Bij de Geloofsbelijdenis.
Gij ziet mij. Heere, staan, Gij hoort mij thans belijden. Dat mijn begeerte is : 0p 's levenspad te gaan, Wijl 'k daar slechts voor Uw Naam, Uw zaak, Uw eer wil strijden, Dat daar mijn lust, mijn grootst vermaak in zal bestaan.
Gij ziet mij Heere, staan, doch slaat ook in mijn harte Den blik aanschouwt die vuile bron van al het kwaad. Dat daarin woont, en wat mij in deez' stond vol smarte Doet vreezen, dat die d' overhand krijgt, vroeg of laat.
Gij ziet mij. Heere, staan en Gij weet alle dingen, Gij weet toch ook, bij al wat woont in 't hart, wat 'k nu belijd, is steeds mijn grootst genot, mijn hoogst begeeren.
Wil Gij, Die m' hier ziet staan, Wijl Gij mij dan omringen Met Uwe hulp, om, wat niet kan bestaan voor U, Te vlieden, dan alleen kan 'k gaan Uw Naam ter eere.
Aan Adriana. van COR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's