De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

6 minuten leestijd

De penningmeester, die van zichzelf wel eens heeft durven schrijven, en nog wel in de krant, dat hij zoo bescheiden is en met zoo weinig tevreden, ja, dat zijn bescheidenheid wel allen menschen bekend moet zijn, is toch eigenlijk een brutaal heerschap, die alles maar aandurft, over reglementen en alles maar heenstapt, geen advies vraagt aan de leden op de jaarvergadering en maar doet of hij alleen de baas is. Zoo gaat hij me laatst op zijn eigen houtje de contributie verhoogen van ƒ 1.— op ƒ 1.25, zonder dat eerst behoorlijk te vragen. Hij denkt zeker, dat dit zoo maar gaat, enz.
Het zou mij niet verwonderen, zeer geachte en gewaardeerde leden van den Bond, als de voorzitters van de verschillende afdeelingen op hun eerstvolgende vergaderingen een soortgelijke spiets afstaken over het hoofd van den algemeenen penningmeester. En ik zou niet anders kunnen zeggen : Ge hebt volkomen gelijk. Het gaat alle perken te buiten, en ik zou best begrijpen als over een zoo ongehoorde daad een storm van verzet, om geen sterker woord te gebruiken, zou zijn losgebroken, niet ongelijk aan de stommen en windvlagen die wij in de afgeloopen dagen in de natuur hebben kunnen waarnemen, gepaard met groote en zware donderslagen en bliksemstralen.
Maar gelukkig ! Als ik nu voor mijn lessenaar zit te schrijven aan mijn wekelijksoh verslag en zoo eens naar buiten zie, dan is er van dat rumoer niets meer te bemerken, de natuur is weder tot haar rust teruggekeerd. De zon schijnt weder helder en klaar en verwarmt met haar weldadige stralen bloem en blad en wij verheugen ons weder in rustig, zacht, heerlijk zomerweer.
Evenzoo hoop ik dat de leden weder tot rust mogen komen, zoo gewenscht en noodig voor de onderlinge samenwerking, waaraan ik niet twijfel, als ik hun vertel dat het gansch niet in mijn bedoeling heeft gelegen zoo eigenmachtig op te treden en zonder onderling overleg tot een zoo ingrijpende daad over te gaan als contributieverhooging. Waar zelfs leden van het Hoofdbestuur niets van af wisten. Dat zou toch wat moois zijn. Neen, dat zou om zoo te zeggen de spuigaten wel uitloopen. Mijn bedoeling is alleen geweest om er eens achter te komen hoe over een contributieverhooging van ƒ1.— op ƒ1.25 zou worden gedacht ; of het verzet daartegen groot of klein zou wezen, zonder ook maar eenigszins het plan te hebben dit zoo kort vóór de contributie-inning door te zetten. Dat zou ook, afgescheiden van het brutale van zulk een daad, niet mogelijk geweest zijn, daar het meerendeel van de quitanties reeds geschreven was, ingevuld met ƒ 1.—.
Van deze proefneming nu heb ik geen spijt, want tot mijn blijdschap heb ik bemerkt dat men over het algemeen niet van contributieverhooging afkeerig was. Er zijn afdeelingen, bijzonder noem ik daarbij Rotterdam, die direct de hand aan den ploeg hebben geslagen en een commissie aan het werk gezet om de leden tot verhooging van de contributie te bewerken, met 'n, zoo schitterend resultaat, dat er niet veel over blijven die slechts ƒ 1.— betalen, maar er velen zijn die hun contributie op ƒ 1.50, zelfs op ƒ2.50 hebben gebracht.
Als ik nu door deze manoeuvre slechts de aandacht van de afdeelingsbesturen op dit punt heb mogen vestigen en zij hierdoor tot de overtuiging zijn gekomen dat er in dezen weg nog zeer veel te bereiken is, dan is mijn doel bereikt en kunnen wij ook gemakkelijker den wensch, uitgesproken op de jaarvergadering, vervullen, om door meerdere brochures en geschriften het doel van onzen Bond bekend te maken en vele verkeerde voorstellingen daarover weg te nemen.
Doch thans daarover genoeg.
Misschien kom ik de volgende week daar nog even op terug. Wij gaan thans eens zien wat de post ons heeft gebracht.
Wij kunnen daarbij opmerken dat de stroom van Paaschcollecten en Paaschgaven, hoewel tot een smal beekje teruggebracht, toch nog blijft vloeien en de tijd om er een punt achter te zetten nog niet is aangebroken. Juist zooals wij gedacht hebben.
Zoo ontvingen wij uit
Lunteren, een plaats die op 't oogenblik vacant is en ook zeker het gebrek aan Gereformeerde predikanten in onze Hervormde Kerk aan den lijve gevoelt, een flinke collecte voor het Studiefonds. Welk een voorrecht is ons echter in dit fonds geschonken en doet het reeds zijn gezegende werking gevoelen, daar op dit oogenblik wederom twee theologische candidaten hun studiën voleindigd hebben en gereed staan om waar zij geroepen worden, mocht het zijn in de kracht des Heeren, hun taak te aanvaarden.
Wij ontvingen dan uit Lunteren, afgezonden namens den Kerkeraad door R. van de.Hoef ƒ74.28 als Paaschcollecte voor het Studiefonds.
Mastenbroek, afgezonden door ds. P. A. Binsbergen ƒ45.50 als gecollecteerd voor het Studiefonds bij een spreekbeurt gehouden door ds. Ant. C. Enkelaar van Hasselt.
Den Haag, afgezonden door ds. W. Bieshaar, welke daarbij schrijft : „Ziehier ƒ 30.—, waarvan ƒ 15.— voor het Leerstoelfonds en ƒ 15.— voor het Studiefonds. Het is de inhoud van een busje bij een gewoon werkman, die nog langen tijd werkloos was. Deze mededeeling zal de beteekenis van dit bedrag, ook in uw oog, zeker niet weinig verhoogen."
Dat doet 't zeker. Wij behoeven daar niets aan toe te voegen. Dit spreekt tot ons allen
Monster, afgezonden door ds. G. Benes ƒ2.50 voor het Studiefonds en gevonden in de collecte op j.l. Zondag.
Blauwkapel, f 14.43. Dit bedrag is gecollecteerd ten behoeve van het Leerstoelfonds, afgezonden namens den Kerkeraad van Blauwkapel door F. van der Wilt, te Utrecht.
Berkel, van H. K. ƒ 2.— voor het Studiefonds van een paar vrienden.
Schoonhoven ƒ 3.75, contributie van 3 leden a ƒ 1.25, afgezonden door F. Huisman.
Wij zijn hiermede voor deze week aan het einde van, onze ontvangsten, welke tezamen

f 172.46
bedragen, waarvoor hartelijk dank.
Wij ontvingen de namen van twee nieuwe leden uit Oud Beijerland en één uit Den Haag. En die van één nieuwe abonné uit Bodegraven, benevens een lijst van namen voor proefnummers uit Oudemirdum.
Gebiede de Heere over dit alles Zijn zegen en moge Zijn Naam alom worden verbreid in onze oude Vaderlandsche Kerk.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.

Postzegels, capsules en zilverpapier.
Ontvangen van :
Ie. Klaas Rijksen, Rotterdam, theelood en zilverpapier ;
2e. Marie Broeren, Benschop, postzegels, zilverpapier en capsules ;
3e. Henk Montfrans, Sommelsdijk, postzegels, zilverpapier, benevens 150 halve centen ;
4e. Jantje en Efie Top, een doos zilverpapier, van wien het mij genoegen doet, dat zij zoo ijverig verzamelen. Ik hoop dat ook hun doos weer spoedig vol is. Met hartelijken dank.

Mej. J. DEN HARTOG.

Maliebaan 70a, Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's