Eenvoudige Bijbellezing
1 Timotheus.
17 Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting. Desgelijiks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad met schaamte en matigheid zichzelven versieren. met in vlechtingen des haars, of goud of paarlen, of kostelijke kleeding. Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruchtigheid belijden) door goede werken. 1 Timotheus 2 vers 8. 9 en 10.
Opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting. Het is dus een niet te betwisten uitspraak van den Apostel, dat in de samenkomst der Gemeente een man moet voorgaan. Een man moet de mond zijn om tot God te spreken, terwijl het ongetwijfeld de bedoeling des Apostels is dat de overige mannen met de vrouwen in Gode geheiligde gedachten meebidden. Het luide uitgesproken gebed mag alleen door een man gedaan worden. Door hem moet de priesterlijke taak vervuld worden.
Nu voegt de Apostel hieraan toe dat zulk een ambtsdrager heilige handen op zal heffen. Dit doet ons denken aan de houding die men vroeger bij het bidden de handen omhoog hief, met het binnenvlak naar boven gekeerd. Eene houding, die ook heden nog bij de Mohammedanen gevonden wordt. Daardoor sprak men uit : „ik moet alles van boven hebben en ik sta gereed om Gods zegen te ontvangen." Aan deze veel beteekenende gebedshouding worden wij herinnerd als de Heere in Jesaja 1 vs. 15 zegt : „En als gijlieden uwe handen uitbreidt, verberg Ik Mijne oogen voor u; want uwe handen zijn vol bloed." Zie hierover ook Psalm 134 vs. 2 en Jac. 4 vs. 8.
Toch is het den Heere niet slechts om deze gebedshouding te doen: Dat blijkt wel uit bovengenoemde uitspraken der Schrift en ook uit hetgeen hier de Apostel aan Timotheus schrijft, 't Gaat bovenal om het geestelijke, om de rechte gestalte der ziel. Daarom moet een ambtsdrager heilige handen opheffen. Wie denkt hier niet aan de gelijkenis van den onbarmhartigen schuldheer ? Dezelfde dienstknecht wiens heer hem de schuld had kwijt gescholden, wierp op zijn beurt zijn mededienstkneoht in de gevangenis, totdat deze de schuld hem zou betaald hebben. Maar daarover ontbrandt rechtmatig de toorn zijns heeren. Hij wordt aan de pijnigers overgeleverd en hij moet betalen alles wat hij schuldig is. „Alzoo, zegt de Heere Jezus, zal ook Mijn hemelsche Vader doen, indien gij niet van harte vergeeft een iegelijk zijnen broeder zijne misdaden. Een leeraar moet er biddend voor waken dat hij niet met onheilige handen zijn priesterlijk werk verricht. Als hij b.v. zijn herderlijken arbeid verwaarloost, dan gaan er des Zondags onheilige handen naar omhoog ; of als hij, uit gemakzucht, zich niet goed voorbereid heeft voor de prediking ; of als niet de liefde voorzit naar de eer van God en de redding van verlorenen, maar wel eerzucht of gelddorst ; dan ziet God veel onreinheid kleven aan die opgeheven handen. Het lust ons niet, hierover veel te schrijven. Wij behoeven hierin ook niet in bijzonderheden over te gaan. Maar op vele wijzen kunnen leeraren hunne handen bezoedelen. En hiertegen waarschuwt de Apostel. Een man moet voorgaan in het gebed, maar dan moet die man ook reine handen hebben !
De Apostel noemt twee dingen in het bijzonder, waardoor onheilige handen worden opgeheven, n.l. toorn en twisting. Er kon b.v. verbittering zijn tegen die vervolgers der Gemeente. Wanneer een leeraar in oneenigheid leeft met zijn gemeente-leden, zonder te bedenken wat Paulus zegt: houdt vrede met alle menschen, zooveel als mogelijk is, gaan er in de samenkomst der Gemeente geen heilige handen naar omhoog. Onheilige toorn, voortkomende uit gekwetsten hoogmoed, twisting, enkel en alleen omdat men zijn zin wil doordrijven, verontreinigen ieder mensch, maar in het bijzonder hem, die geroepen is de mond der Gemeente te zijn tot een heilig en alwetend God. Het is waar, bij menigeen kan een leeraar het nóóit goed maken. Men is er soms al dadelijk op uit hem de beschuldiging van onheilige handen toe te slingeren. Het woord van den Apostel kan dan wel eens sterkte geven : het Is mij het minst van ulieden geoordeeld te worden. Maar toch moet een leeraar een nauw leven met God hebben, om in het verborgene genade en kracht te begeeren. Dat is de eenige weg om in het openbare gebed heilige handen op te heffen, zonder toorn en twisting.
Niemand lede nu hieruit af dat de gebedshouding van geen beteekenis zou zijn. Zeker, het gaat ook in de samenkomst der Gemeente om de ware gestalte der ziel. Het andere is bijzaak. Maar toch is een bijzaak nog altijd een zaak. En hierin is men vaak zoo jammerlijk slordig en oneerbiedig, 'k Bedoel niet slechts den leeraar, die over den preekstoel-bijbel hangt, als hij tot den Koning der koningen bidt, maar ik denk ook aan de mannen, die gaan staan. Ja maar, gij kunt het vaak geen staan meer noemen. Men moest 't niet wagen op een dergelijke oneerbiedige wijze voor onze Koningin te komen, als men haar iets wilde vragen ! Dat opstaan van de mannen het gebed, ook het oprijzen van heel de Gemeente, zoowel mannen als vrouwen, zijn liturgische handelingen, helaas weinig begrepen, maar waardoor toch wordt uitgesproken het actief deelnemen aan de Godsdienstoefening. Wij mogen niet gekant zijn tegen de z.g.n. liturgische diensten. Want er is eenvoudig geen Godsdienstoefening denkbaar zonder liturgische handeling ; zonder kerkelijke verrichtingen. Die liturgische diensten zijn bij ons in discrediet, wijl zij vaak voorgestaan worden door hen, die van de levende belijdenis onzer Kerk afwijken. Maar op zichzelf mogen wij er niet tegen zijn. Een Israëliet hief zijne handen bij het bidden naar omhoog. Het eerbiedig knielen is een handeling van het lichaam om te vertolken den ootmoed der ziel. Hiervan staat de Bijbel vol. Waarom zouden dan in onze openbare Godsdienstoefeningen dergelijke handelingen ongeoorloofd zijn ? Maar dan moeten ook die handelingen getuigen van eerbied en ontzag. In het bedehuis komt de Gemeente saam ; niet maar een massa luisterende menschen, maar de Gemeente die in heel haar samenzijn uitspreekt haar geloof en hare verwachting. God geve, dat ook onze ziel daarin deele. Voor die samengekomen Gemeente geldt:
Heft uwe handen naar omhoog, Slaat naar het heiligdom uw oog. En knielt eerbiedig voor Hem neer Looft, looft nu aller heeren Heer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's