Huiscatechisatie.
De leer der Heilige Schrift.
26. Vraag : Hoe kunnen wij dat met een vreemd woord aanduiden ? Antwoord : De Heilige Geest is de Auteurprimarius, de bijbelschrijvers zijn slechts secundaire auteurs.
27. Vraag : Hoedanig is de inspiratie dus geweest ? Antwoord : Wij spreken van een organische inspiratie, daar de Heilige Geest de profeten en apostelen als redelijke en zedelijke schepsels gebruikt heeft, om door hen te spreken. De Geest des Heeren is in de profeten en apostelen zelven ingegaan en heeft hen alzoo in dienst genomen en geleid, dat zij zelven onderzochten en dachten, spraken en schreven en daarbij voortbrachten wat de Heilige Geest wilde. Veel is onmiddellijk, veel ook in den middellijken weg tot de Godsmannen gekomen en dat alles is door den H. Geest ons gegeven als Gods Woord. 2 Petrus 1 vers 21 : „De heilige menschen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde hebben ze gesproken."
28. Vraag : Welke drie dingen hebben wij bij de inspiratie op te merken ? Antwoord : Tot de ingeving der Heilige Schrift behoorde drieërlei daad des Geestes: 1. aandrijving (impulsie) waar door de heilige schrijvers door Hem tot schrijven werden gebracht, want ook daartoe kwamen zij niet zonder Zijn leiding ; 2. voorlichting (illuminatie), waar door hun helderheid en zekerheid gegeven werd omtrent 't geen dat zij te schrijven hadden ; 3. bewaring (directie), waardoor zij tegen alle dwaling werden beveiligd.
29. Vraag : Hoe spreken de Ethischen wel over den Bijbel als Gods Woord ? Antwoord : De Ethischen zeggen : in den Bijbel is Gods Woord. De Gereformeerden zeggen : de Bijbel is Gods Woord.
30. Vraag : Wat beteekent het als wij zeggen : de Bijbel is Gods Woord ? Antwoord : Als de Gereformeerden zeggen : héél de Bijbel is Gods Woord, dan willen zij te kennen geven dat héél de Schrift door den Heiligen Geest is ingegeven en alles wat er in staat door den Heere op schrift is gesteld, ook wat niet door Hem Zelf gesproken is. Zooals de Schrift is, zóó wil God spreken tot Zijn Kerk en tot de wereld.
31. Vraag : Waarin verschilt het ongeloof ten opzichte van de openbaring met de belijdenis van den Gereformeerde ? Antwoord: Van den openbaring van den verborgen Raad Gods, die nooit in een menschenhart kon opkomen en die dan ook echt openbaring Gods is, wil 't ongeloof niet weten, waar de Kerk van Christus door alle tijden heen die beleed.
32. Vraag : Hoe staat de Ethische tusschen de beschouwing van het ongeloof en de belijdenis van den Gereformeerde in ? Antwoord : De Gereformeerde belijdt, dat de Heilige Geest de eerste Werkmeester is, die door middel van profeten en apostelen gesproken en geschreven heeft. Zoo is de Bijbel Gods Woord èn om zijn oorsprong èn om zijn inhoud. Het ongeloof verklaart alles uit den mensch en verwerpt het. De Ethische richting is 't ongeloof veel te ver tegemoet gekomen om de operbaring te scheiden van het opschrijven er van. Het op schrift stellen wordt door de Ethischen tot een verschijnsel gemaakt, dat geheel ethisch uit de personen, omstandigheden en gebeurtenissen te verklaren viel. Vandaar de verschillende beschouwing ten opzichte van den Bijbel bij de Ethischen die zeggen : in den Bijbel is Gods Woord en bij de Gereformeerden, die zeggen : de Bijbel is Gods Woord:
33. Vraag : Wat is van die Ethische Schriftbescbouwing nog meer te zeggen ? Antwoord : De Ethische beschouwing is : zooals Da Costa als een wedergeborene bezield en geïnspireerd is geworden om als Christen-dichter zijn zangen neer te schrijven, zoo zijn mannen als Mozes, David, Jesaja, Paulus en anderen geïnspireerd om hun gedachten op schrift te stellen. Geheiligd, vroom menschenwerk dus, geboren uit vrome lust tot getuigen en schrijven, waaruit wij dan ook het goede hebben te erkennen als Gods Woord, dat op de vleugelen des Geestes kwam aanwaaien, terwijl wij zooveel. wat wij in dat schriftelijk getuigen van vrome menschen bijkomstig of foutief kunnen noemen, naast ons moeten neerleggen of als voor ons onbruikbaar hebben te verwerpen. Zeggen de Gereformeerden : de Bijbel is Gods Woord, de Ethischen zeggen : in den Bijbel is Gods Woord. Vandaar ook hun Schriftcritiek, welke den gang der Godsopenbaring, zooals die in de Heilige Schrift beschreven is, raakt. (Wel te onderscheiden van tekstcritiek, een taalkundige kwestie.) De leer der Goddelijke inspiratie wordt losgelaten en een z.g.n. vrije exegese der Schrift komt er (sinds de laatste helft der 18e eeuw opgekomen) voor in de plaats. De Ethische treedt als keurmeester op ten opzichte van de Heilige Schrift en heeft tegelijk den toetssteen in zichzelven, om in den Bijbel te onderscheiden wat Gods Woord is en wat het niet is.
34. Vraag : Hoe wil de Schrift zelve worden beschouwd ? Antwoord : De H. Schrift getuigt aangaande zichzelf, dat zij door de bizondere zorge Gods tot stand gekomen is. Zij verklaart herhaaldelijk en nadrukkelijk, dat zij het Woord Gods is en zij treedt op met Goddelijk gezag. Als zoodanig aanvaarden de Gereformeerden den Bijbel en, bekleed met goddelijke autoriteit. Is de Heilige Schrift voor ons de eenige regel voor geloof en leven, waaraan alles telkens weer getoetst moet worden en waarnaar alles moet worden geregeld. Jer. 8 vers 9 : „De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen ; zie zij hebben des HEEREN Woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben ? (Ps. 119 vers 105 ; Gal. 6 vers 16).
35. Vraag : Wat is het getuigenis in deze van onze Ned. Gel. belijdenis ? Antwoord : Art. 5 Ned. Gel. belijdenis zegt aangaande de autoriteit der Heilige Schrift: „Wij gelooven zonder eenigen twijfel, al wat in dezelve begrepen is. maar dien de blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen, die daarin voorzegd zijn, geschieden."
36. Vraag : Naar welken regel zijn de Gereformeerden gewoon de Schrift te gebruiken ? Antwoord : De Gereformeerden zeggen, dat steeds Schrift met Schrift vergeleken moet worden (de Schrift is haar eigen uitlegster). waarbij de Schrift zich nooit tegenspreekt. De voortgaande openbaring Gods, met de onderscheiding van de Oude en van de Nieuwe Bedeeling, moet hierbij in 't oog worden gehouden.
37. Vraag : Welke eigenschappen zijn aan de Heilige Schrift toegekend door de Reformatie in tegenstelling met Roomschen en Wederdoopers ? Antwoord : Die eigenschappen zijn vier in getal : l. het gezag of de autoriteit; 2. de noodzakelijkheid ; 3. de duidelijkheid ; 4. de genoegzaamheid of volmaaktheid der Heilige Sdhrift.
38. Vraag : Wat wil het zeggen, dat de Heilige Schrift gezag of autoriteit heeft ? Antwoord : De Heilige Schrift dient zichzelf aan als zijnde Gods Wooord, wat oorsprong en wat inhoud aangaat. Het presenteert zich niet als wetenschappelijk boek, maar als het Boek der Godsopenbaring voor de Kerk van alle tijden en plaatsen te eeren als wet en regel voor geloof en leven. De Christelijke Kerk is onder het gezag der Schrift geboren en opgegroeid (,,daar staat geschreven") ; en zoover is het er vandaan, dat de christen allengs boven dit gezag zou uitgroeien, dat hij juist hoe langer hoe meer gaat belijden, dat, met verloochening van eigen wijsheid, God geloofd moet worden op Zijn Woord. Jes. 8 vers 20 : „Tot de wet en tot de getuigenis ! zoo zij niet spreken naar dit Woord, het zal zijn, dat ze geen dageraad zullen hebben." (Joh. 10 vers 34b).
39. Vraag : Waaraan ontleent de H. Schrift haar gezag? Antwoord : Niet, zooals Rome ten onrechte leert, aan de Kerk. Want niet de Kerk, maar God Zelf heeft de Schrift met autoriteit bekleed. Zij moet om haars zelfs wil geloofd worden (autopistie). De Schrift bevat dan ook een getuigenis en eene leer aangaande zichzelve, welk getuigenis Christus' Kerk van alle tijden heeft te erkennen. (Art. 3 Ned. Gel. bel.).
40. Vraag : Hoe staat de Vrijzinnige tegenover 't gezag der Heilige Schrift ? Antwoord : De Vrijzinnige loochent de waarheid, dat de Bijbel in zeer eigenlijken zin en op geheel bizondere wijze Gods Woord is. Hij is van oordeel, dat er in den Bijbel wel dingen staan waar wij ons voordeel mee kunnen doen, maar het goede en beteekenisvolle van de religie komt ons volstrekt niet alleen uit en door de Heilige Schrift toe en het geweten des menschen moet ten slotte het hoogste richtsnoer zijn. Zoo staat de moderne mensch boven de Schrift en komt zonder de Schrift te leven. Men oordeelt zelfs, dat de Bijbel zóó uit den tijd is, dat dit boek een gezonde geestesontwikkeling in den weg staat.
(Vervolg komt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's