Verschoppelingen
Feuilleton.
EEN OORSPRONKELIJK VERHAAL DAT AANVANGT ONGEVEER 1870
„Wacht even, Marie ! Zie eens, misschien past het de freule beter, dat ik eerst naar mijnheer Terlingen Boss ga. Dan kan ik straks op mijn gemak hier zijn, en ik kom dan niet zoo onverwacht "
„Goed, ik zal 't even met haar bespreken."
„Neen, dat is niet noodig ! jij weet zelf wel, wat de freule en jij het best vinden. Ik ben er haast zeker van, dat ik te vroeg ben."
Zij lachte.
„Nee, Paultje I hier ben je nog nooit te vroeg geweest. Wel eens wat laat. Maar weet je wat ? Ga eerst je boodschap doen, en kom dan terug. De freule is dan geheel klaar en we kunnen alles op ons gemak doen."
„Zie je wel ? "
Hij schudde lachend met den wijsvinger naar haar. Zij liet hem uit en keek hem na.
Een groot wit huis, een vierkant blok met een zeer groot aantal kleine ramen met kleine ruiten. Hier moest Paul zijn. 't Huis stond tamelijk ver van den weg met zijn drie rijen mooie beuken. Over een, zich naar 't water buigende brug, liep het breede pad slingerend rechts om een vijver en links om een heuvel met bloemvakken. Van den weg gezien, leek het, of het huis in een kuil verzonk. Voor 't eerst van zijn leven stond Paul nu vlak voor 't oude eerwaardige huis.
Zooals hij — in dezen tuin, een park — hier en daar voor een groepje oude boomen was blijven staan om de kolossale kruinen te bewonderen, zóó stond hij stil voor het huis, en vergat een oogenblik, dat hij daar in moest zijn. Hoeveel geslachten hadden hierin reeds geleefd ! En wie --------
„Nee maar, hij was hier niet in de stad ! Die dikke mijnheer daar keek naar hem ! — Paul zocht de deur en trok aan de bel. Een dienstbode deed open.
Of Paul Dilleman, bouwkundige, voor één minuut mijnheer Terlingen Boss kon spreken. Hij werd terstond bij mijnheer gelaten. Maar — 't was Ferdi niet ; 't was de tweede zoon van den burgemeester, de „dikke domme". Paul had in eens een gevoel, of er iets in zijn ziel was omgetuimeld.
„Mijnheer Terlingen Boss ! Paul Dilleman."
„Ha mijnheer Dilleman ! Wat een verrassing ! Zet u, mijnheer Dilleman ! Zoudt u niet liever eerst uw jas uittrekken ? Wat een mooie wereld, hé ? Wel, wel, wat ben ik blij, dat u nu komt!"
" Ik kwam slechts vragen, mijnheer of ik vóór of na de Kerstdagen zou komen om met u over een villa te spreken. Gisteravond vatte ik het plan op, om u even te schrijven, maar dan had ik op zijn vroegst over twee dagen uw antwoord kunnen hebben, en daarom kom ik even zelf."
De dikke mijnheer lachte.
„Ja, mijnheer Dilleman ! met de correspondentie tusschen de naaste dorpen ziet het er hier echt middeleeuwsch uit. Een brief uit Parijs is hier eerder dan uit Delberg. Zoo, zoo — dit bezoek dient dus slechts, om dag en uur van het eigenlijk bezoek te bepalen". Mijnheer fronste het voorhoofd.
„Is daar veel over te spreken, mijnheer Dilleman ? "
„U hebt toch een idéé, mijnheer ? "
„Een idéé ? Wel, ik dacht dat een bouwmeester dat had. Ik wil wat moois hebben, en wat degelijks. Geen zweem van revolutie mag er aan zijn. Je moet er van kunnen zeggen : Kijk ! daar heb je nu een villa ! Zoo solide als de corpulentie van den eigenaar en bewoner !" Hij lachte vroolijk.
„Dat is toch wél een idéé, mijnheer! Zwaar, vast, vroolijk ! Mag het de ruimte van dit gebouw hebben ? "
„Minstens, mijnheer Dilleman ! wil ik u het huis eens laten zien ? "
„Als u zoo vriendelijk wilt zijn I"
Ze liepen van kamer in kamer ; Paul gewapend met potlood en papier. Toen hij alles gezien had, vroeg hij, waar de villa zou komen te staan. Mijnheer stelde hem voor om er even samen naar toe te wandelen, en dat, als ze terugkwamen, Dilleman met hen zou dejeuneeren. Het laatste sloeg Paul af, omdat hij op „Vierspronck" gewacht werd. Ze wandelden nu samen naar het terrein, en daar gekomen, zei de bouwmeester, nadat hij eens goed om zich heen had gezien, dat hij na de Kerstdagen hier terug kwam, om een dag of drie vier op "Vierspronck" door te brengen, en dat mijn heer dan over hem kon beschikken.
„Mevrouw zal ook nog wel iets te zeggen hebben, mijnheer !"
„Misschien meer dan ik, mijnheer Dilleman !"
Doch al babbelend, deed mijnheer nog al heel wat aanwijzingen, die Paul in zijn ooren knoopte. Er zou wel meer los komen, en als mevrouw dan ook eens begon, werd hij onwillekeurig in staat gesteld om zijn principalen misschien met iets moois te verrassen.
Teruggekomen stelde mijnheer zijn vrouw en den bouwkundige aan elkander vóór, en daarna ging Paul naar „Vierspronck".
Marie zat op den uitkijk, deed Paul open en leidde hem in de kamer der freule, waar nu ook de oude heer van Olmwold had plaats genomen, Paul tegemoet kwam en hem begroette als „ons herdertje van Winnewoud". Dat was koren op zijn molen ! En toen de freule, zittend in een bijzonderen stoel, en even zijn hand in de hare houdend, hem "Paul" noemde, voelde hij zich terstond thuis.
„We waren al zoo blij — zei ze — dat u hier na de Kerstdagen zoudt komen ; maar dat u ons vooraf eerst nog eens zoo verrast — neen, u weet niet, hoe ons dat verblijdt !"
Marie zat naast de freule, altijd op haar lettend en op elken wenk gereed, om haar te dienen. Paul voelde iets zeer diep weemoedigs, als hij de freule in 't gelaat zag, en dat deed hij zoo vaak. Nu meer dan ooit te voren was zij voor hem een verschijning uit hooger gewesten. Wat een wonderlijk licht glansde er uit die oogen ! Haar gelaat was als een spiegel, waarin de hemel zich zelf zag. Paul hoorde nu nóg die zingende woorden, en zag ze als levend in die zeldzame gestalte :
„Neen, niet van de aarde !"
Hij zag freule Virginie daar als de zon, en naast haar zat Marie als — de maan ? — neen, als een lieflijk landschap, rondom overglansd door die warm koesterende zon naast haar.
Ze vroegen hem naar den welstand van zijn vader en van de kuipers-familie en naar Mark Mons, met wien hij nog altijd briefwisseling hield. Mijnheer sprak met hem over de bouwkunst en over allerlei gebouwen. Maar Marie luisterde, en als Paul sprak, at ze zijn woorden op. Die fijne heer, dat was nu haar verschoppeling : 't was haar Paul en zij was zijn Marie ! En die freule was hun beider freule !
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's