De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

De zaligheid in geenen andere.

8 minuten leestijd

En de zaligheid is in geenen andere ; want er is ook onder den hemel geen andere naam die onder de menschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden. Handelingen 4 vers 12.

Welk een rijke boodschap werd in de velden van Efrata aan de herders gebracnt, toen 't daar klonk : Vreest niet, want Zie, ik verkondig u groote blijdschap, die al den volke wezen zal, namelijk dat u heden geboren is de ZaligmaKer, welke is Christus de Heere, in de stad Davids.
In Jezus Christus is dus een weg ontsloten, waardoor een mensch, die zichzelf in de ellende heeft gestort, zalig kan worden. Maar dan ook alleen door Christus. Dat roept ons ook Petrus toe in onzen tekst.
Uit ons tekstverhaal blijkt, dat Petrus onze tekstwoorden sprak tot de oversten des volks en de ouderlingen Israels. In Gods hand was Petrus 't middel geweest waardoor een kreupele, die al zoo lang elken dag gezeten had aan de deur van den tempel, van zijn kwaal verlost werd. Hoe blijde was deze man over zijn genezing. Vol vreugde ging hij met Petrus en Johannes in den tempel. De schare, die hem ziet loopen, dringt om hem heen. De discipelen nemen deze gelegenheid te baat om aan de verzamelde menigte den weg ter zaligheid te verkondigen.
Dit ging echter niet ongestoord. Zie, wanneer de Priesters en Sadduceërs hooren hoe Jezus Christus wordt gepredikt als de Weg, de Waarheid en het Leven, slaan zij de hand aan de discipelen en zetten ze in bewaring tot den volgenden dag. Dan vergaderen de oversten en schriftgeleerden en ouderlingen te Jeruzalem en Annas de Hoogepriester en Kajaphas en Johannes en Alexander en zoovelen.er van het hoogepriesterlijk geslacht waren.
Waarschijnlijk vergaderden zij in dezelfde zaal waar Christus terecht stond. Petrus en Johannes worden voor de rechters geleid. Wie zal zeggen wat er in Petrus omging, toen hij daar stond op de plaats waar Christus zich voor hem liet veroordeelen, terwijl hij zijn Meester driemaal verloochende ?
Zal hij 't nu weer doen. O neen, wanneer hij ondervraagd wordt, door wat kracht of naam zij dien kreupele genezen hadden, ondervindt hij de waarheid van het woord, eenmaal door Christus gesproken : Wanneer zij u henenbrengen zullen in de synagogen en tot de overheden en machten, zoo zijt niet bezorgd hoe of wat gij tot verantwoording zeggen of wat gij spreken zult; want de Heilige Geest zal u in dezelve ure leeren, hetgeen gij leeren moet.
Ja, de Heilige Geest leerde hem ook en vervuld door dien Geest sprak hij tot Kajaphas en de andere rechters : Deze kreupele staat hier gezond voor u door Jezus Christus, dien gij gekruist hebt, welken God van de dooden heeft opgewekt ; maar ook de zaligheid is in geenen andere.
O, wat was dat een harde waarheid voor die rechters. Allereerst meenden zij dat het met Christus' macht uit was, en nu zien zij het zoo gansch anders. Daar staat de vóór enkele uren nog zoo kreu­pele man door Christus' kracht gezond voor hen, waar bovendien, zij meenden vast dat zij buiten Christus zalig zouden worden. Zij hadden Abram tot een vader en straks, zoo meenden zij, wachtte hun een plaats in Abrams schoot. En nu klinkt het daar tot hen, die meenden dat zij 't zoo goed wisten, uit den mond van een eenvoudigen visscher : De zaligneid is in Jezus Christus en in Hem alleen. Hij is de eenige Naam onder den hemel gegeven ter zaligheid.
Zij waren dus op den verkeerden weg. Bovendien hadden zij dan ook de schare op het verkeerde spoor geleid.
Lezen wij nu, dat zij uitriepen met den stokbewaarder : Lieve Heeren, wat moeten wij doen om zalig te worden ? U neen, verre van daar. Daar komt ook een mensch van nature niet toe. Daartoe is noodig dat hij door Gods Geest wordt overtuigd van zonde, gerechtigheid en van oordeel. En wanneer dat geschiedt, leert hij zich ook met den stokbewaarder kennen als een rampzalige. De wegen, waarlangs dit geschiedt, mogen zoo verschillend zijn, hierin komen zij echter met elkander overeen dat zi} zichzelf leeren kennen als rampzalig, of liggende midden in den dood. Maar dan zal er ook een vraag komen : is er ook nog eenmiddel, waardoor ik tot genade kan komen ? En zie, de Heilige Geest drijft de ziel uit tot Christus, zoodat er een begeerte komt om Hem te hebben als Zaligmaker. Alles leert hij schade en drek achten om Christus te gewinnen. Hoe langer hoe meer leert hij verstaan dat het heil alleen ligt in Christus en dus dat er buiten Christus niets dan verderf is.
Ach, wat zijn er ook in onze Kerk nog vele voorgangers, die van Christus als de eene Naam onder den hemel tot zaligheid niet weten willen en evenals de overpriesters in Petrus' dagen de menschen leiden op 't verkeerde spoor. O, dat het gebed bij allen die bidden geleerd hebben, meer en meer voor hen moge oprijzen tot voor den troon der genade tot Hem, die den Parizeer Saulus bracht tot de belijdenis, dat hij niets wilde weten dan Jezus Christus en dien gekruisigd. Voor Hem is niets te wonderlijk. O, wat zou het een voorrecht zijn wanneer het eens van alle kansels weerklonk : En de zaligheid is in geen andere.
Maar dat zou toch nog niet genoeg zijn. Want wat zijn er niet velen ook in onze dagen, die met den mond belijden : de zaligheid is in geen andere, maar met hun hart van die waarheid niet willen weten. Die misschien al zoovele jaren zitten onder de zuivere verkondiging van den eenigen weg ter zaligheid, maar wier hart daar verre vanaf is.
Weest niet alleen hoorders des Woords — zegt Jacobus —, maar ook daders.
Ja, daar komt het op aan. Wat zal het wezen, wanneer wij evenals de dwaze bouwmeester meenen het huis onzer zaligheid geheel gereed te hebben en het stort, als het er op aankomt, als een kaartenhuis ineen ? Wat zal dan onze val groot zijn. Dan zal het klinken : gij hebt den weg wel geweten, maar niet begaan ; daarom zult gij met dubbele slagen geslagen worden.
O, dat daarom meer en meer beseft mocht worden welk een groote verantwoording het is steeds Gods Woord te mogen beluisteren.
Christus de eenige Naam onder den hemel gegeven om zalig te worden. Wat wordt dat weinig verstaan door bekommerde zielen. Wat willen zij niet menigmaal wat aan, hunne zaligheid toedoen. Hoe beproeven zij niet voortdurend de scherven van het gebroken werkverbond aan elkaar te lijmen, en toch, hoe ondervinden zij telkens dat zij daartoe niet in staat zijn.
Maar welk een voorrecht, dat het ook niet behoeft.
Er moge onder de hemel geen andere Naam gegeven zijn waardoor wij moeten zalig worden, het is ook niet noodig, want Jezus Christus is een volkomen Zaligmaker. Hij verlost van het hoogste kwaad en brengt tot het hoogste goed. Hij opende niet slechts de mogelijkheid tot zalig worden. Hoe dikwerf wordt dat ook in onze Kerk nog niet geleerd. Het wordt voorgesteld als zulk een ruim Evangelie, als zulk een rijke waarheid, en toch, wat zou de Engelenboodsohap in Efrata's velden arm zijn geweest, indien het alzoo was.
Maar neen, Christus heeft niet alleen de zaligheid verworven, maar past die ook toe. Daartoe is Hij gezeten aan de rechterhand des Vaders. En op welke wijze doet Hij dit ? Door een mensch te ontdekken aan zijn zonde en ellende. Door hem bekommerd te maken vanwege zijn ellendigen staat en hem als den tollenaar te brengen aan Zijne voeten.
Maar wanneer het alzoo met ons gesteld is, dan is dit Gods werk. Uit onszelf hebben wij geen genade noodig. En welk een voorrecht, dat Jezus Christus een volkomen Zaligmaker is, die nooit laat varen de werken Zijner handen. Hoe rijkelijk heeft dat b.v. Petrus ervaren. O, wat zou er van hem terecht zijn gekomen, indien de Heere Zijn hand niet aan hem geslagen en ook aan hem gehouden had. Hij zou thans niiet in den hemel de volkomen zaligheid genieten. Thans moet hij uitroepen : 't Is door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen. Gij waart het die mij trok, Uw gebed heeft mijn geloof niet doen ophouden, toen ik in de zee van den vorst der duisternis lag. Gij deedt mij bitterlijk weenen, maar schonkt mij ook weder de vreugde Uws heils. En nu is Jezus Christus gisteren en heden en in der eeuwigheid Dezelfde. Hij, die Petrus niet aan zichzelf overliet, maar zijn Voorbidder was, is het nog voor alle nooddruftige zielen. Hij is de Alpha en de Omega.
Dat daarom al degenen, die de verschijning van Jezus Christus hebben leeren liefhebben, hoe langer hoe meer mogen leeren om de zaligheid te zoeken buiten zichzelf in dien eenigen Naam. Dan zal hier een beginsel der eeuwige vreugde genoten worden en eenmaal hierboven die volkomen zaligheid hun deel wezen.
Q. J. K.

O.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's