De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenvoudige Bijbellezing

5 minuten leestijd

Eene vrouw late zich leeren in stilheid. in alle onderdanigheid ; Doch ik laat de vrouw niet toe, dat zij leere, noch over den man heersche, maar wil dat zij in stilheid zij ; Want Adam is eerst gemaakt. daarna Eva. En Adam is niet verleid geworden ; maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest. Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zoo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking met matigheid. 1 Tim. 2 vers 11—'16.

(1 Timotheus).
De vrouw, hare vernedering, maar ook haar roem. Hier staan woorden, die voor menigeen verouderd zijn, waaraan men zich in onzen tijd niet meer te houden heeft, zoo meent men. Het zijn redeneeringen uit de antieke wereld, zegt men ; zij strooken niet met de roeping en de taak die de vrouw in de tegenwoordige, beschaafde wereld heeft.
Maar voor ons die buigen willen voor het Woord Gods, ligt in de boven geplaatste woorden een beginsel dat niet verouderd is, maar dat nog altijd zijn groote beteekenis houdt. Nu moeten wij er niet meer in lezen dan er staat. Over de samenkomst der Gemeente gaat het hier nog altijd, de vergadering van Christus' Kerk onder den Dienst des Woords. Het geldt hier dus niet een maatschappelijk of staatkundig vraagstuk. Wjj moeten hier buiten bespreking laten wat de vrouw kan en mag zijn in het christelijke vereenigingsleven, of ook wat haar gezegende arbeid is op 't terrein der barmhartigheid, en wat zij met haar door God geschonken gaven doen kan voor de wetenschap en voor de kunst, voor het onderwijs en voor de opvoeding der jeugd. Neen, hiervan staat niet: ik laat de vrouw niet toe dat zij leere. Paulus schrijft in dit verband over de openbare Godsdienstoefening der Gemeente. Reeds had hij gezegd dat alleen een man daarin mag voorgaan in 't luide gebed ; hier voegt hij er aan toe dat de vrouw 't leeraarsambt niet bekleeden mag. De deur van den kansel blijve voor haar gesloten. Zooals de meeste mannen zich moeten laten leeren, zoo moeten alle vrouwen het doen. Het zwijgen is haar opgelegd ; natuurlijk niet wat betreft het zingen van het lied der Gemeente, of het jazeggen op de vragen van belijdenis en doop, maar alleen wat aangaat de Bediening des Woords. Daarin moet zij in stilheid en onderdanigheid zijn, daarin niet heerschen over den man.
De apostel wijst hiervoor terug naar de geschiedenis van de schepping en die van den val. De vrouw was de tweede in de schepping, de eerste in den val. Adam heeft eerst zonder vrouw geleefd ; daarom mag de na hem geschapen vrouw niet over hem heerschen. Hier is eene verordening van God, die voor alle eeuwen geldt. Een scheppingsordonnantie die op het terrein der herschepping, der wedergeboorte hare levendige beteekenis houdt. De man blijft op het gebied der bijzondere genade voorop staan en mag daar in niet de tweede plaats hebben. Het vrouwenzaad dat tot verlossing is beloofd, was een man, Jezus Christus, de Zoon des Menschen, de Ambtsdrager bij uitnemendheid. Het zou die scheppings-ordonnantie omkeeren, als er ambtsdraagsters zouden zijn. En eene predikante op den kansel zou daarvan de droeve verkondiging zijn.
De apostel grondt dus zijn „niet toelaten" van de vrouw tot het predikambt in de eerste plaats op de scheppingsorde. In de tweede plaats doet hij het op de geschiedenis van den val. De vrouw is verleid en heeft haar man overreed. Bengels Gnomen zegt hiervan, dat de vrouw die gemakkelijk verleid werd, ook gemakkeliik een ander heeft verleid. Zij is het eerst in overtreding gekomen en daardoor heeft zij het eerst den stoot gegeven tot de ellende van het geheele menschelijke geslacht. De vrouw heeft getoond gemakkelijker toegankelijk te zijn voor bedrog en leugen dan de man. Zij zal dan ook geen verkondigster der Waarheid mogen zijn, in de samenkomst der Gemeente. Haar straf is hierin openbaar. Zij heeft zich bet eerst verlaagd. En die zelf-verJlaging van het vrouwelijke geslacht mag bij den Dienst des Woords nimmer vergeten worden.
De vrouw is de tweede in de schepping, de eerste in den val Hiermede had de apostel kunnen volstaan om aan de vrouw haar plaats aan te wijzen wanneer de Gemeente zich vereenigt in het bedehuis. Maar dat doet hij niet. Hij weet het ook voor de vrouw op te nemen en haar een erepalm toe te zwaaien, waardoor ook hij bewijst dat hèt hem aan vereischte hoffelijkheid jegens de vrouw niet ontbreekt.
Dit laatste vers dat spreekt van het „zalig worden der vrouw in kinderen te baren" bevalt voor de verklaring groote moeilijkheden. Zoo op het eerste lezen schijnt het „zalig-worden door de werken" hier onomwonden geleerd. Toch is dit natuurlijk zoo niet. Een vrouw wordt op dezelfde wijze zalig als een man, n.l. door de genade Gods in Christus, waarvan zoowel eene vrouw als een man de vrucht kent „in het geloof en liefde en heiligmaking, met matigheid." Er is onder den hemel geen andere Naam tot zaligheid gegeven dan die van Jezus Christus.
Maar juist dat laatste brengt ons naar eene verklaring die ons de schoonste schijnt in den geheelen gedachtengang van den apostel. Het „zalig worden in kinderen te baren" is hier de moeilijkheid. Nu staat er in 't Grleksch voor „kinderen te baren" een woord, dat wij het beste kunnen vertalen door „genereering". Denk hier nu aan de genereering van den Mensch Christus Jezus, den Middelaar des Heils, Die uit eene vrouw geboren is. Het Vrouwenzaad dat dê slang den kop vermorzeld heeft. Door Gods wonderbaren raad is de genereering der vrouw het middel geworden harer zaligheid. Zooals de vrouw den stoot heeft gegeven tot de zonde van den man, zoo is zij ook in den weg van haar straflijden, het met smart kinderen baren, er op aangelegd, om het heil voor mannen en vrouwen te bewerken. Haar vernedering is haar roem. In den weg van hare ellende brengt zij heil.
Waarlijk, de Schrift weet aan de vrouw de eer te geven, die haar toekomt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's