De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

Licht en Schaduw.
In de A.R. R o t t e r d a m m e r schrijft mr. Rutgers onder bovenstaand opschrift over de onlangs aangenomen wijziging van de Leerplichtwet van de Lager-Onderwijswet 1920.
De ingenomenheid met die aanneming van de onderwijsnovelle wordt getemperd door de gedachte aan de velerlei bezwaren, welke die novelle voor onze schoolbesturen en onderwijzers zal medebrengen.
Het gaat nu eenmaal niet anders. Wanneer de onderwijsbezuiniging zou moeten geschieden door het besparen van overbodige onderwijzers, zou van die bezuiniging niet veel terecht komen. ledere onderwijzer heeft zijn dagtaak ; wanneer een vacature onvervuld blijft, moet die taak worden overgenomen door anderen, die ook reeds hun dagtaak hebben.
Het zwaarst zal dit vallen in de kleine scholen, waar tot nog toe twee onderwijzers werkzaam zijn, en voortaan slechts voor één het salaris wordt vergoed. Zeer moeilijk zal het ook gaan in de scholen van ongeveer 90 leerlingen, die voortaan over twee onderwijizers in plaats van drie zullen kunnen beschikken.
Ook voor hem die van de noodzakelijkheid van een gezonde financiëele politiek ten volle doordrongen is, zijn het droeve dagen, wanneer dergelijke maatregelen moeten worden tot stand gebracht. Dat in de kringen van het onderwijs bij velen een gedrukte en sombere stemming heerscht, is te begrijpen.
Niet het minst zijn ook in ongelegenheid de besturen der scholen, die juist in een vacature hebben voorzien en die nu het salaris van den pas benoemden onderwijizer niet vergoed krijgen, omdat deze niét vóór 1 Juli in functie treedt. Het werd nu eenmaal niet mogelijk geacht om te rekenen met den datum van benoeming ; alleen de onderwijzers, die op 1 Juli werkzaam zijn, worden door de overgangsbepaling veilig gesteld. Trouwens wordt de datum van de benoeming niet wettelijk vastgelegd, zooals dit geschiedt met het in functie treden.
Niet weinige besturen hebben de bui zien aankomen en hebben vooruit geweten, dat bij een benoeming met ingang van 1 Juli of later de bezoldiging waarschijnlijk niet door het Rijk zou worden vergoed. Toch zijn er zeker ook besturen, die reeds geruimen tijd geleden tegen 1 Juli een benoeming deden, niet wetende wat hun boven het hoofd hing. Zelfs zullen dit er niet weinigen zijn, daar benoemingen veelal op een termijn van drie maanden geschieden, en de Memorie van Antwoord, met het gewijzigd ontwerp, eerst 19 April verscheen. Meer dan één bestuur zal er wel op uit zijn om een tegen 1 Juli geschiede benoeming ongedaan te maken.
Niet gering zijn ook de moeilijkheden aan scholen, wier personeel van zes op vijf wordt teruggebracht. Stel u een school voor met vijf onderwijzers en met zes klassen van 35 a 40 leerlingen. Hoe moet daar in het onderwijs worden voorzien ? Twee klassen samen voegen gaat niet; 70 leerlingen voor één onderwijzer ïs te veel, en die kan een schoollokaal ook niet bevatten. Men zal zich moeten helpen door een klasse in tweeën te splitsen, en gedeeltelijk met een hoogere klasse, gedeeltelijk met een lagere, in één lokaal samen te brengen. In andere scholen zal men den duur der klassen veranderen, en door een toelating om de acht of negen maanden een goede indeeling der schoolbevolking mogelijk maken. Weer elders zal men de laagste klassen gedurende eenige ochtenden of middagen thuis laten, en zoo bewerken, dat van de zes klassen nooit meer dan 5 klassen aanwezig zijn.
Men ziet het, de moeilijkheden waarvoor aan vele scholen de onderwijzers zich geplaatst zien, zijn niet gering. Menig schoolhoofd zal op een zware proef gesteld worden.
Het is de ijzeren noodzakelijkheid, die hiertoe gebracht heeft.
En de troost bij dit alles is, dat mag worden gehoopt, dat langs dezen weg de oneindig veel diepere inzinking, die ook het onderwijs in Duitschland en Oostenrijk doormaakt, zal kunnen wor­den vermeden.

R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juni 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's