Eenvoudige Bijbellezing
Desgelijks ook, dat de vrouwen, in een eerbaar gewaad, met schaamte en matigheid zichzelven versieren, niet in vlechtingen des haars, of goud. of paarlen, of kostelijke kleeding. Maar (hetwelk de vrouwen betaamt, die de godvruohtigheid belijden) door goede werken. 1 Timotheus 2 vers 9 en 10.
(1 Timotheus).
De kleeding en versiering der vrouwen. Over de samenkomst der Gemeente gaat het nog altijd. Dat moeten wij niet vergeten, ook als de apostel hier over de kleeding der vrouwen handelt. Alleen de mannen mogen, in alle plaatsen waar de Gemeente zich vereenigt, heilige handen opheffen. Zij alleen mogen leiding geven en het priesterlijke werk verrichten in het Huis des Heeren. En dat moeten zij doen in de rechte stemming, met een hart dat ledig is van toorn en twist. Eerbiedig moeten zij zijn, ook in hun houding.
Maar ook voor de vrouwen wil de apostel een wenk geven, en wel wat hun kleeding betreft. Zeker, de kleeding is iets uitwendigs, maar zij verraadt toch wat in het hart omgaat. De lichtzinnigheid uit zich in de woorden die men spreekt, ook in den levenswandel, maar niet minder in het kleed dat men draagt. Neen, onze kleeding is niet louter eene uitwendigheid, zoodat het er niet op aan komt hoe wij gekleed zijn. Zij eischt nauwgezette verzorging, waarin 't door Gods Woord verlichte geweten wel degelijk veel te zeggen heeft. Hier is zeer moeilijk de grens aan te geven tusschen wat men opschik moet noemen en wat een gepaste versiering mag heeten. Ieder zij in zijn geweten ook in deze zaak ten volle verzekerd. Maar dan moet het een geweten zijn, dat zich door des Heeren Woord laat onderwijzen. Dit geldt In 't bijzonder de kleeding der vrouwen. Zij moeten een eerbaar gewaad dragen. De kleeding is in de wereld gekomen als 'n gevolg van de zonde. Toen de mensch gevallen was, zocht hij onmiddellijk bedekking door een schort van vijgeboombladeren. God Zelf heeft toen den mensch in dit zoeken van bedekking gesterkt. Hij maakte toch voor Adam en voor Eva rokken van vellen. Wij hebben dus onze kleeding van den Heere ontvangen. Zij behoort bij den mensch die gezondigd heeft. Zoo is het dekkend kleed dat wij dragen een getuigenis van den gevallen staat van den mensch, maar tegelijkertijd een zegen van God, terwille van onze achtbaarheid. Naar Gods Woord is dus de kleeding niet slechts gegeven tot beveiliging van het lichaam tegen de brandende zonnestralen, regen en koude, maar veel meer als een gevolg van de zonde tot bescherming tegen de zonde. Wat het oog niet ziet, deert ook het hart niet! Het is noodzakelijk dat ons geweten door Gods Woord verlicht wordt. Dan hebben wij daarin een vast standpunt, zoodat wij niet heen en weer gedreven worden door allerlei theorieën van het ongeloof en schoonheidsbegrippen, die in deze wereld opgeld doen. Een christin, die er zoo over denkt, zal geen gewillige slavin der mode zijn. Zij zal er voor waken om in schaamteloosheid midden in de samenleving het door God gegeven dekkende kleed gedeeltelijk weer af te leggen en de verordeningen die God in Zijn wijsheid en liefde gaf, te vertreden.
Vooral in het Bedehuis, waar toch Gods Woord leiding geeft, valt op wat met die ordonnantiën Gods in strijd is. Met een eerbaar gewaad moeten daar de vrouwen zijn. Zooals een man heilige handen moet opheffen, zonder toorn en twisting, zoo moeten de vrouwen met fijngevoeligheid zich kleeden en goed bedenken wat naar Gods Woord haar ontsiert. De apostel wil niet hebben, dat alle versiering zal wegblijven. Neen, „een bruid, die zich voor haren man versiert", is meer dan eens in de Heilige Schrift genoemd om van de innerlijke versiering der Gemeente te spreken. Maar daaruit mogen wij toch ook afleiden dat eene uiterlijke versiering niet onbetamelijk is. Wij kleeden ons ook niet met lompen, als wij voor een aardschen koning zouden verschijnen. Maar de versiering, die de vrouwen aan hun eerbaar gewaad toevoegen, zij met matigheid. Er zijn menschen, die zich al dadelijk ergeren als zij niet enkel de zwarte kleur zien. Maar zóó behoeft het toch ook niet. Alsof andere kleuren niet van God zouden zijn. Met matigheid, zegt de apostel. Maar versiering mag er zijn. Zoo is het ook met de haardracht der vrouwen. Vlechtingen des haars worden hier genoemd. Het oorspronkelijke woord wijst aan, dat niet 't eenvoudig vlechten verboden is, maar wel alle bovenmatige tooi van het haar, zoodat men met een in het oog loopend gekapt hootd de samenkomst der Gemeente bijwoont. Het is toch opvallend, dat de apostel dat tóén ook reeds verboden heeft. Het mag voor onze samenkomsten ook nog altijd bedacht worden. De grillige mode is, wat het hoofdhaar der vrouwen betreft, voor velen nog een gewilde heerscheres...... Goud, paarlen, kostelijke kleeding ! De apostel noemt hen achter elkander. In de Gemeente van Efeze waren blijkbaar vele rijke menschen. Zie hoofdstuk 6 vers 17. Ook deze van buiten het lichaam aangebrachte overmatige versiering wil de apostel uit het Bedehuis gebannen zien. De vrouwen die de godvruchtigheid belijden, d.w.z. die tot Gods volk behooren willen, moeten een andere versiering begeeren, eene versiering die in overeenstemming is met hare christelijke belijdenis. Die versiering bestaat in goede werken, d.w.z. in eenen heiligen wandel. Het geheele verband toont aan dat hier niet bedoeld zijn goede werken in den zin van werken van barmhartigheid en liefdadigheid. Maar wel moet hier gedacht aan een ingetogen, zedigen levenswandel, die ook in de samenkomst der Gemeente openbaar wordt. Niet de kleeding, de haartooi of goud en parelen versieren eene vrouw, maar wel een godvruchtig hart, dat zich uitspreekt in eene betamelijke kleeding, naar den zin van Gods Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's