Onze kleine Scholen.
Want aan schooltjes, die niet klein zijn door splitzucht, maar doordat er eenvoudig niet meer kinderen zijn, moet het leven gegund worden. Lens i/d S. m. d. Bijbel, 10 April.
De heer Lens is hoofd eener school in Den Haag. Een school met ruim 500 leerlingen. Meermalen voerde hij het pleit, de groote scholen niet te zeer door bezuinigingen te treffen. Intusschen blijkt, dat hij ook niet blind is voor het gevaar, dat onzen kleinen scholen dreigt.
Volgens den heer Lens zijn er in ons land in 't geheel 1625 ChristeHjke Scholen, waarvan 8 zoogenaamde éénmansscholen en 265 tweemansscholen. Van die 265 scholen zijn er 75 met 40 leerlingen en minder.
Vergelijken we nu het staatje, afgedrukt in 't voorlaatste nummer van „de Waarheidsvriend", omtrent het aantal verstrekte leerkrachten, door het Rijk te vergoeden, dan zien we, dat de kleine scholen het zwaarst worden getroffen.
Voor een school met één leerkracht springt men van 32 op 48, dat is 16 meer per leerkracht.
Voor een school met twee leerkrachten van 72 op 96, dat is per leerkracht 9 meer, enz.
Voor een school met tien leerkrachten blijft de toestand dezelfde.
In hetzelfde artikel van J. Lens lezen we ook nog de vdgende woorden :
Doch de groote meerderheid dezer kleine schooltjes zijn klein, doordat ze op het platteland gelegen zijn. Daar is alles op de ééne Christelijke School, wat er op kan wezen.
Wij zeggen toch niet te veel, als we tot de conclusie komen : dan wordt dus de bezuiniging voor een groot deel op de plattelanidsscholen afgewenteld.
Dat is onbillijk en onrechtvaardig ! Maar dat niet alleen ; het gevolg zal zijn dat aan die kleine scholen het leven niet gegund wordt om in de terminologie van Lens te blijven.
Het „eenheidsgetal" 48 speelt de regeering parten. Ieder zal toch moeten toestemmen dat het gemakkelijker is desnoods aan 2 klassen tezamen, tellende ± 60 leerlingen, onderwijs te geven, dan aan 6 klassen, tellende ± 45 leerlingen.
Dat komt practisch neer op „bewaarschoolonderwijs ".
En dat met onze overladen leerstof en eenzijdig opgeschroefden, intellectueelen ballast, om zoogenaamde algemeene ontwikkeling aan te brengen ! Bovendien de Roosterdwang ! Een half uur voor dat, 3 kwartier voor wat anders ! Alles precies afgemikt! En wordt er overtreding van den wettelijk vastgestelden rooster geconstateerd, dan loopt zelfs ide subsidie gevaar !
Het zwaard van Damocles hangt de kleine scholen boven het hoofd.
Eens mochten wij het twijfelachtig genot smaken onze paedagogische goocheltoeren te vertoonen. Er was eene vacature. Tweemansschool. Geen sollicitanten. Dan maar alleen, 's Morgens acht kwamen de grooten. Tien uur de kleineren ; 11 uur gingen de grooten naar huis. De kleintjes om half één. Half twee de grooten tot drie uur. Kleintjes van half drie tot vier uur. 't Hoefde maar 14 dagen. Toen waren we klaar met een leerkracht. Maar ik ril nog bij de gedachte aan die ervaring.
Meester boos, ouders dito, kinderen dito !
Waarom ? Wel, de ouders werden dat ongeregelde schoolbezoek zat, de meester bereikte niet wat hij dacht de kinderen misten den geregdden, voortschrijdenden gang in het onderwijs.
De ouders zeiden: Wat maakt die man het ons en zichzdf lastig ! Zooveel behoeven ze niet te weten.
Ze hadden gelijk Als er maar geen onverbiddelijke Schoolwet was, als er maar geen Rijksschooltoezicht was, als ja, als er maar geen schoolmeester was, als er maar eens een gewoon mensch voor de klas stond.
Hoe het met het handwerkonderwijs voor meisjes ging, vertel ik maar liever niet, want daar heb ik geen akte voor en mijn vrouw had de handen vol met onze eigen spruiten.
Assistenten.
Weer wat, nieuws.
We zijn op de begrafenis geweest. Voor de zooveelste maal luidde aan het Departement van Onderwijs de doodsklok.
't Was gelukkig geen ernstig sterfgeval. Het betrof een stuk of wat aangekondigde voorstellen. Het lijstje van de ongeboren dooden luidt als, volgt :
1. De latere toelatingsleeftijd voor de lagere school is ingetrokken.
2. Verplichte keuze uit de wachtgelders is ingetrokken.
3. De „hulponderwijzeressen" zijn opgeborgen en opzijgezet.
4. Niet leerplichtige leerlingen mogen nu weer meegeteld worden.
Maar nu is de geboorte van een nieuw wicht aangekondigd. Wij krijgen assistenten ! Jonge menschen van 16 jaar en ouder mogen hand-en spandientsten verrichten, mits die jonge menschen in het bezit zijn van diploma H.B.S., Gymnasium of M.U.L.O. Anders een bewijs van den Inspecteur, dat deze acht. dat ze voldoende onitwikkeld zijn.
Waar haalt men die assistenten vandaan op plaatsen waar 20 K.M. in den omtrek geen middelb. inrichtingen van onderwijs zijn ? En als er eens zoo'n gelukkige is, die voor assistent in aanmerking komt, zou die dan op zijn of haar dorpje voor „ondermeester" willen spelen ? En wie zal dat betalen ?
De schoolkas onzer kleine scholen lijdt toch al te-vaak reeds aan verval van krachten;
Wij begrijpen, dat de Minister van Onderwijs een allesbehalve aangename taak heeft. Wij mogen hem dit alles niet aanwrijven, integendeel, hij heeft grooten dank verdiend, waar hij in Gods hand het middel mocht zijn dat ons verademing en verruiming gaf. Maar toch de gedachte dringt zich op, dat alles wat voorgesteld wordt, te veel bureauwerk is, dat er weinig of niet geraadpleegd wordt met mannen, die op schoolterrein thuis zijn.
Bezuinigd moet er worden ! Volkomen waar. Ook op het onderwijs ! Maar dat men dan de methode toepasse die ook bij de salarisvermindering is toegepast : een generale bezuiniging over de geheele linie. Als er een offer gebracht moet worden, dan niet alleen door de twee-of driemansschoien, maar door alle scholen.
S.
Nog eens onze kleine scholen.
Zonder commentaar nemen wij over, wat wij lazen in het Correspondentieblad d.d. 9 Mei.
't Is ons uit het hart gegrepen. Er zijn in sommige streken van ons land nogal van die kleine scholen, ook in die streken, waar ze niet uit splitsingszucht zijn ontstaan, maar uit „overtuiging" geboren.
Uit den nood, omdat de „belijders", wier aantal op dergelijke plaatsen niet groot is, gevoelden dat een Christelijke school past bij een Christelijk huisgezin ; dat deze een eisch is van Gods Woord ; een noodzakelijkheid ter voldoening aan den eed, bij den doop afgelegd.
En dan niet alleen voor eigen kroost, dat men wenscht op te voeden in de vreeze des Heeren, maar ook om onder de bevolking, die door moderne prediking van Gods Woord vervreemd is geraakt, het Evangelie te brengen van Jezus Christus.
Zoo werden vaak onze Christelijke scholen geboren. Sommige (vele ? ) zijn in den loop der jaren uitgegroeid tot „groote" scholen met meer dan drie leerkrachten. Maar er zijn er nog, die pas enkele jaren bestaan. Ze zijn nog in den groei.
Wie van nabij die streken kent, (ik weet er van) weet ook hoeveel inspanning het kost, niet om een Christelijke school op te richten (ook dat), maar vooral om haar in stand te houden.
Tegenwerking soms van vele zijden. Arbeiders door patroons bedreigd met ontslag, indien ze hun kinderen naar de School met den Bijbel zenden. Zou dit ook niet behooren tot de „hedendaagsche" zorgen van het Bestuur, waarvan ds. De Geus sprak op de vergadering van den Schoolraad ?
De Hoofden van scholen en de Onderwijzers, hebben in dergelijke gevallen een grooten ijver aan den dag te leggen om te zorgen dat hun onderwijs aan de hoogste eischen voldoet.
Want daalt het peil van het onderwijs, dan zijn de ouders, die nog niet principieel vaststaan, zoo licht geneigd hunne kinderen naar de Openbare School te zenden, die allicht in beter conditie verkeert.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's