De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven.

Adam een levende ziel Christus een ievendmakende geest

16 minuten leestijd

Wij zijn vleugellam geslagen. Uit de aarde aardsch koeren wij tot de aarde weer en van nature is er geen opstanding tot heerlijkheid, wel tot afgrijzen ; en er is geen bevrijding van de schepping, die zucht en klaagt, in banden des doods en der verderfenis zijnde.
Dat had zoo anders kunnen zijn.
En — voor Gods kinderen, voor des Heeren gemeente, dat uitverkoren geslacht en verkregen volk is het Gode zi] dank ! in en door Christus zoo anders geworden. Dat volk zal worden verlost , en ook zal de schepping worden bevrijd en een nieuwe hemel en nieuwe aarde wordt toebereid met heerlijkheid.
Hoe is dat zoo geworden ? Laat ons eerst zien, hoe het was in den beginne.
Daarvan lezen wij toch dit in Gods Woord: dat de Heere den eersten mensch Adam maakte tot een levende ziel. Wel aan de aarde verwant en uit het stof genomen, maar „een levende ziel" zijnde ; wat immers zeggen wil, dat de mensch een ander leven bezat dan het leven der dieren en der planten.
Wel aan de aarde verwant, maar boven de aarde uitgaande en de belofte hebbend, dat door hem het leven zou komen, het eeuwige leven, over al het geschapene, met heerlijkheid.
Als vrucht zijner gehoorzaamheid zou de mensch het leven beërven en het leven uitdeelen, zoo de eerste wereld leidend tot de volmaking, naar de belofte Gods hem gedaan in den weg van het werkverbond. Eerst het natuurlijke, dan het geestelijke, zoo was Gods ordinantie. (1 Cor. 15 : 46).
„Adam een levende ziel" —dat is de heerlijkheid van de schepping ! Dat is de belofte van leven voor den mensch en voor al het geschapene ; om opgevoerd te worden tot een hoóger leven, waarbij voor gansch de wereld een schooner toekomst was weggelegd, dan de scheppingsmorgen deed aanschouwen.
Doch helaas ! de gang der wereldhistorie is anders gegaan door der menschen overtreding en val. Ons verbondshoofd Adam, de eerste mensch, is het gebod Gods ongehoorzaam geweest en is uit de liefde uitgevallen. God tot een leugenaar makend.
En nu is het paradijs verloren; nu gaat hij van stof tot stof ; nu sleept hij gansch het geschapene mee van kwaad tot erger ; en wij hebben niets te hopen, alles te vreezen.
Welk mensch '' kan hier verlossing brengen ? Welk mensch kan opbeuren uit den diepen val en eeuwige ellend ?
Niet één. Wij zijn vleugellam geslagen ; dood en dood brakende.
Doch ziet ! daar is de vleeschwording des Woords. Daar is de openbaring van Gods genadeverbond. God wordt mensch, Immanuël. Daar is het tweede Verbondsboofd, de tweede Adam, Jezus Christus. Die neemt volkomen onze menschelijke natuur aan en Hij is waarachtig God.
Een nieuw begin. Een nieuw verbond. Een tweede Verbondshoofd.
En in dezen wonderen weg is verlossing gekomen.
Verlossing voor den mensch, verlossing voor de schepping.
Hij is de tweede Adam ; ook de laatste Adam.
Hij komt als het Verbondshoofd, van een nieuw verbond de Middelaar zijnde.
En Hij is de laatste die het doen kan. Mislukt dit, dan is alles mislukt.
Een derde Adam is er niet, een ander Verbondshoofd bestaat niet.
Gelukkig dat we het weten nu : de tweede en laatste Adam, Jezus Christus, heeft het Verbond Gods gehouden ; Hij heeft het doel bereikt; door het graf heen ; en Hij is geworden tot een geestelijk mensch ; Hij is de erfgenaam van alle zaligheid, voor al Zijn volk en voor de schepping.
Nu wordt Sion in Hem tot Gods volk. Nu wordt de schepping verlost uit de banden des doods, uit de macht van de hel ; als Hij dood geweest is en de hel heeft overwonnen.
Dat heil heeft Jezus, de tweede Adam gebracht; die dan ook door Paulus genoemd wordt „de laatste Adam, die geworden is tot een Ievend makenden geest." (1 Cor. 15 : 45).
De eerste Adam was door God gemaakt tot een levende ziel.
Om tot leven, eeuwig leven op te klimmen en leven te brengen over het geschapene, in den weg der gehoorzaamheid, was Adam geschapen.
Maar „de levende ziel" Adam is gevallen en heeft dood verkregen en dood verspreid.
Doch nu is Christus daar ; de tweede Adam, de laatste Adam —• en Die Middelaar des Verbonds is in den weg der gehoorzaamheid geworden tot een levendmakenden Geest, uit Wien het leven vloeit en groeit en bloeit, voor en over allen die in Hem gelooven en erfgenamen des eeuwigen levens worden genaamd.
Van Hem gaat de kracht uit van het leven, van het ware leven, van het eeuwige leven, van het Godsleven.
En Hij vervult al de Zijnen met dat leven. Wat Hij doet door den Heiligen Geest, den Trooster, die uit Christus neemt en er Zijn gemeente mee vervult, eeuwig met haar blijvend.
Heerlijke vrucht van het werk des Middelaars !
Zoo wordt de Kerk geformeerd, Gods ware Kerk.
Zoo worden de uitverkorenen Gods tot een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, opdat zij door den Geest, die uit Christus neemt en hun deze gaven meedeelt, zouden verkondigen de deugden desgenen, die hen uit de duisternis komt roepen tot Zijn wonderbaar licht. (1 Petrus 2:9). Heerlijk werk des Geestes. Mogelijk geworden door den laatsten Adam, Jezus Christus, die in den weg der gehoorzaamheid geworden is tot een 1evendmakenden gees t.
Zoó zal al Gods volk leven. Uit die levensbron leven ontvangend.
En de aarde wordt nu toebereid, opdat straks Gods volk er wone in gerechtigheid en God zal zijn alles in allen !
Door den Verbonds - Middelaar Jezus Christus, die geworden is tot een levendmakenden geest.

Het voorstel van de Bij-gemeenten.
De Hervormde Broederschap heeft zich laten verleiden bij de besprekingen over het kerkelijk vraagstuk de Confessioneelen en de Gereformeerden los te laten en den Vrijzinnigen in de armen te vallen. Jaren achtereen nu is er telkens weer eens geconfereerd over de oplossing van het kerkelijk vraagstuk, waarbij ook de Confessioneelen en ook de Gereformeerde Bonders vertegenwoordigd waren, en nu opeens werd een gedrukte convocatie toegezonden door den secretaris van de Herv. Broederschap, dr. J. Riemens te Leiden, dat alleen ter vergadering verwacht worden, die voorstanders zijn van een modusvivendi. De deur voor onzen neus dichtgeflapt ! En intusschen zijn enkelen van de Herv. Broederschap, met enkelen die tot de Ethische Vereeniging behooren (o.a. ds. Hoek, van Amsterdam) en een paar vrijzinnigen aan 't werk gegaan om een Reglement op de Bij-gemeenten in. elkaar te zetten, dat zich nu aandient als een pacificatie-of vredes-ontwerp ! De handige dr. Niemeyer, van Bolsward, een geboren-politicus, heeft dat zaakje in elkaar gezet en zal, nu hij zelf in de Synode zitting heeft gekregen, dat pacificatie-voorstel daar warm verdedigen, om alzoo aan de vrijzinnigen ruimte te bezorgen in de Ned. Hervormde KerK !
Gelukkig gaat de Herv. Broederschap als zoodanig met met deze dingen mee. t Zullen slechts enkelen zijn, die particulier het stuK zullen onderteekenen ; de vrijzinnigen zullen dan de gangmakers zijn, die de zaak door hun generaal tot in de Synode zullen verdedigen en niet zuilen rusten voor het ontwerp van wet is aangenomen !
Jammer, dat „engelen" van de Herv. Broederscnap niet verstandiger zijn geweest en zien door dr. Niemeyer c.s. hebben laten verstrikken. Want wat nu op touw gezet wordt is ongeveer gelijk aan de beweging voor de filaal-gemeenten, ook door dr. Niemeyer begonnen en verdedigd, doen met een niet schitterend succes bekroond.
Dat ook deze beweging van „enkelen" van de Herv. broederschap, met velen van de modernen in bond, op niets uitloopt, staat voor ons vast. 't Loopt natuurlijk weer in 't zand.
Daarvoor is in de Hervormde Kerk een veel te groote en veel te sterke beweging overeenkomstig Schrift en belijdenis. Weten de modernen dat niet ? Of willen zij het niet weten ?
Doch ook al zou het voorstel aangenomen worden — alle modernisten hebben nu hun oogen op dr. Niemeyer geslagen — dan loopt het toch op niets uit ; zooals zooveel wat door de Synode aangenomen is, ten slotte geen effect sorteert.
Onder de vrijzinnigen gaan in den laatsten tijd tal van stemmen op, die dat eigenlijk ook profeteeren. 't Zal den vrijzinnigen toch niets baten. De Hervormde Kerk biedt toch geen recht en vrijheid aan degenen, die met de leer der Kerk principieel verschillen. In een kansberekening van de N. R. Courant klonk het dan ook niet hoopvol. Hoort maar :
„Velen hebben verwacht", aldus de N.R. Courant, die het weten kan, „dat onmiddellijk na de verleden jaar te Arnhem gehouden vergadering een vurig streven zich van de Vrijzinnig Hervormde beweging zou meester maken. Dr. de Graaf had ter vergadering er voor gepleit, om den modus-vivendi tot stembus-keuze te maken bij de Novemberverkiezingen, waaraan voor het eerst de vrouw zou deelnemen. Vragen wij ons u af, of die laatst gehouden kerkelijke verkiezingen zich door een nieuw en opgewekter karakter hebben gekenmerkt dan die van vorige jaren, dan moet het antwoord ontkennend luiden. Voor zoover de vrouwen meestemden, stemden ze voor een aanzienlijk deel rechts en op  vele plaatsen ging het stemmencijfer der vrijzinnigen in verhouding tot de orthodoxie achteruit."
„Slechts hier en daar ziin bepaalde verkiezingsvergaderingen gehouden. In de groote steden handhaafde men, in plaats van nu eens met een zelfstandig vrijzinnig program te komen, de noodottige samenkoppeling met het grootendeels ethische E.V.; in sommige steden, waar toch de vrijzinnigen onder een eigen voorganger zijn georganiseerd, onthield men zich zelfs heelemaal van deelname aan de verkiezingen."
Verder zegt de N.R. 'Courant: „Nu de gelegenheid verstreken is, om de kiezers en het kerkvolk zelf op de hoogte te brengen, resten nog slechts de schaarsche weken, waarin men op dominocratische wijze althans de classicale vergaderingen kan voorbereiden. De eigenlijke „kerk" zal, mocht het ontwerp wet worden, er straks even verrast en vreemd voorstaan als zij voor de instelling van den Raad van Beheer heeft gestaan ; ook thans zal het besef en daarmee misschien het verzet komen, als men reeds staat voor een voldongen feit.
Heeft men aldus de gelegenheid verzuimd, vooral van vrijzinnige zijde, om ten overstaan van de met den modusvivendi gepaalde opstandige leden het pacificatie-ontwerp populair te maken, en zal men tegenover de Synode den steun van de organisatie missen, die het Reglement op de Predikantstractementen zoo'n voorsprong gaf, — ook zal men van rechts niet kunnen wijzen op de algemeene instemming van het kerkvolk, dat men achter zich heeft.
Men vergete niet, dat de commissie van overleg, die met het pacificatieontwerp komt, een verminkte commissie is. De leiders der machtige ultrapartijen, de Gereformeerden en de Confessioneelen, hebben nadrukkelijk hunne medewerking aan dit plan geweigerd. Ook bij de ethischen is, getuige de houding van prof. Obbink, de geestdrift niet algemeen. Men bezondigt zich aan struisvogelpolitiek, zoo men zegt, dat de omstandigheden voor de aanvaarding van dit ontwerp gunstiger zijn dan die, welke de vorige pogingen tot mislukken hebben gedoemd. Hebben vroeger prof. Visscher en ds. Van Grieken, zelfs dr. Kromsigt en dr. Schokking, niet willen meewerken ? En toch, wanneer wij resumeeren, komen wij tot de volgende treurige antecedenten :
Zomer 1915 - : de Synode benoemt de Utrechtsohe hoogleeraren tot commissie om den modus-vivendi in studie te nemen.
Juli 1916 : de hoogleeraren bieden de Synode hun ontwerp aan; de Synode neemt het in beginsel aan en draagt hun op het in reglementairen vorm om te werken. De hoogleeraren weigeren deze opdracht te aanvaarden.
Zomer 1917 : de Synode besluit, het modus-vivendi-plan niet uit te voeren.
Maart 1918 : de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden biedt de Synode een ontwerp-reglement op de filiaal-gemeenten aan.
Zomer 1918 : de Synode verwerpt dit. 5 Mei 1919 : de Hervormde Broederschap sticht een commissie van overleg tusschen de richtingen (Raad van Zessen) ; de Vrijzinnig Hervormden ontwerpen een plan tot kerkregeling ; het conoept-Schokking door de Confessioneele Vereeniging verworpen.
7 Nov. 1919 : de Raad van Zessen ontwerpt een plan tot subsidiaire boedelscheiding.
Mei 1920 : het overleg tusschen de richtingen afgebroken door tegenstand van de Gonfessioneele Vereeniging ; de Vereeniging van Vrijz. Hervormden besluit het Reglement op de Predikants-tractementen alleen te aanvaarden, zoo de rechten der minderheden voordien eerst door het Reglement op de filiaalgemeenten reglementair zullen zijn gewaarborgd.
Zomer 1920 : de Synode neemt het Reglement op de Predikantstractementen zonder bedoelde waarborgen aan en besluit met instemming van haar vrijzinnige leden het Reglement op de filiaal-gemeenten niet in behandeling te nemen.
Mei 1921 : de Vereeniging van Vrijz. Hervormden dient voor de derde maal het ontwerp reglement op de filiaalgemeenten in.
Zomer 1921 : de Synode verwerpt het voor de derde maal.
Maart 1923: Vrijzinnig Hervormd manifest: blijft in de kerk
April 1923 : Amsterdamsch congresbesluit : Blijft in de kerk !
Juni 1923 : de Vereeniging van Vrijzinnig Hervormden draagt het hoofdbestuur op, in overleg met de verschillende richtingen een nieuwe poging tot den modus-vivendi te doen ; de Hervormde Broederschap blijkt het initiatief hiertoe reeds te hebben genomen, waarna de Vrijzinnig Hervormden het initiatief aan de Herv. Broederschap afstaan.
Januari 1924 : prof. Obbink onthult, dat de commissie van overleg in het afgeloopen jaar de oplossing geen stap naderbij heeft gebracht en dat de tegenstellingen scherper zijn geworden.
Voorjaar 1924 : de vertegenwoordigers van de Confessioneelen en Gereformeerden weigeren verdere medewerking met de commissie, omdat deze de modus-vivendi-plannen niet loslaat.
Mei 1924 : de aldus ingekrompen commissie ontwerpt het Reglement op de bij -gemeenten.
Mag men, met dit jaartallenboekje voor oogen, iemand, die tusschen wenschen en verwachtingen weet te onderscheiden, het recht ontzeggen, de kansen voor dit pacificatie-reglement bijzonder ongunstig te noemen ?
Als men dat alles leest, is het nu niet bepaald bemoedigend voor de ontwerpers van dit voorstel en de ondernemers van deze vredesbeweging !
Maar daarbij komt nog iets anders. Stel, dat het pacificatie-ontwerp werd aangenomen, zou het dan de oplossing brengen en geven wat men verwacht ? Daarover schrijft de N.R. Courant in een tweede artikel en zegt :
„Voor een oogenblik het bijna onmogelijke veronderstellend, dat ondanks de bedenkelijke antecedenten en niettegenstaande de weinige geestdrift onder de vrijzinnigen en den tegenstand van de confessioneelen en gereformeerden het ontwerp-reglement op het vormen van bij-gemeenten door de Synode van 1924 voorloopig en door die van 1925 definitief wordt aangenomen om daarna, aan het veto der provinciale kerkbestuurders ontsnapt, in 1926 uitgevoerd te worden, dienen wij de vraag nog te stellen, wat de vrijzinnigen aan de uitvoering van dit reglement zullen hebben. Zal het werkelijk de oplossing brengen, waardoor het niet langer een last en een verdrietelijkheid meer is, lid van de Hervormde Kerk te zijn?" „Ons beperkend tot het onderzoek aangaande de praktische waarde van 't ontwerp, willen wij nagaan, wat er zal geschieden rnet de vrijzinnige minderheden, zoo dit reglement tot uitvoering mocht komen. Deze kunnen zich aaneensluiten tot gemeenschappen, die den naam dragen van bij-gemeenten. Ofschoon de term uit het oorspronkelijke modus-vivendi-ontwerp, dat hiermee zijn Gereformeerde afkomst verried, wijl het sprak van „gemeente-kerken", ook niet fraai was, dunkt ons „bij"-gemeente evenmin een gelukkige vondst. Waarom heeft men het minder aanstootelijke en tevens juistere „filiaal-gemeenten" niet laten staan ? 
Inmiddels geeft de naam „bijgemeente" de verhouding, die tusschen partijen in het gemeente-verband wordt geschapen, onverbloemd weer. Immers blijft op een ,,bij"-gemeente reeds krachtens den naam alleen steeds het karakter van minderheids-instelling drukken. Het moet voor een orthodoxe gemeente even onaangenaam zijn, doórloopend aan de majoriteit van de vrijzinnige gemeente, waar „bij" zij behoort, te worden herinnerd, als omgekeerd het voor een vrijzinnige gemeente onprettig moet wezen om als bijwagen van een orthodoxe meerderheidsgemeente te fungeeren. Het knellend verband met den sterkeren tegenstander wordt aldus voortdurend: in herinnering gebracht ; nadrukkelijk blijft de gedachte aan een verhouding bewaard, terwijl juist het besef, autonoom en zelfstandig te zijn, de verademing had moeten brengen." „Deze meer dan administratieve gebondenheid, die immers een waardeeringsoordeel inhoudt, wordt te moeilijker te verdragen, wijl de minderheidsgemeente in het opstellen van haar „geloofsgrond" niet vrij is."
„Nog rest de vraag, of de praktische verbetering van beteekenis zal zijn. Deze vraag geldt hoofdzakelijk de indeeling, volgens welke de splitsing, zoo een minderheid deze wenscht, zal plaats hebben. Het dunkt ons juist gezien, hier voor het aantal stemgerechtigde lidmaten te nemen. Het ledental zonder meer is, vooral in gemeenten van eenigen omvang, slechts een nominale grootheid en de stemgerechtigden mogen allen nog wel lang geen levende en belangstellene gemeenteleden zijn, zij geven althans statistisch eenig houvast. Men kan bij en stemming gemakkelijk de verhouding tusschen de richtingen nagaan. Ook het aantal predikantsplaatsen als deeler is rationeel.
Echter was het ontwerp-Visscher tegemoetkomender jegens de kleine gemeenten, waar de richtingsstrijd even fel kan woeden als in de groote, dat dit in gemeenten met één kerkgebouw de minderheid recht op het medegebruik iervan toestond. Het ontwerp-, Niemeyee laat in zulke gemeenten de minderheid voor een eigen plaats voor haar godsdienstoefeningen zorgen. Dit neemt voor de vrijzinnigen, die juist er naar hunkeren, om hun herbergzaal, bewaarschool, gymnastieklokaal of stoomgemaal door een kerkgebouw te vervangen, en die juist in kleine gemeenten aan de dorpskerk met banden van piëteit zijn gehecht, veel van het aantrekkelijke van het ontwerp weg.
Reeds is opgemerkt, dat juist in de kleine gemeenten van de pacificatie nog het meeste terecht zou kunnen komen. Want de ééne grootestadspredikant, die de leden zijner „bijgemeente" tot in de uiterste hoeken en wijken verspreid zal vinden, zal aan deze regeling in de praktijk weinig hebben. Niet de predikant, maar het kerkgebouw zal hier hoofdzaak zijn. Vrijzinnige predikanten preeken ook nu reeds in Den Haag, en Utrecht en Amsterdam ; hetgeen men, terwille van de propaganda onder het volk verlangt, is dat ze in de Hervormde grootestadskathedralen zullen preeken. Dit ontwerp zal echter de kathedralen nog weer voor hen gesloten houden ; ze krijgen een bepaald kerkgebouw ter beschikking en dan allicht als „bij"-gemeente een „bij"-gebouw. Ware 't niet beter geweest, ze door gebruik van alle kerken bij toerbeurt den prijs te verzekeren, waarom het hun bij hun „blijven in de volkskerk" immers te doen is ?
De vrijzinnigen, die dit ontwerp aanvaarden, zullen nog heel wat meer prijs moeten geven. Door zich op te sluiten in de „bij"-gemeente, verspelen ze 't stemrecht in het groote gemeenteverband. Gesteld dat zij, door hun meerdere zelfstandigheid, in invloed en aantal groeien, zelfs al overvleugelen zij op den duur de hoofdgemeente, zij zullen „bij"gemeente blijven. In dit verband kan het ook een noodlottige bepaling zijn, dat 't aandeel in de inkomsten berekend wordt naar het aantal predikantsplaatsen en niet naar het aantal stemgerechtigde leden.
Men ziet, zelfs wanneer het reglement te goeder trouw zal worden nageleefd, zal het tot allerlei kwesties en moeilijkheden aanleiding geven. Wie meent, principieel en praktisch de oplossing, van het richtingsvraagstuk met dit reglement te hebben bereikt, vergist zich. En wij kunnen ons voorstellen, dat er zijn, die zich afvragen of; gegeven de geringe kansen en het vrij-armelijk resultaat, deze pacificatie de energie en vooral: het geduld waard is, dat de vrijzinnigen aan deze materie misschien nog jaren lang zullen moeten besteden. In geen geval zal het raadzaam zijn, alles te zetten op deze ééne lage en ongewisse kaart."
Wij zullen hier niets aan toevoegen. Alleen zouden wij gaarne ook mededeelen hoe dr. Van Mourik Broekman, van Breda, over deze dingen denkt blijkens een artikel van zijn hand in het Weekblad voor de Vrijz. Hervormden, maar dat bewaren wij tot een volgende week?

(Slot volgt).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's