het sympathiek ingezonden van den (mij onbekenden) heer Van Amersfoort, voorkomende in de Waarheidsvriend van 1 Febr. 1924, het volgende:
Klagers over de Hervormde Kerk geen nood.
En waarlijk, als men dien Hervormden hond slaan wil..... stokken in massa ! Hier hebt ge er nog een : prof. Van der Leeuw (hoogleeraar te Groningen) schrijfit in één der pas verschenen handboekjes over Liturgie : „Wij hebben allen die vrijheid lief, die de toga, de gekleede jas, en zelfs het colbert evenzeer naast elkander verdraagt als de onvervalschte confessie, ketterij en allerlei slag en zelfs volstrekte belijdenisloosheid. Er is iets gezonds (sic !) in deze volslagen ongebondenheid (Aangehaald in Zoeklicht 1 Febr. '24). ledere zin, ja, ieder woord bijna prikkelt, doet u boos worden, verontwaardigd zijn over zulk een goddelooze (te sterk ?) nonchalance van een professor in de theologie. Maar ! er zijn nog andere hoogleeraren. Aan dezelfde Universiteit waar prof. Van der Leeuw zijn persoonlijike meeningen over het Christendom ten beste keert, is pas benoemd: prof. Haitjema. In zijn rede bij de aanvaarding van het hoogleeraarsambt uitgesproken, doet hij hoopvolle klanken hooren. De inhoud dier rede zou zijn weer te geven in het devies, dat in het oude wapen staat der Groningsche Universiteit: Verbum Domini lucerna pedibus nostris" (Gods Woord een licht voor onze voeten). Dat Gods-Woord dan opgevat in zijn spanningsvolle drieeenigheid : Christus èn Evangeliewoord èn Schrift-woord (Zie dr. Haitjema. De Norm der Waanheid, pag. 42 en 39). Later zegt de nieuwe professor tegen de heeren a.s. predikanten (pag. 4.11) : Gij zult het begrijpelijk vinden, dat ik u, waar in mijn beschouwingen het Woord Gods zoo in het middelpunt staat, gaarne zag worden Dienaren des Woords Het Woord moet het doen Wanneer gij eerlang een Gemeente moogt gaan dienen in dit treffelijk ambt, heeft zulk een Gemeente geen behoefte aan uwe persoonlijke ideeën over het Christendom ; de Gemeente van Christus heeft behoefte aan de prediking van het Woord."
Zie! als God zulke mannen aan onze Kerk schenkt, hebben we nog niet te wanhopen. Als met dezen, de professoren Van Leeuwen, Noordtzij en Visscher (wien ik vergat, worde aangevuld) de studenten in de theologie vormen zullen tot Verbi Divini Ministri (dienaren des Goddelijken Woords) (zie pag. 45) dan is onze verwachting nog niet klein. Want, in den regel : zoo predikant, zoo gemeente. Wat de predikers zaaien (van kansels en catechisatie-katheders) zal ook gemaaid worden. En wat werd de laatste 50 jaren gezaaid ? Zie ik goed, dan is het meest ethisch zaad, dat nu ontkiemt, of waarvan reeds de bloesems bloeien of de vruchten rijpen. Maar (zoo ik mij niet bedrieg) groeit het aantal gereformeerde en confessioneele theologische candidaten. En dit mag een verblijdend teeken heeten. Want dit wil zeggen, dat t straks meer en meer Gods Woord zal gepredikt — en niet de persoonlijke meeningen der afzonderlijke predikanten.
Wat ons dus te doen staat? Naar ik meen : doen, wat de heer Van Amersfoort in bovenaangehaald ingezonden maande.
En voorts : wat prof. Hepp (Reformatie, 1 Febr. '24) zegt t.o.v. Europa, zou haast woordelijk toe te passen zijn op de Hervormde Kerk. Een enkele zin : „ onze verwachting moet afwachting zijn. Zelfs mogen we nog hopen (die) hoop moet gevest staan op Gods barmhartigheid. En dan rijzen voor mij op de vlammen en sulferdampen van het ondergaande Sodom. Waren er nog weinige rechtvaardigen in de stad geweest, dit zou niet gebeurd zijn. God heeft nog rechtvaardigen in Europa (lees : Hervormde Kerk !) overgelaten.
Dat is onze lichtstraal."
Ten slotte aan alle klagers : Geeft uw geld, dat dierbare geld eens, waar het noodig is, om Gods Koninkrijk uit te breiden — 't zij dat er dan loodsen gebouwd. Zendelingen weggestuurd, studenten tot predikanten gevormd moeten worden, of iets dergelijks.
En voegt bij uwe gave een stil gebed. En klaagt niet alleen — maar dankt! Met dank voor de plaatsing.
Kr., 4 Febr. '24. JOH. P. VAN M.
VLAARDINGEN, 4 Febr. 1924.
Geachte Redacteur,
Mag ik zoo vrij zijn U vriendelijk te verzoeken deze enkele regelen van een zuster der gemeente op te nemen in „de Waarheidsvriend", waarvan wij lezer zijn. Ik heb beide, stukken gelezen van ds. Van Schuppea en van de Redactie en het smart mij, dat het zoo tegen elkander gaat, daar U, geachte Redactie, en ds. Van Schuppen in éénzelfde Kerk woont en ik mag gelooven, dat u beiden van éénzelfde belijdenis zijt en één doel voor oogen hebt, maar langs verschillende wegen wilt wandelen en verschillende middelen wilt gebruiken. Nu ben ik het met U, geachte Redactie, eens, om in deze Gods tijd af te wachten en intusschen stil door te werken naar Zijn Woord. Het komt zoo goed uit, als wij Hem laten regeeren. En als wij zelf door genade krijgen te beleven alles wat er in het midden van onze diepgezonken Kerk plaats grijpt en wij mogen er met schuld onder uit komen, dan gaan wij ook beter zien wat zij, die in blindheid voortwandelen, doen en bedoelen, en tegelijk zullen wij lieflijk ervaren dat het eeuwige Gods-Wezen onze Hervormde Kerk nog niet verlaten heeft en dat zij, die op Hem mogen vertrouwen, niet beschaamd zullen uitkomen. Moeten wij dan lijden en verdrukking dragen, dan is het niet onverdiend, waarbij de genadige God ons steunen en verrassen wil, wat óok eld blijkt uit de wekelijksche inkomsten van hen, die aan de toekomst onzer Hervormde Kerk, om Gods wil, nog niet wanhopen ; en meer nog aan de prediking der Waarheid, welke de Heere in zoo menige gemeente onverdiend en ongedacht geven wil. Mogen wij daar iets van beleven, dan zullen wij den Heere smeeken, dat Hij ons verwaardigen mag nog een steentje bij te dragen tot den opbouw van het huis onzer Vaderen, en wij zullen vragen van Hem, dat straks de vijanden zeggen : Ziet, hoe lief zij elkander hebben. De Heere schenke dat om Zijns Naams wil en doe U niet vertragen. Mogen deze regelen, in eenvoud geschreven, medewerken om alle geschillen te doen verdwijnen, tot zegen voor onze Hervormde Kerk en tot eere van 's Heeren Naam.
Bij voorbaat mijn dank. Mej. D. M.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 februari 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's