De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

2 minuten leestijd

Het ambtsgebed.
In den laatsten tijd hebben verschillende bestuurscolleges zich met de vraag van de invoering van het ambts gebed bezig gehouden, wat vanzelf weer aanleiding gaf, dat ook de pers zich met het onderwerp bemoeide.
Zooals te begrijpen is, vindt 't ambts gebed noch bij Sociaal Democraten noch bij Vrijzinnigen eenigen steun. Dezen zien in het voorlezen van een gebedsformulier eene handeling, welke, om geen andere redenen te noemen, meer afstoot dan aantrekt.
Maar dat het ambtsgebed ook bij verschillende Christelijk Historischen tegenkanting ondervindt, lijkt ons verwonderlijk.
Niet het minst ook om de argumentatie.
Zoo lazen wij onlangs in het bijblad van de Nederlander bij het bespreken van de vraag in hoeverre bij het vergaderen van publieke lichamen rekening moet worden gehouden met 't verschil van inzicht der leden van die lichamen ten opzichte der Godsvereering, dat, naar het oordeel van den schrijver, de godsdienstvrijheid hier onthouding medebrengt.
Hier wordt dus een zelfde standpunt ingenomen als van die zijde gehoord wordt over het strafbaar stellen van het vloeken en het gunnen van het vrije woord aan de Dageraadsmannen. Dat de Neder1ander hier niet alleen staat, blijkt ook uit het Christelijk
Historisch Weekblad „Koningin en Vaderland".
Evenmin als de schrijver van het bijblad van het hoofdorgaan, moet ook de redactie van het weekblad veel van het ambtsgebed hebben. Vooral in bestuurscolleges van gemengde samenstelling bestaat tegen het ambtsgebed ernstig bezwaar.
Toch lijken al deze bedenkingen weinig steekhoudend, omdat bij ambtelijke gebeden in openbare lichamen het niet de leden individueel zijn die bidden, maar het college is als zoodanig, die Gods zegen afsmeekt op zijn arbeid.
Het is hier hetzelfde, als wanneer b.v. een adres van antwoord op de Troonrede wordt opgesteld. Ook dan laat men zich niet terughouden, omdat eenige leden individueel daaraan, niet wenschen deel te nemen. In dit geval blijft toch het adres, wat zijn
karakter betreft, afkomstig van het lichaam dat het Staatsstuk aanbiedt.
Dat het ambtsgebed bij zoovelen verzet ondervindt, en hierbij hebben wij natuurlijk niet het oog op de Christelijk Historischen, want hun bezwaar is, gelijk wij hierboven aangaven, van anderen aard, vindt zijn oorzaak hierin, dat met Gods bestel over stad en land niet meer wordt gerekend. Dit heeft afgedaan. Het gaat niet meer om de eere Gods.
Mocht ook deze gang van zaken er ons toe brengen om steeds krachtiger op te roeien tegen den stroom van ongeloof en revolutie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's