Waarom?
In des levens donk're gangen Wekt een vage, verre schijn In ons hart een vreemd verlangen, Om in 't volle licht te zijn.
Maar daar blijven immer vragen, Die vaak wonden 't menschenhart, En de onbegrepen slagen Brengen onbegrepen smart.
Waarom is het, dat het duistert Door mijn zielevenst'ren heen ? Waarom houdt de smart m' omkluisterd? In wier macht ik stille ween ?
Waarom moeten teere rozen Soms in knop gebroken zijn ? Die in 't zomerzonneblozen Toch zoo schoon nog konden zijn
Levensstormen, waarom hebt gij Zooveel heerlijks doen vergaan In mijn gaarde, zonder meelij. Waar geen bloemen nu meer staan
Waarom moet ik 't rouwkleed dragen? Nam mij God het liefste af ? Waarom al die droeve dagen ? O, waarom die tocht naar 't graf ?
Waarom ? 'k zal niet verder vragen. God gaf mij na 't strijden rust, En te midden van de slagen Is mijn onrust weggesust.
"k Weet van 't leed de eeuw'ge waarde, Daarom treft ons zooveel pijn : Opdat w' eenmaal, los van d' aarde, Hemelburgers zouden zijn
(De Rotterdammer).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's