Staat en Maatschappij.
Merkwaardig verschijnsel.
Ook in Amsterdam moet, evenals dit bij het Rijk het geval is, het mes der bezuiniging diep in de uitgaven der gemeente gezet worden, wil het met de financiën der hoofdstad niet geheel en al in de war loopen.
Het eenige onderscheid tusschen het Rijk en de gemeente Amsterdam echter is, dat bij 't eerste „de kwade man" is een Antirevolutionair en bi' de laatste een Sociaal Democraat.
Reeds bij de behandeling der gemeentebegrooting in het eind van het vorig jaar ontvingen de van gemeentewege gesubsidieerde Vereenigingen van wethouder Wibaut een aanschrijving, waarin vermindering van de tot nog toe genoten subsidies werd in uitzicht gesteld. Den Vereenigimgen werd de raad gegeven naar vermeerdering van inkomsten uit te zien door het werven van leden, donateurs en anderszins.
Doch bij dezen eenen maatregel bleef 't niet. Hij was slechts de eerste van een aantal regelingen die moesten dienst doen om de Amsterdamsche gemeentefinanciën weer kloppend te krijgen.
Van meer verstrekkende gevolgen was de mededeeling, welke van B. en W. kwam, dat ook de inkomsten van het gemeente-personeel zouden worden herzien. Niet alleen de salarissen, de pensioenstortingen en de vacantietoeslagen, maar ook de andere inkomsten van gemeente-ambtenaren en gemeente-werklieden zouden nader onder de oogen worden genomen.
Het resultaat dezer overwegingen is nu onlangs bij het Georganiseend Overleg ingekomen. Doch wat van de bespreking der voorstellen van B. en W. uit dit lichaam vernomen wordt, is bijzonder voor wethouder Wibaut niet vleiend.
Dit blijkt ook op de protestvergaderingen, die te Amsterdam worden gehouden, om tegen de reactionaire maatregelen van den wethouder op te komen. Zelfs werden stemmen vernomen, dat, zoo tot salarisverlaging van het gemeentepersoneel wordt overgegaan, men er niet moet tegen opzien de bedrijven als gas, electriciteit, waterleiding en tram, in den strijd te betrekken.
Ons Weekblad, orgaan van den modernen Ned. Bond van Werklieden in Overheidsdienst, schrijft :
„De voorstellen van het college van B. en W. tot verlaginig van het inkomen van het gemeentepersoneel, hebben bij alle organisaties groote ontstemming gewekt. Zoo slecht is de ontvangst daarvan geweest, dat alle werkliedenorganisaties hebben verklaard, dat ze voor onderhandelingen geen grondslag bieden. Het college, waarin drie Sociaaldemocratische wethouders zitting hebben, moge in deze eensgezinde afwijzing een vingerwijzing zien, dat het gemeentepersoneel niet bereid is om alles te slikken. Als de heeren, die het dagelijksch bestuur van de hoofdstad des lands vormen, meenen de voetsporen van Colijn te moeten volgen, dan moeten ze er rekening mee houden, dat het verzet, dat allerwegen geboden zal worden, niet minder erg zal zijn dan tegen de reactionaire christelijke regeering. Het heeft er allen schijn van dat B. en W. deze voorstellen hebben ingediend met de gedachte, laat ons maar een goede portie vragen, dan kunnen wij bij het overleg door het doen van eenige concessies precies binnen halen wat we van plan zijn. Indien dat inderdaad het geval mocht zijn, dan hebben de heeren een groote fout gemaakt. Met het indienen van deze voorstellen heeft het dagelijksch bestuur van de hoofdstad des lands onder het geheele personeel een atmosfeer geschapen van groote ontstemming. Aanstonds zal die op de een oi andere wijze een uitweg moeten vinden. De heeren hadden er rekening mee moeten houden, dat na de offers die reeds zijn gebracht, deze voorstellen een storm zouden doen opsteken, die niet gemakkelijk zal gaan liggen. Wanneer op het oogenblik allerwegen beweerd wordt dat het Amsterdamsche college van B. en W. in zijn maatregelen, die van de zwart-reactionaire regeering een heel stuk nadert, dan hebben diegenen zeker niet geheel ongelijk. En wanneer er dan in onze kringen met verontwaardiging wordt gezegd dat ze van de roode wethouders dit nooit hadden verwacht, dan zeggen we : wij ook niet.
Enfin, men heeft blijkbaar niet willen luisteren naar de waarschuwing van ons hoofdbestuur, dat wie het onderste uit de kan wil hebben, het deksel op zijn neus krijgt; men moet nu ook maar voor de gevolgen staan."
Met het oog op de stemming onder het gemeentepersoneel durven wij nu al reeds te voorspellen, dat, wanneer de voorstellen van B. en W. te Amsterdam in den Raad zullen komen, het aan lieflijkheden aan het adres van den rooden wethouder niet zal ontbreken.
Toch gelooven wij niet, dat wat in de hoofdstad des Rijks op dit oogenblik plaats heeft en nog staat te geschieden, in genoegzame mate voor de Sociaal Democraten leergeld zal zijn om ten opzichte van den Minister van Financiën een zachter oordeel te vellen.
Immers de heer Wibaut is een ander dan de heer Colijn.
Nu reeds is Het Volk bezig om 't beleid van den Amsterdamschen wethouder, waar mogelijk, in een ander aspect te plaatsen en zijn maatregelen met den mantel der liefde te bedekken. Het optreden tegen wethouder Wibaut wordt daarom als een communistisch relletje gekwalificeerd.
En mocht het gelukken de aandacht van den wethouder af te trekken, dan is de baan open om steeds scherpere critiek te doen hooren tegen het beleid van het reactionaire Kabinet Ruys."
Het zijn merkwaardige dagen, waarin wij op dit oogenblik leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's