De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

7 minuten leestijd

De Modus-vivendi en de Groote steden.
Over dit onderwerp schreef ds. Schade van Westrum van Groningen in „De Hervorming" (5 April '24) het volgende artikel:
„Er zal dus een laatste poging worden gedaan (bedoeld is wat de Herv. Broederschap c.s. van plan zijn) om in de Hervormde Kerk een modus-vivendi ingevoerd te krijgen. Bij de Synode zal worden ingediend een reglement teneinde in de bestaande gemeenten te kunnen komen tot de stichting van bijgemeenten. Is een deel der lidmaten, dat 'n zelfstandige organisatie wenscht, zoo groot als door het verhoudingscijfer der predikantsplaatsen wordt aangegeven, b.v. een derde, een zesde, een tiende in gemeenten met drie, zes, tien predikanten, dan wordt daartoe het recht gegeven. Het is, zoolang het reglement niet in zijn geheel bekend is, onmogelijk om over de waarde en de praktische uitvoerbaarheid er van een oordeel te vellen. Wel is het aanstonds duidelijk, dat het beginsel, dat aan het reglement ten grondslag ligt, gemakkelijker zal zijn door te voeren in de groote stadsgemeenten dan in de kleine dorpsgemeenten. Trouwens men schijnt, althans in het vrijzinnige kamp, met dit reglement in de eerste plaats op het oog te hebben de gemeenten in de groote steden, waar de positie der Vrijzinnig Hervormden het meest precair is. Maar de groote vraag is : zal de modus vivendi daar nog kunnen helpen ?
Men wil door het in te dienen reglement voorkomen het uittreden der Vrijzinnigen uit de Hervormde Kerk, ook in de groote steden. Waarom wil men dat ?
In de eerste plaats om een principieele reden : uit liefde voor de Volkskerk. Nu moge men betwijfelen of die naam „volkskerk" wel juist is, het is niettemin een onloochenbaar feit, dat de Hervormde Kerk èn door haar traditie èn door bet groote aantal harer leden 'n zeer bijzondere beteekenis heeft voor het godsdienstig leven van ons volk. En begrijpelijk is hti, dat de Vrijzinnigen, gegeven die bijzondere teteekenis, niet door uittreding hun positie en daarmede hun invloed in de Hervormde Kerk wenschen prijs te geven.
Toch is 't zeer de vraag, of deze principiëele overweging tegen uiteengaan zich zoo sterk zou laten gelden, indien zij niet gerugsteund werd door een overweging van praktischen aard, n.l. de vrees, dat een uittreding en bloc op een groot fiasco zal uitloopen. Men vindt die vrees gelijkelijk bij recht en bij links. Het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond acht het advies van de ingestelde commissie van advies verwerpelijk o.a. ook om deze praktische reden, dat een nieuwe afscheiding een nieuwe mislukking zou beteekenen, nog meer dan de doleantie-afscheiding. De groote massa der belijdende leden zou eenvoudig weigeren de Hervormde Kerk te verlaten om zich bij de nieuw op te richten belijdeniskerk aan te sluiten.
Ook dr. Bleeker koestert die zelfde vrees, als hij in het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden schrijft : „op de dorpen is er zoo goed als geen denken aan, dat de Vrijzinnigen ooit de Hervormde Kerk zullen verlaten. Zij zijn er met honderd banden aan verbonden en denken er zelfs niet aan uit te treden."
Wij willen thans niet de vraag bespreken, welke godsdienstige en moreele waarde is te hechten aan die honderd banden, waarmede zeer vele Vrijzinnigen ten platten lande nog met de Hervormde Kerk verbonden zijn. Wij willen alleen het feit constateeren, dat uittreding der Vrijzinnigen in de plattelandsgemeenten met zeer groote bezwaren gepaard zou gaan en dat het in de gegeven omstandigheden 'n dringende eisch is, dat door een modus vivendi aan de vrijzinnigheid op het platteland een eerlijke kans worde gegeven om zich te handhaven ten einde niet door de wassende macht der orthodoxie overvleugeld te worden.
Gansch anders echter is de toestand in de groote steden, met name in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht Het is een houding, die van verlegenheid en moedeloosheid getuigt, als dr. Bleeker, een der leiders mee van de Vrijzinnig Hervormde beweging, in het Weekblad schrijft, dat hij het aan den eenen kant zou betreuren als het in de groote steden hier en daar tot uittreding kwam, maar dat hij het aan den anderen kant den menschen niet kwalijk zou kunnen nemen, indien zij uittraden. Ik zie in deze uitlating van dr. Bleeker een bevestiging van mijn meening, dat in de groote steden het kerkelijk vraagstuk al lang het stadium achter zich heeft, waarin de vraag : uittreden of niet ? nog van actueel belang is. In de groote steden zijn de Vrijzinnigen in overgroote meerderheid reeds los van de Hervormde Kerk, zóó los, dat zij zelfs met geen mogelijkheid te bewegen zijn om bij de stembus voor hun positie en recht in die kerk op te komen. Het gaat in de groote steden niet meer om de vraag of de Vrijzinnigen zich al dan niet in de Herv. Kerk zullen trachten te handhaven. Die tijd ligt al ver achter ons en men heeft verzuimd om intijds de bakens te verzetten, toen het getij verliep. Het gaat in de groote steden thans om de vraag : wat zal de beste manier zijn om de Vrijzinnigen, die los zijn en steeds meer worden van alle kerkverband, te organiseeren ? En voor de oplossing van deze puzzle zal het weinig baten of er in de groote steden Vrijzinnige Hervormde biigemeenten of groepsgemeenten ontstaan.
Want gesteld, dat het met de indiening van het concept-reglement alles vlot en naar wensch van stapeli loopt, dan zal men dus in 1927 in Amsterdam b.v. een Vrijzinnig Hervormd predikant hebben, die, als het mooi is, de beschikking over een kerkgebouw 'zal hebben. Die alleen de verdoolde schapen van Hervormden huize zal hebben te vergaderen tot uit de verste uithoeken van deze geweldige stad. Die maar op één plaats tegelijk kan prediken en katechiseeren, ofschoon hij het minstens o.p tien zou moeten doen. Die op zijn dagelijksche zwerftochten over de eilanden, in Muiderpoort-en Park-en Haarlemmerdijkkwartier enz., drie Doopsgezinden, twee Remonstrantsche en een Luthersch Vrijzinnig collega tegen het lijf zal loopen, die, slachtoffers mede van een totaal verouderde kerkelijke organisatie, evenals hij, gebukt gaan onder een onmogelijk te volbrengen taak. En toch, terwijl dezen nog slechts hun tientallen hebben te verslaan, zal hij zijn duizenden hebben te verslaan. Inderdaad, zal hij werkelijk met de Vrijzinnigen van Hervormden huize in Amsterdam contact trachten te krijgen, dan zal hij nog heel wat meer moeten presteeren dan zijn collega's uit de kleine kerkgenootschappen. Men vraagt zich af wat men eigenlijk als praktisch resultaat voör 't Vrijzinnig godsdienstig leven verwacht van dien éénen Vrijzinnig Hervormden predikant in Amsterdam. Het belang van het Vrijzinnig godsdienstig leven vraagt in de groote steden om een andere oplossing van het kerkelijk vraagstuk dan deze modus-vivendi.
Voor de Vrijzinnig Hervormden in de dorpen en kleinere steden is de modus vivendi een onafwijsbare eisch. Voor de groote steden is thans eisch geworden een federatief samenwerken van alle Vrijzinnigen uit de verschillende kerkgenootschappen, dat een meer praktischen en intensieven arbeid in den dienst der Vrijzinnige godsdienstige belangen mogelijk zal moeten maken. Men zegt. dat voor een volledige en daadwerkelijke verwezenlijking der federatie-idee, ook in de groote steden, de tijd nog niet gekomen is. Laat men dat niet al te lang zichzelf en elkander voorpraten, maar liever de nuchtere werkelijkheid en haar onafwijsbare eischen onder de oogen zien. De modus vivendi in de Hervormde Kerk komt voor de groote steden te laat. Laat men oppassen, dat het met de verwezenlijking der federatie-idee niet evenzoo gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's