Ingezonden.
Geachte Redactie.
Vergun mij wat plaatsruimte in „De Waarheidsvriend.." Bij voorbaat mijn dank.
Het trof mij, dat in het nummer van 15 Februari l.L een artikeltje voorkwam, dat op het terrein lag der paedagogiek. Een „witte raaf" onder de artikelen in ons Bondsorgaan. Jammer toch ! Mijns inziens is de band tusschen school en Kerk en huisgezin een te nauwe betrekking, om daar zoo weinig acht op te slaan. Vooral, waar er nu op tal van plaatsen Hervormde scholen opgericht worden, die uitgaan van hetzelfde gereformeerde beginsel, waarop de Gereformeerde Bond steunt. Het is helaas wel wat Iaat, dat velen onzer gereformeerden in de Hervormde Kerk daar nu pas toe overgaan, maar laten wen tenminste vast dankbaar zijn, dat het gebeurt.
Tal van berichten in onze onderwijsorganen zoowel als in onze dagbladen, zouden onder de oogen der lezers van „De Waarheidsvriend" gebracht kunnen worden, die actueel zijn voor den arbeid ten behoeve van de Christelijke School.
Het meeleven zou er door worden bevorderd en de Gereformeerde Bond er bij zijn gebaat. Tal van zaken, de school rakende, zijn ten nauwste verbanden aan het kerkelijk leven. Nu weten wij dikwijls niet eens hoe 't Hoofdbestuur daartegenover staat.
Ik noem slechts iets.
Onder de verschillende commissies, door den „Schoolraad" benoemd, behoort ook een commissie voor kerkelijke geschillen. Deze commissie bestaat uiit leden van „diverse pluimage." Is daar ook een Bondslid bij ? 'k Meen van niet. Zonder nu af te doen aan de bekwaamheid dezer mannen en de onpartijdigheid, vraag ik mijzelf toch af; Hoe zal het afloopen als eens iemand uit ons corps, lid van den Bond, bij die commissie terecht kwam? Bondsman zijn beteekent voor velen : Lastpost zijn. Ds. Goslinga is lid van het Bestuur, dat zich ten doel stelt den nood te lenigen onder de strijders voor de Vrije Christelijke Schooi in Saksen, naar ik meen. Wat doet men er voor in ons Bondsorgaan, dien arbeid uiteen te zetten en aan te prijzen ?
In de dagen der „Vlootwet" stonden er kolommen vol van in „De Waarheidsvriend." Zelf ben ik Antirevolutionair ; toch heb ik mijzelf wel eens afgevraagd : moeten daar zooveel woorden aan gewijd worden in een „kerkelijk blad'? Stond die „Vlootwetkwestie" ook al in verband met de oplossing der moeilijkheden in onze Hervormde Kerk?
Ik vraag het maar. Er is zooveel in die dagen, zoowel van rechts als links, gefabeld. De politiek is zoo duister vaak, en je kon 't niet weten. Het optimisme over de uitlating van het Ministerie over het kerkelijk vraagstuk, kan ik niet deelen, als men nuchter die zaak bekijkt ; 't is als zoo vaak : een kind met een lam handje.
Waartoe die opmerkingen ?
Wel, zou er nu niemand te vinden zijn, die de moeite nam in korte, pittige stukjes, wat Ie geven in ons orgaan op het terrein van den arbeid der Christelijke School ?
Misschien wordt er een saamhoorigheid uit geboren van besturen, ouders en onderwijzers, die lid zijn van den Gereformeerden Bond. Ik bedioel niet een aparte organisatie naast de bestaande, maar binnen de bestaande. Zooiets als Gereformeerd Schoolverband. Nu ziet men vaak mannen van éénzelfde beginsel in verschillend gareel gespannen. En laten wij het maar eerlijk bekennen, ten opzichte van onze Hervormd Gereformeerde menschen geldt het nog op velerlei gebied : (politiek, Kerik en School). Met u, over u, zonder u.
Daar moet een einde aan komen. En dat kan, als we elkaar leeren kennen en vinden.
P. SMITS.
Goudraan, 26 Febr. 1924.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 februari 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 februari 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's