Eenvoudige Bijbellezing
1 Timotheus.
14 Want dat is goed en aangenaam voor God onzen Zaligmaker, welke wil dat alle menschen zalig worden en tot kennis der waarheid komen. Want daar is één God, daar is ook één middelaar Gods en der menschen, de mensch Christus Jezus, Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd. 1 ïimotbeus 2 vers 3—6.
De voorbede die Gode aangenaam is. De apolstel gaat voort over de voorbede te schrijven die gedaan worde in de samenkomsten der Gemeente. Blijkbaar leefde de Gemeente te veel op zichzelf, zich in een hoekje terugtrekkende. Wel te begrijpen, als de vijandschap van buiten hen bedreigt en de haat der „koningen en die in hoogheid zijn" hen benauwt. Haast vanzelf wordt Gods volk dan een kudde die een grazige weide voor zichzelf zoekt. Maar dan gelijkt 't in niets op een leger dat ten strijde trekt tegen den belagenden vijand.
Dat wil de apostel anders hebben. Het is niet goed als de Gemeente slechts op eigen heil bedacht is en heel de breede wereld aan zichzelf overlaat. Ja zeker, dan kan men zich in eigen voorrechten gaan vermaken. Immers is de bijzondere genade, die de Heere aan de Zijnen bewijst, oneindig groot. Maar meestal duurt dat vermaak, dat Gods kinderen onder elkander hebben, niet lang. De schapen gaan dan vaak met elkander vechten. Dan n.l. wanneer men zich in eigen kring teruggetrokken heeft. Zeker, dan komen er wel legers op de been, maar de veldslagen worden geleverd binnen eigen muren.
Wat had Paulus toch een goeden kijk op de zaak ! Hij wilde dat er in de samenkomsten zou gebeden worden voor alle menschen. Dat wil God, schrijft hij. God, Die ook hier weer Zaligmaker genoemd wordt. Niet verderven, maar zaligmaken is Zijn eigenlijk werk.. Goed en aangenaam is het voor God, als Zijn volk in zijn gebed werkzaam is voor de wereld, voor alle menschen, voor koningen en die in hoogheid zijn. Laat men toch in on Zie dagen deze nadrukkelijke vermaning van den apostel niet met allerlei vroom gepraat in den wind slaan.
Met droefheid moeten wij soms opmerken, dat menschen, die strijden voor de Waarheid, zooals zij zelf dat zoo gaarne noemen, steeds maar weer met elkander strijden. In allerlei kleinzielige twisterijen over persoonlijke dingen vermorst men zijn tijd, terwijl de wereld in haar Godonteerend ongeloof veld wint van dag tot dag. Het gebeurde kort geleden op eene vergadering van zulke strijders, dat er heel lang gebeden werd om den ouderlingen vrede, terwijl er geen woordje af kon voor wat Paulus in ons hoofdstuk „vóór alle dingen" noemt. Opvallend, heel de vergadering droeg het kenmerk van haat en nijd ! 'k Geloof, dat het een .geweldige fout van onze dagen is dat men den Bijbel niet góéd leest. Men slaat het maar over wat Paulus in zijn herderlijken brief voorop zet, n.l. de voorbede voor anderen.
De apostel noemt een klemmende reden voor deze zaak, als hij zegt : God wil het. Over dien wil schrijft hij verder. God wil dat alle menschen zalig worden en tot kennis der waarheid komen. Waarlijk, de apostel is niet bevreesd dat er te velen zullen zalig worden. Wij moesten er in onze dagen ook niet bang voor zijn. God heeft geen lust in den dood des goddeloozen. En zie er nu elk mensch in uw omgeving maar eens op aan, zelfs den meest geopenbaarden vijand van Gods volk. Durft gij dan te zeggen, dat God diens verderf op het oog heeft ? Neen, dat kunt gij niet zeggen. Ook voor hem geldt het woord : „Zoo waarachtig als Ik leef, zegt de Heere, indien Ik lust heb aan den dood van eenen zondaar !" Welnu, dan zal er ook voor alle menschen, zelfs voor koningen, plaats zijn in de voorbede ider Gemeente.
Nu zegt Gods Woord ons wel duidelijk dat er een keur van Godswege over heel de menschheid gaat. Er is eene Gemeente der uitverkorenen. Wij moeten weten dat uit Gods liefde, die van eeuwigheid is, de zaligiheid voortkomt. Daarom wordt er duidelijk onderscheiden tusschen den verborgen wil Gods en Zijn geopenbaarden wil. Maar niemand meene, dat wij daarmede nu „klaar" zijn. Met een paar woorden te noemen wordt een kwestie niet opgelost. Wij staan hier ongetwijfeld voor een zeer moeilijk vraagstuk. Als God de zaligheid van alle menschen wil, of van allerlei soort menschen, zooals het in onzen tekst misschien opgevat moet worden, dan zal toch niemand durven ontkennen dat God dit niet oprecht wil, of dat de Heere Zijn wil niet kan uitvoeren ; hij zal ook niet mogen denken dat God dit maar zegt, n.l. dat Hij alle menschen wil zalig maken, om aan de predikers van het evangelie geen moeilijkheid in den weg te leggen. Wij moeten deze dingen onder de oogen durven zien, opdat wij bedenken zouden dat wij met eenige Waarheids-woorden de Waarheid Zelf toch niet kunnen doorgronden. Wij moeten het Woord maar laten wat het is." En ik ben liever niet „klaar" in mijn beschouwingen, dan dat ik iets ter eene zijde of ter anderer zijde van het geschreven Woord afdoe. Over dat Woord moeten Gods kinderen zich leeren verheugen, over Gods liefde in Christus, die hen persoonlijk geldt en die er eerder was dan de zonde, maar ook hierover, dat God wil dat alle menschen zalig worden. En wanneer dit laatste hen een zaak des gebeds mag zijn, wandelen zij een weg die goed en aangenaam is voor den Heere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 februari 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 februari 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's