Financiën.
Welk een voorrecht toch als men iederen Zondag mag opgaan naar Gods huis en daar mag luisteren naar het volle, rijke Evangelie van de verlossing door het offer op Golgotha gebracht. O vooral in de dagen die wij thans weer beleven en de weken vóór Paschen als wij bij vernieuwing telkens bepaald worden bij den lijdensweg, van Hem, die als een lam ter slachting werd geleid, die onze zonden heeft gedragen op het hout, die het groote werk heeft volbracht. Als ons dan vanaf den kansel verkondigd wordt: „En Hij is een verzoening voor onze zonden", dan kunnen wij ons zoo van harte verblijden de prediking te mogen beluisteren, die ons geen lasten oplegt, die wij niet kunnen dragen, maar die ons den last van zonde en schild afneemt en ze legt op dat vrijwillige offerlam. Wiens lijdensweg wij in deze dagen gedenken.
Wat een voorrecht toch, dat wij daarvoor niet naar een andere Kerk behoeven te gaan, maar dat de Heere in Zijn groote genade in onze diep gezonken Hervormde Kerk nog tal van deuren heeft geopend waardoor wij mogen binnentreden en ons zetten onder het gehoor van de zuivere prediking van dat troostvolle, heerlijke Woord voor in zichzelf diep gezonken en verloren zondaren.
Ja, en als wij dan zoo onder die prediking mogen verkeeren, dan komt er wel eens in onze gedachte : Verbeeld je nu toch eens, dat ge die prediking zoudt moeten missen. O, daar moet men niet aan denken, zegt ge wellicht, dat zou wel diep treurig zijn. Ja, lezer, daar moet gij en ik nu vandaag juist eens over denken. Dat vraag ik u vriendelijk en ernstig. Gij moet nog verder gaan en er eens over denken hoe tal van gemeenten er zijn die in dat geval verkeeren en van die prediking verstoken zijn ; die óf een predikant hebben die hun wel van Jezus predikt, maar niet Hem, die een verzoening is voor onze zonden, óf in het geheel geen predikant en die er reikhalzend naar uitzien dat het Woord der Waarheid in hun gemeente door hun eigen predikant zou mogen worden gebracht.
Als ge daar dan eens goed over nadenkt en vraagt : „wat kan daaraan gedaan worden ? Is er een weg, een middel dat eenigszins kan leiden tot verbetering en voorziening in dezen grooten nood ? " dan zijn wij zoo gelulkkig daar op te kunnen antwoorden : Ja, de Heere heeft in Zijn goedheid nog een weg geopend, een middel, dat wel langzaam, maar zeker werkt. Maar toch niet zoo langzaam, of wij zien reeds allerwegen de gezegende werking te voorschijn komen.
Neen, lezer, het valt niet te ontkennen dat de Ger. Bond veel gedaan heeft en steeds meer doet tot verbreiding van het Evangelie der verzoening te midden van onze diep gezonken, maar door God nog niet verlaten Kerk. Hoe heeft die trouwe, maar onverschrokken Waarheidsvriend de muren van menige vesting van Modernisme en brave Hendrikkendom, van nieuw-Remonstrantisme
beklommen en langzaam maar zeker onder den zegen des Heeren het Woord der Waarheid doen zegevieren. Hoe hebben zich meer en meer predikanten bij dien Bond aangesloten en hebben op kansels het Woord verkondigd, het Woord der verzoening door het bloed van Christus, waar dit in geen jaren was vernomen. Hoe is daardoor ontwaakt een honger naar de prediking van het Levende Woord en een vraag naar predikers, die dat Woord brachten. Hoe is daardoor de aandacht gevallen op de gebrekkige opleiding en 't Leerstoelfonds geboren ; maar ook op zooveel geschikte krachten, die om financiëele redenen ongebruikt moesten blijven, waardoor het Studiefonds ontstaan is. En wanneer wij nu zien dat op dit oogenblik 26 jongen en ouderen van dat Studiefonds gebruik maken om zich te bekwamen voor deze prediking der verzoening door het offer van het geslachte Paaschlam, dan mogen wij wel zeggen : Heere, dat hebt Gij gedaan. GIJ, door middel van den Bond.
Als wij nu tot de Gereformeerde Gemeenten komen en tot allen die niet buiten de prediking der Waarheid kunnen, en vragen dan verwachten wij daarop niet alleen een hartelijk : „ja zeker", maar dan gelooven wij ook dat iedereen zal zorgen dat het bedrag der collecte zal overeenstemmen met de waardeering van de prediking van de heerlijke Paaschboodschap.
1 Mag de Paaschcoilecte voor het Leerstoel-en het Studiefonds zijn ?
Dat geve de Heere.
En nu gaan wij op Donderdag 3 April D.V. allen naar Utrecht naar de jaarvergadering.
Wat zal daar gebeuren? wordt er gevraagd door velen. Men ziet het zoo vaak : als 'n zaak goed gaat en er kennelijk een zegen op rust, als het werk zich meer en meer uitbreidt, als vriend en vijand moet erkennen den groeienden invloed van haar arbeid, als men moet erkennen: er gaat kracht van uit, de wagen loopt als op een zandweg, dan, men ziet het vaak, wordt er een spaak in het wiel gestoken en de wagen staat vast ; • hij kan niet verder.
Zoo loopt ook 't werk van den Bond gevaar in de war geschopt en vastgezet te worden. Wat na jaren moeizamen arbeid is verkregen en gezegend geworden, loopt gevaar omvergehaald te worden door een ideel, die zeggen dat het bestuur het niet goed doet en zij het beter kunnen. En als ik het nu precies zeg, zooals ik meen dat de bedoeling is. dan geloof ik dat ze het liefst zagen dat het bestuur heenging en zij de taak zouden overnemen. Wij zullen er maar geen doekjes omwinden. Daarover zal in hoofdzaak op de jaarvergadering worden gepraat en gehandeld.
Nuttig werk, vindt u niet? ? ?
Wat zal de Hervormde Kerk daar een vruchten van plukken ! Wat zal dit aan de bevordering van de verbreiding van de Waarheid in onze Hervormde Kerk ten goede komen ! Wat zal het Leerstoel-en Studiefonds daardoor gaan bloeien, door zoo'n spaak in het wiel te steken.
Ik heb gemeend op het gewicht van deze vergadering nog even te moeten wijzen. Wie nu zegt: ik blijf thuis, ik houd niet van kwesties, die moet dat weten, maar heeft zich dan ook niet te beklagen als het anders loopt dan hij het zou wenschen.
Misschien zegt hij dan : als ik dat had kunnen vermoeden, dan was ik er toch heen gegaan. Beter is het te komen en mee de verantwoordelijkheid te helpen dragen.
Nochtans: de Heere regeert. Mogen wij ook het beloop en het resultaat van deze vergadering in Zijn handen geven.
Ontvangen ;
Elburg, van den Kerkeraad der Ned. Hervormde Kerk ƒ5.—, gecollecteerd in de gewone collecte voor het Leerstoel-en Studiefonds.
Ede, door ds. J. A. van Boven ƒ 28.90 zijnde de opbrengst der collecte voor het Studiefonds, gehouden bij een spreekbeurt door ds. S. Ronner van Doornspijk.
Weesperkarspel, van H. van. L. ƒ 1.— voor de toezending der brochure.
Leerbroek, door W. Sterk, diaken, ƒ 1.84'/2 uit het busje van mej. K.
Zegveld, van C. Bardelmeijer ƒ 3.12 uit busje no. 20 van de maand Maart.
Vlaardingen, f 2S.— door den Kerkeraad als opbrengst van de collecte voor het Studiefonds bij een spreekbeunt van ds. de Bruin, van Rotterdam.
Goudriaan, door P. Smits, hoofd der Chr. School, ƒ6.—. Het was bij een trouwgelegenheid. Ik vroeg om een busje te plaatsen, 't Was maar een kleine familie, maar het bracht toch nog ƒ 6.— op voor het Studiefonds.
Wij zijn hiermede aan het einde van de ontvangsten van deze week.
Gebiede de Heere Zijnen onmisbaren zegen er over.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 maart 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's