Financiën.
Als men zoo iederen Dinsdag aan den lessenaar gaat zitten om de lezers te vertellen hoe het in de afgeloopen week met de Financiën is gegaan, dan dwalen, vóórdat ik de ingekomen giften en postwissels opneem, mijn gedachten dikwijls af naar dingen, die nu juist wel niet direct met Financiën in verband staan, maar die toch met het doel van den Bond, n.l. die verbreiding en verdediging van de Waarheid in onze Hervormde Kerk óf in conflict komen óf er mede instemmen en die in den laatsten tijd bijzonder onze aandacht hebben getrokken bij het lezen van de verschillende bladen.
Gelukkig, dat daarbij een mensch de gave heeft van vergeten, en dat men het meeste weer kwijt raakt, ook veel van wat bij het lezen u interesseerde, want dat zou zelfs nog te veel zijn om er niet duizelig van te worden. Enkele dingen zijn er echter, die uit uwe gedachten niet weg willen, die bhjven haken en vasthouden, hoeveel moeite ge er ook voor doet om ze er uit te verbannen.
Zooiets is ook wat ik gelezen heb over hetgeen een professor heeft verkondigd in de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Nu kunnen zeer geleerde heeren, en voor al professoren soms dingen vertellen of doen, waar wij, domme menschen, van zeggen : daar snappen wij niets van; dat gaat boven ons begrip ; en dan laten wij dat schieten. Maar aan den anderen kant zien wij ook, dat als men zoo hooggeleerd is en de dingen vanuit zoo'n hoog standpunt beschouwt, men er wel eens toe komt om hooge philosofische theorieën te geven over de dingen, die in werkelijkheid kant noch wal raken, voor een practische toepassing totaal ongeschikt en
die in de laagte beter beoordeeld kunnen worden dan in de hoogte.
Zoo was er in ons land een gemeente, waar het vloeken en openbaar lasteren van Gods naam door de Overheid strafbaar was gesteld. Elk geloovige, en die eerbied heeft voor Gods naam, die dat las, zei natuurlijk : Dat is flink gehandeld van zoo'n Gemeentebestuur. Dat moest overal gebeuren. Zoo dacht er ook onze Minister van Justitie, mr. Heemskerk over, die zijn goedkeuring gaf aan dat verbod. Een daad, die men van een christen-Staatsman ook niet anders zou verwachten en die allen, welke eerbied bebben voor Gods wet, verblijdde en met instemming vernamen.
Maar ziet, daar komt een hooggeleerdie professor, en nu niet een moderne of ongeloovige, maar een, die zich als geloovig presenteert, en zegt ongeveer dit tot den Minister : Dat verbod om niet te mogen vloeken, hadt U niet goed moeten keuren. Dat tast de vrijheid aan. Wij hebben hier in ons land vrije meeningsuiting op godsdienstig gebied en die wordt door dit verbod belemmerd. U moogt dus openbare Godslastering niet verbieden, in naam der vrijheid. Och, och ! wat een wijsheid !
Ik heb het wel driemaal overgelezen, eer ik kon gelooven dat ik goed las. Vloeken en Gods naam in het openbaar lasteren is dus een meeningsuiting op godsdienstig gebied! 't Is fraai! en dat zegt een professor, een geloovige nog al! Bij Luther gold die vraag 't hoogste : Hoe word ik rechtvaardig voor God ? Bij Calvijn was het meer : Hoe komt God aan Zijn eer ? Maar bij dezen professor niet de vraag van Luther noch die van Calvijn, maar de vraag : Hoe bewaren wij onze vrijheid, zelfs die vrijheid, als wij dat willen om in het openbaar te vloeken en Gods naam te lasteren. Hoe vindt u dat standpunt voor een professor, de theologie doceert aan een onzer Universiteiten ?Dat men zulke taal hoort uit den mond van een vrijzinnige of ongeloovige, is treurig. Maar hoe moet elk die eerbied heeft voor Gods naam pijnlijk getroffen zijn bij het vernemen van deze woorden van iemand, die zich op kerkelijk gebied druk beweegt en ijvert voor de zaak van Gods Koninkrijk.
Wij zien hieruit, waar een vrijheid toe leidt die zich niet gebonden weet aan Gods Woord. Mij kwam daarbij in de gedachte, dat het voor de Kerk toch zooveel waard is als het Gereformeerde beginsel verbreid en verdedigd wordt, opdat de Kerk zelve meer en meer tot de belijdenis der Vaderen terugkeere en alzoo ook dan hoogleeraren benoeme die inet de belijdenis accoord gaan en voor de Waarheid Gods overal uitkomen, en wel juist op een plaats waar dit van hen verwacht wordt.
Doch het wordt nu tijd dat wij onze postwisseltjes eens gaan opzoeken. Wij zien er daaronder vele van afdeelingen die de contributie van de leden reeds geïnd hebben. Vooral jonge afdeelingen betoonen zich hier ijverig in. Ik hoop, dat ze hierin zullen volharden en niet besmet worden met het doen van vele oude afdeelingen, om maar zoo lang mogelijk te wachten.
Numansdorp door den heer A. Heemskerk, godsdienstonderwijzer, ƒ4.50 uit het busje van de Jongelings-en Meisjesvereeniging en ƒ 5.50 uit de catechisatiebus, tezamen ƒ 10.—.
Soestdijk, afgezonden door G. van Esch, penningmeester der afdeeling, ƒ 30 zijnde de contributie voor 1924 na aftrek der 25%. Benevens ƒ 31.50. voor de beide fondsen zijnde de opbrengst der collecte bij een spreekbeurt op 24 Mei door ds. I. Kievit, van Baarn.
Hoornaar, verzameld door den heer J. W. Kwant de contributie der leden aldaar, zijnde ƒ31.79 en ƒ 2.— van N.N. Hartelijk dank voor de moeite.
Haarlem, door A. Hoefnagel, penningmeester der afdeeling, de contributie der leden na aftrek der 25% ƒ 13.90. Gorinchem, door A. F. Kentie, penningmeester der afdeeling, de contributie der leden na aftrek der 25% ƒ47.25. (Van de veranderingen en bijgekomen nieuwe leden heb ik noititie genomen en zal u de kwitanties toezenden). Veenendaal, door ds. M. Jongebreur ƒ56.—• aan contributie der leden en ƒ 9.56 van de centsleden.
Utrecht, door ds. Goslinga van N. N. voor de beide fondsen ƒ 40.—. Utrecht, gevonden in de collecte van N.N. ƒ 1.— voor het Studiefionds en ƒ 0.50 voor de brochures. Rotterdam, door ds. P. van Toorn van N.N. ƒ 1.50.
Puttershoek, door ds. M. van Grieken van A. V. ƒ 1.50 voor het Studiefonds. En hiermede zijn wij weder aan het einde van onze opgaven. Hartelijk dank.
Moge de Heere er Zijnen zegen over gebieden.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's