Staat en Maatschappij.
De financieeie toestand.
De debatten, welke onlangs in de Eerste Kamer bij gelegenheid van de behandeling der Staatsbegrooting werden gehouden, stonden, zooals te verwachten was, voornamelijk in het teeken van den toestand der Landsfinanciën.
't Was goed, dat Minister Colijn nog eens duidelijk deed uitkomen, hoe het voor ons land op dit punt staat en hoe als eerste eisch voor een richtig regeerbeleid moet gesteld worden : het sluitend maken van het budget.
Dat het miet dit laatste nog niet zoo gemakkelij'k gaan zal, sprak de Minister van Financiën open en rond uit.
Doch ook al zal het na veel tobben kunnen gelukken om het tekort op de begrooting van 1924, geraamd op 130 a 140 millioen,
gedekt te krijgen, ook dan zijn wij er nog niet, want terwijl men bezig zal zijn om de Staatsuitgaven te beperken, moet er op gerekend worden, dat voor het jaar 1926 nog met een nieuwen rentelast, wat een extra tekort van 25 tot 30 millioen beteekent, zal zijn te rekenene
Nu zou, wanneer het geheele volk als één man achter de regeering optrok, gemeenschappelijk heel wat te bereiken zijn en het groote gevaar, dat ons land dreigt, kunnen worden afgewend, maar juist aan die zoo hoognoodige eensgezindheid ontbreekt het nog te veel.
Dit is opnieuw in de Eerste Kamer gebleken.
Zeker, hét overgroote deel der leden verklaarde zich bereid hun steun aan de regeering bij 't volvoeren van haar moeilijke en vaak ondankbare taak te verleenen, maar naast deze leden stonden de critici, die het den Minister van Financiën onnoodig moeilijk maakten en niet weinig bezwaren inbrachten inzonderheid tegen het tempo, dat de regeering voor hare bezuinigingspolitiek wenscht in acht te nemen, alsof de toestand der landsfinanciën een snel optreden niet noodzakelijk maakt.
Terecht merkte Minister Colijn op, dat wie in het brengen van een spoedig financieel herstel faalt, alle aanspraak op het voeren van het bewind verliest. Het is te hopen, dat het Kabinet in hare pogingen om het evenwicht in de financiën te verkrijgen, zal slagen en ons volk doordrongen zal worden van de groote verantwoordelijkheid, welke in dezen benarden tijd op 't Ministerie rust.
Alleen door een eendrachtige samenwerking tusschen regeering en volk is het beoogde doel te bereiken.
Schandelijk.
Het is meer dan schandelijk, zooals ons volk, vooral in den laatsten tijd, door de voormannen van de S.D.A.P. wordt verlengend.
Eerst met de Vlootwet, toen men zelfs er niet voor terugdeinsde om aan een ieder, die het hooren wilde, diets te maken dat de kosten van deze wet jaarlijks 300 millioen gulden zouden beloopen.
En nu weer probeert men, om een geliefkoosde uitdrukking van de Sociaaldemocraten te gebruiken, „den boel op stelten te zetten" met een leugencampagne tegen de Onderwijsbezuinigingen, waarbij men den Minister van Financiën vergelijkt bij „den kindermoordenaar van Bethlehem."
Maar het meest ergerlijke van wat wij tegenwoordig kunnen hooren en lezen trof ons in het Vrijdagavondnummer van „Het Volk", waar de vraag besproken wordt of „onze Kamerleden 10% moeten offeren."
Van de volksvertegenwoordigers, die besloten om het hunne bij te dragen tot het in evenwicht brengen der landsfinanciën, heet het, dat zij tot deze „vertooning" overgingen, omdat, nota bene, het belang van eigen portemonnaie daarbij den doorslag gaf." En om dan dit belang nader aan te duiden, wordt de volgende uiteenzetting gegeven :
De Colijns en konsorten weten het wel ! Wat zij als Kamerlid of Minister minder ontvangen, komt wel weer terug. Zij hopen daarmee belastingverlaging te bereiken of althans belastingverhooginig te voorkomen. En bovendien, hun andere inkomsten, hun dividenden, enz., blijven. Ja, er is zelfs kans, dat die op deze wijze nog iets kunnen aangroeien en zoo wordt de daad voor velen nog leelijker. Zoo blijkt het grof eigen belang dat hen brengt tot dit „schoone gebaar."
De heeren werpen graag een spiering uit, om er straks een kabeljauw mee te kunnen vangen.
Wat hier geschreven staat, is tegeijk schandelijk en leugenachtig. Het is afschuwelijke verdachtmaking, dat aan het misdadige grenst.
Het moet bovendien met de Sociaal-Democraten al ver gekomen zijn, als zij dergelijk geschrijf, maar zoo zonder meer slikken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's