Wat treurt ge, mijne ziel ?
Mijn ziel, wat treurt ge alle dagen ? Wat zijt g' onrustig in uw lot ? Waarom toch dat gedurig klagen, Wat Satan reden geeft te vragen, Vol hoon en schimp en smaad en spot: Waar is nu uw God ?
Hef toch uw droevig starend' oogen, Waarin die blik vol bangen strijd, Vertrouwend opwaarts naar den hoogen, Tot Hem, Wiens Woord nooit heeft gelogen, Die trouwe houdt in eeuwigheid, Aan elk, die Hem verbeidt.
Zou Hij dan u alleen vergeten ? Niet letten op uw bange klacht ? Zou Hij van uw gemis niet weten ? Zou Hij voor u alleen niet heeten : De God des heils, Die nooit veracht De ziel, die Hem verwacht ?
Zou Hij dan u alleen niet hooren ? Neen neen, mijn ziele, denk dat niet, Tot u ook neigt Hij Zijne ooren, Betoont u straks : „'k heb u beschoren. Omdat Mijn Zoon Zijn leven liet, Dat gij Mijn Heil ook ziet."
Mijn ziel, wat treurt ge dus verslagen ? Wat zijt g' onrus'tig in uw lot ? Berust in 's Heeren welbehagen. Hij doet welhaast uw heilzon dragen ; Uw hoop herleev', naar Zijn gebod : Mijn Redder is mijn God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's