Uit het kerkelijk leven.
De oplossing van het kerkelijk vraagstuk.
o
Ieder die het Ontwerp tot reformatie van het Moderamen van het Convent (zou er wel één Kerkeraad zijn, die er mee accoord gaat? ) leest, zal moeten toestemmen, dat de Hervormde Kerk, waarin wij geboren en gedoopt zijn, de Kerk waarin wij belijdenis des geloofs hebben afgelegd, de Kerk waarin wij het ambt hebben aanvaard, voor zoover wij predikant, ouderling of diaken zijn, eenvoudig wordt losgelaten met de kennelijke bedoeling om naast en tegenover de Hervormde Kerk een groep dan zich zullen organiseeren als Nederduitsch Gereformeerde Kerken.
Twee dingen dus springen in 't oog : Ie. beschouwt men de Ned. Hervormde Kerk niét meer als Kerk; als een valsche Kerk ; om die los te laten en de gemeenschap aan die Kerk op te zeggen ; en 2e. wil men de gereformeerden die in belijdenis en liturgie met de voorstellers overeenstemmen naast de valsche Hervormde Kerk en naast de Geref. Kerken en naast de Chr. Geref. Kerk enz. enz. in een nieuwe groep van Nederduitsch Gereformeerde Kerken laten openbaar worden, om daar dan saam kerkelijk te leven.
Wel blijft een spinrag met de Ned. Hervormde Kerk — de valsche Kerk verbinden ; blijkbaar om de kerkelijke goederen en om de Rijkstractementen voor de predikanten van de nieuw te formeeren Ned. Gereformeerde Kerken in ontvangst te nemen (waarover nog wel een woordje eerst zou vallen, in de Kerk en in 's lands raadszalen, naar wij vermoeden, maar die spinragdraad zou daarna wel moeten worden verbroken, want ook de dunste draad is nog te dik, om als gemeenschapsdraad met de valsche Kerk te mogen bestendigd blijven. Heeft men de wissels veilig gesteld (wat op deze wijze nooit gebeuren kan, noch in de Kerk, noch bij de Regeering !), dan snort de trein natuurlijk verder.
Hoe men dat nu een oplossing van het kerkelijk vraagstuk kam noemen, verklaren wij niet te verstaan.
Dat het een tweede of derde afscheiding is en een nieuwe verscheuring van de Ned. Hervormde Kerk, dat begrijpen wij.
Maar als men zegt, dat zóó de oplossing van het kerkelijk vraagstuk moet komen, dan wordt het ons te machtig. Wat wij er van begrijpen is, dat men uit de Hervormde Kerk een zeker deel van degenen, die op den bodem der belijdenis staan, afzonderlijk wil verzamelen en dan een nieuwe Kerken-groep wil gaan vormen. Waarbij men zich van de Synodale Organisatie afscheidt, maar waarbij men ook elk verband met de Hervormde Kerk verbreekt, om eigen Kerkeraden, eigen Ringen, eigen Classicale Vergaderingen, en een eigen Synode te scheppen, waar van reeds bepaald is dat de eerste Synode zal gehouden worden te
Dordrecht !
Dat men buiten onze Ned. Hervormde Kerk, met name in de kringen van de Geref. Kerken en in het midden van de Chr. Gereformeerden aanvoelt, dat de weg van het Moderamen van het Convent op afscheiding uitloopt, is bekend. Daar voelt men, wat van deze dingen het gevolg moet zijn.
Zoo schreef docent Van der Schuit, van Apeldoorn, pas nog in „De Wekker" naar aanleiding van de brochure „Ons kerkelijk standpunt". Wat dit boekske aan het adres van het Convent schrijft, verschilt in niets van wat wij vóór eenige maanden hebben geschreven naar aanleiding van 't boek van dr. Severijn „Staat en Kerk." Ook het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond ziet zeer wel in, dat deze beweging van Geref. Kerkeraden moet uitloopen op een tweede doleantie, al heeft dr. Severijn in zijn boek getracht aan dit bezwaar te ontkomen. De Gereformeerde Bond kan dus niet meegaan met de actie van Severijn cs."
Op geen andere manier spreken mannen als prof. dr. H. H. Kuyper in „De Heraut" en prof. dr. H. Bouwman in „De Bazuin."
Die dan ook 'n weinig bekend is met de geschiedenis van den Gereformeerden Bond, zal gevoelen, dat het Hoofdbestuur met het Moderamen van het Convent niet kan en niet mag meegaan ; gelijk het in genoemde brochure „Ons kerkelijk standpunt" dan ook verklaard heeft dat het zich in geene deele ermee kan vereenigen. Alleen het Hoofdbestuur kan dat niet, maar (hoewel dr. Severijn dit in zijn .„Ingezonden" nog meende te moeten betwijfelen), ook de Gereform. Bond als geheel, ook zijn leden, moeten niets van dit Voorstel van het Convent hebben, gelijk op de jaarvergaderinig van Donderdag 3 April genoegzaam is uitgekomen.
Geen wonder toch ook !
De Gereformeerde Bond ziet de Ned. Herv. (Geref.) Kerk anders dan het Moderamen van het Cpnvent; en de Gereformeerde Bond heeft zich steeds een ander ideaal gesteld, dan van de Kerk een groep gereformeerden los te maken en van die Kerk af te scheuren.
Dat mag toch bekend geacht worden. En al de actie, die nu sinds zooveel jaren gevoerd is ; al het geld, dat nu sinds zooveel jaren bijeengebracht is, zelfs de postzegels en het theelood inbegrepen, is voor een ander doel geofferd en voor een ander ideaal gebruikt.
Lees maar eens wat in de Statuten geschreven staat ; bizonder wat daar gezegd wordt over doel en streven van een Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandsch Hervormde (Gereformeerde) Kerk.
Luidt artikel 4 niet als volgt : „De Vereenigmg heeft ten doel naar uitwijzen der Heilige Schriftuur, opgevat in overeenstemming met de drie Formulieren van Eenigheid, laatstelijk vastgesteld op de Nationale Synode te Dordredht in 1618—'19 gehouden, te arbeiden tot verbreiding en verdediging der Gereformeerde Waarheid in het midden van de Nederlandsch Hervormde (Gereformeerde) Kerk, om mede daardoor te komen tot oprichting van de Hervormde Kerk uit haar diepen val en tot wederverkrijging van hare plaats in het midden van ons volk, haar van ouds door den Heere aangewezen, met vasthouding aan de Dordtsche Kerkorde van 1619."
Laat men nu eens een paar aandachtstreepen in dat artikel zetten, dan zal men toch dadelijk zien, dat de Gereformeerde Bond heel iets anders bedoelt dan het Moderamen van het Convent wil. Zóó héél anders, dat het eene onmogelijk met het andere is te combineeren.
Artikel 4 toch zegt, dat met de beginselen van de Dordtsche Kerkorde, dus met de lijnen van het presbyteriaal-
Synodaal Kerkrecht voor oogen, gewerkt moet worden, in den weg van verbreiding en verdediging van de Waarheid, om de Ned. Herv. (Geref.) Kerk van thans, die zoo diep gevallen is, uit haar diepen val weer op te richten en daardoor te bevorderen, dat zij weer als een getuige van Jezus Christus en een pilaar en vastigheid der Waarheid in het midden van ons volk komt te staan.
Het object, het voorwerp van bewerking is dus de tegenwoordige Nederl. Herv. (Geref.) Kerk, die zoo zeer in deformatie, in verval, is. En het doel is niet, om de gereformeerde getrouwen er uit te halen en er naast te organiseeren ; en de Herv. Kerk zelve daarbij los te laten en links te laten liggen. Het doel is en moet blijven om de Ned. Herv. (Geref.) Kerk weer op te richten uit haar diepen val en haar weer te brengen tot den toestand waarin de Gereformeerde Kerk van ouds hier als belijdende Kerk verkeerd heeft. Natuurlijk niet, om de toestanden van vroeger weer net precies zoo terug te krijigen — want dat willen wij niet en dat staat er niet —, maar om weer te verkrijgen, dat de Hervormde Kerk als Gereformeerde Kerk in het midden van ons volk komt staan, levend naar haar belijdenis.
Wie dat als doel stellen, moeten dan natuurlijk van gevoelen zijn : dat de Hervormde Kerk van thans, hoe ook gedeformeerd, de voortzetting van de Kerk der Vaderen is en dat hare leer, hoe ook thans een toestand van feitelijke leervrijheid heerscht, nooit door de Hervormde Kerk, als Kerk, principieel en fundamenteel is losgelaten, noch ook is herzien of veranderd ; en dat dus de Hervormde Kerk, als Kerk, nog altijd een belijdende Kerk is en wel de Gereformeerde leer tot grondslag hebbend.
Waarbij het feit zich voordoet, dat de Heere Zelf, vooral in de laatste jaren, in tal van gemeenten, waar jaren lang het licht der Waarheid was geweken of is (getemperd, dat licht opnieuw op den kandelaar heeft willen plaatsen en daarmee getoond heeft dat Hij, Die Zijn Kerk hier plantte, met Zijn Geest en Woord nog niet van haar is geweken, hoe zwart de tente des Heeren er ook uitziet en hoe diep zij het ook voor Hem, Die heilig is, heeft verzondigd en verbeurd.
Nog steeds dezelfde verwatenheid.
In een stukje, waarboven , futloos...... feit, dat de moderne richting in onze Ned. Hervormde Kerk blijkbaar geen voedingsbodem vindt, daar het telkens blijkt, dat het kerkelijk leven in moderne gemeenten niet tiert en men naar een andere prediking verlangt. Waarbij zioh nog al eens het feit voordoet, dat door hulp van landeigenaars, leeraren van H.B.S. of soms ook dokter en notaris het zwak modern getimmerte in stand gehouden wordt.
Ons dunkt, ieder die wat meeleeft op kerkelijk gebied en zoo hier en daar wel eens komt en wat hoort en ziet, weet dat.
Heel eervol is soms die hand-en spandienst van zulke vooraanstaande en invloedrijke „moderne" gemeenteleden niet; alles behalve !
Ds. Deetman, de moderne predikant van Oudshoorn, die nu in Alkmaar staat en dus nu woont in Noord-Holland, boven het IJ, waar men kerkelijk en religieus en zedelijk zoo héél hoog staat — zooals o.a. wel blijkt uit de boeken van ds. Heynes, van Landsmeer — vliegt bij dit, ons geschrijf, op en antwoordt ongeveer als volgt :
Wij, modernen, hebben dus het gestudeerde deel der natie : leeraren, dokters, notarissen enz. Dat zijn dus de menschen, die wat verder kijken, dan hun neus lang is ; dat zijn dus zij, die voor elke uitspraak van een Kerkvergadering of dominee niet onvoorwaardelijik buigen. Door hen houdt het modernisme het nog een tijdje uit. Door dergelijke menschen naar ons toe te sühuiven geeft „De Waarheidsvriend" het toe, dat de orthodoxie bestaat bij de gratie der onkunde. Hoevelen in die kringen, die, wanneer ze wat meer hadden geleerd, gewis en zeker voor de orthodoxe beschouwingen verloren zouden zijn ! In gesprekken met hen, hooren we 't vaak : we hebben nooit anders geleerd. (De orthodoxie is tegen den leerplicht. Natuurlijk !)
Nog steeds die zelfde opgeblazenheid bij het liberalisme, bij het modernisme. Zonder blikken of blozen schrijft men nóg : de orthodoxie is de domme massa ; het denkend deel der natie zit bij de modernen.
Als het niet zoo treurig-verwaand was, zou men er om lachen.
Zou het knappe liberalisme en modernisme nu nooit ophouden met zulke domme dingen te zeggen ? Moet het nu altijd die zelfde verwatenheid blijven behouden ?
Arme orthodoxe professoren, leeraren van H.B.S. en Gymnasium! Sukkels van orthodoxe doktoren, notarissen, onderwijzers !
Intusschen is ds. Deetman goed af, dat hij zoovéél geleerd heeft, dat hij aan de orthodoxie is ontkomen en modern is geworden, 't Is wel een knappert nu en een geluksvogel !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's