Financiën.
Hoewel wij in ledental aanhoudend stijgen en zooals ik laatst mededeelde 't vorig jaar ons aantal met een 300-tal is toegenomen, gebeurt het toch ook, al is het niet vaak, datJemand meent voor 't lidmaatschap te moeten bedanken.
Nu doet het mij altijd een genoegen als men de leden daarbij opgeeft. Men weet daardoor nog eens, wat men op den Bond tegen heeft en waarom men wenscht op te houden met hem samen te werken. Wat tot zelfonderzoek kan aanleiding geven en tot de vraag, in hoeverre hij, die bedankt, soms recht kan hebben.
Niet altijd Is het mij echter even helder wat men schrijft. Dat zal wel aan mij liggen, daaraan, dat mijn onderscheidingsvermogen niet genoeg is ontwikkeld. Zoo zit ik nu weer op een briefkaart te studeeren van den volgenden inhoud:
Mijnheer,
Bij dezen willen wij u berichten, dat wij ophouden lid te zijn van het Leerstoelfonds. De beide boekjes : Kerkelijk standpunt en Kerkeiijk vraagstuk hebben wïj ook ontvangen. Maar wij zijn het er niet mede eens. Onze meening is, dat er geen akker is of met het goede kruid komt ook het onkruid op. En nu zegt de Schrift: laat het tezamen opwassen en dan zal Ik het kaf verbranden en het koren in de schuur verzamelen. En nu kan men veel schrijven. Het zal toch zoo gebeuren, en niet anders, volgens Gods Woord. Men blijft staren op het geschrevene en men ziet de groote zaak over het hoofd. Gods woord leert ons om te wachten. Op Zijn tijd maakt Hij alle dingen schoon. En men wordt het nooit eens. Zooveel hoofden, zooveel zinnen. De een weet het beter dan de ander. Het Woord zegt: stilzitten zal uw sterkte zijn.
Hopende, U notitie wilt nemen van dit bedanken, Uw dw. dnr., ........
Erg duidelijk is het mij niet. Temeer, daar in de beide brochures als het standpunt van den Bond wordt aangegeven, wat naar mijn meening ook de schrijver wil. Niet ingrijpen, wachten en intusschen de Waarheid verbreiden in de Hervormde Kerk en het Gereformeerd beginsel als een zuurdeeg te laten doorwerken.
Ik begrijp daarom niet, waarom hij bedankt en ik vrees wel, dat hij het zelf ook niet begrijpt.
Een ander schrijft mij dat hij bedankt omdat de Gereformeerde Bond de Synodale Reglementen, welke tegen de belijdenis zijn, met open armen ontvangt. Wat ik daarvan zeggen moet, weet ik heelemaal niet. "Met open armen". Dat is nog al wat! Of het moet de bedoeling zijn, zooals ik van de week een plaat zag in een tijdschrift, waarin geteekend : een man, in het gat van zijn voordeur staande, de armen wijd uitgestrekt tot aan de posten, om zoodoende aan een paar bezoekers, die er in wilden, den toegang te versperren, opdat ze er niet in zouden komen. Er onder stond geschreven : „Met open armen ontvangen:
Als de schrijver het zóó bedoelt, dan varen wij in één schuitje. Maar dan is er geen reden om te bedanken.
Een derde schrijft, dat hij bedankt, omdat wij „Lingbekianen" zijn geworden. Nog mooier ! En dat, terwijl deze in zijn blad steeds voortgaat zijn lezers tegen den Geref. Bond te waarschuwen. Ik begrijp niet, waarom deze er dan toch niet mede ophoudt zijn volgelingen uit te maken voor ongereformeerden, ziekelijken, met afscheidingsbeginselen behepten en nog meer van dergelijke eigenschappen.
Zoekt dit nu maar eens uit, wie er lust in heeft. Ik niet. Wij laten dit kalmpjes langs ons heen glijden. Wij gaan stilletjes door met het werk van den Bond en wij vermelden dit alleen maar eens, als een curiositeit.
Trouwens het bedanken bepaalde zich tot nog niet een 10-tal, terwijl verscheidene 10-tallen zich naar aanleiding van het verschijnen der brochures als lid opgaven.
Laat ik, voor ik met de ontvangsten begin, mededeelen dat de tweede druk van „Het-kerkelijk vraagstuk" deze week gereed komt en dat allen die er recht op hebben als lid van den Bond een exemplaar gratis kunnen ontvangen als zij mij dit even per briefkaart willen melden.
Aalsmeer, van F. B.: „Hierbij zend ik u ƒ6.20 voor de Zending uit de Zendingsbus Zondagsschool Oosteinde. Of u ook penningmeester zijt van den Zendingsbond, weet ik niet, maar dan komt het wel terecht."
Penningmeester van den Zendingsbond is dr. J. D. de Lind van Wijngaarden, te De Bilt, waarheen ik dit bedrag gezonden heb.
IJsselmonde, van D. N. ƒ 1.- voor het lidmaatschap van den Bond en ƒ1.50 voor het Studiefonds.. Mijnsheerenland, ƒ I0.— van A. de J. voor het Studiefonds.?
Ooster-Nijkerk, door ds. H. van Elven namens den Kerkeraad ƒ 40.48 aan Pinkstercollecte en ƒ 10.— uit het fonds van Chr. Belangen, tezamen ƒ 50.48 voor de fondsen van den Gereformeerden Bond.
Zwolle, afgezonden door E. Kolk namens het bestuur van de Evangelisatie aldaar ƒ 19.— aan Pinkstercollecte voor het Leerstoel-en het Studiefonds.
Verder uit: Hagestein den naam van een nieuw lid. : Barendrecht 1 nieuw lid en Rotterdam 1 nieuw lid, met, ƒ2.50 contributie en ƒ 2.50 jaarlijksche bijdrage voor 't Studiefonds ; benevens nog een lijstje van 6 namen die hun contributie gebracht hebben van ƒ 1.— op ƒ, 1.25. Met dit laatste lijstje is het werk van de propagandacommissie aldaar geëindigd, want alle leden zijn bewerkt en het succes is buitengewoon schitterend. Op een enkele uitzondering na van hen die daartoe niet in slaat waren, is door den arbeid dezer commissie het bedrag der contributie der leden verhoogd van : 56 leden met 25 cents. 11 leden met 50 cents. 1 lid met ƒ 1.—. 1 lid met ƒ 1.50.
Wij danken deze commissie voor de vele moeite hieraan besteed en dat reeds direct een prachtig resultaat heeft.
En wie weet voor hoeveel andere afdeelingen een spoorslag zal zijn om op de eerstvolgende vergadering de vraag te overwegen : „En wij ? Wat zullen wij nu doen ? "
Voorts onzen hartelijken dank aan allen die ons verblijdden met hunne gaven. Gebiede de Heere over dit alles Zijnen zegen. De Penningmeester,
J. G. FLIEHE.,
Arnhem, Parkstraat 6.
Postzegels, capsules en zilver papier. Ontvangen van : 1e. J. Bergman, Gouderak, lood, zilverpapier en postzegels ;
2e. den heer A. G. van Engelen, Den Haag, zilverpapier en theelood ;
3e. G. Vedder, Diemen, postzegels, capsules en zilverpapier;
4e. Marietje van Spronsen, 's Gravenzande, theelood en zilverpapier. De beide laatste pakjes reeds vroeger ontvangen, doch door een vergissing eerst heden verantwoord.
Met hartelijken dank en aanbeveling.
Mej. J. DEN HARTOG.
Maliebaan 70a, Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's