Uit de Afdeelingen.
ROTTERDAM—DELFSHAVEN. Op 10 April 1.1. sprak voor genoemde afdeeling als laatste spreker in dit winterseizoen Ds. S. C. van Wijngaarden van Linschoten over het onderwerp : „Goede raad — duur ? "
Spreker bepaalde zijn gehoor bij een tekstwoord uit Openbaringen 3 : 18 : „Ik raad u, dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden ; en witte kleederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde ; en zalf uwe oogen met oogenzalf, opdat gij zien moogt."Drieërlei gedachten werden uitgewerkt, n.l. : ten Ie Over den Hemelschen koopman ; ten 2e Over onschatbare goederen, welke Hij te koop aanbiedt en ten 3e Over gezegende koopers.
In een zeer ernstig woord waarschuwde de spreker zijn gehoor voor de zielsmisleidende en verleidende lokstemmen welke dagelijks op de levensmarkt worden gehoord en waar zooveel vervalschte en ondeugdelijke waar wordt aangeprezen, die de ziele geen troost en heil biedt. Trots de ernstige waarschuwingen des Heeren zijn er nog zoovelen, die hun geld uitgeven voor hetgeen, dat geen brood is, die zich verdringen waar de wereld haar koopdag houdt, en spijs en drank vooropgesteld worden. Echter het woord van Jezus zegt : "Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijne gerechtigheid." Jezus biedt Goud aan, beproefd komende uit het vuur, dat alleen bij Hem te koop is. Het is het ware oprechte geloof, beproefd en echt bevonden, dat Christus voor Zijn volk verworven heeft ; veel kostelijker dan alle aardsche goed. Ook biedt Hij witte kleederen te koop aan ter bedekking onzer naaktheid, kleederen gewasschen in Zijn dierbaar Middelaarsbloed. Om dit alles te zien en te onderscheiden van het valsche prijst de Koning Zijne oogenzalf aan om de oogen te zalven, dat wij zien mogen en het oog ontsloten wordt voor zonde en schuld — genade en redding — voor hemelgoed en hemelleven. En toch zoovelen, die Jezus voorbijgaan, die geen oor hebben voor Zijn vriendelijke noodiging ; zoodat Hij klagen moet : „Maar Mijn volk wou niet naar Mijn stemme hooren."
Geve de Heere maar bij ons een sterk verlangen naar die Hemelsche heilsgoederen, een zinken op de knieën, een tot God uitroepen : „O Heere, gedenk ook mij naar het welbehagen van Uw volk." „Wat mij ook luste — zieleruste — vond ik buiten Jezus niet."
Nadat nog in het kort gewezen was op den toestand onzer Kerk, waar van zoovele kansels ondeugdelijk goud wordt aangeprezen, goud dat zoo verdonkerd is ; en welk doel de Geref. Bond zich voor oogen stelt, besloot spreker zijn rede met een toepasselijk woord en het laten zingen van Psalm 106 : 3.
Zegene de Heere het gesprokene. De spreker Gode in alles bevolen.
A. KLAPWIJK, Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's