Uit de Afdeelingen.
f A. KLAPWIJK, 1e secretaris van de Afd. Rotterdam, overleden den lOden Juli 1924.
„Naar het einde aller leven, „Naar het einde snelt ons lot „Worde uit gena gegeven, „Dat het einde zij in God."
Met deze ernstige regelen eindigde 21 Febr. 1.1. de 1ste secretaris onzer afdeeling br. A. Klapwijk, zijn jaarverslag over 1923 —1924. Weinig hadden wij kunnen vermoeden, toen hij deze woorden uitsprak, dat de waarheid er van enkele maanden later aan hemzelf bevestigd zou worden.
Ruim 2 weken geleden werd onze broeder op het ziekbed geworpen. Een gloeiende koorts begon in zijn aderen te branden. Ernstige pleuritis had hem aangegrepen. Zoo heeft hij 14 dagen neergelegen, toen, plotseling, zijn ziekbed zijn stervenssponde werd.
Snel, als de afloop van wateren, Vlood het leven uit hem, om plaats te maken voor den somberen dood. L.l. Donderdagmorgen pl.m. 12 uur overleed br. Klapwijk.
Wat onze afdeeling in dezen broeder verliest, is veel, ontzettend veel. Dit schrijven we nu maar niet gedachtig aan het: „van de dooden niets dan goed", doch het is de waarheid.
De Heere had onzen br. Klapwijk met rijke gaven voor het vereenigingsleven bedeeld.
Daarvan kan niet alleen de afdeeling van den Ger. Bond getuigen, maar ook de Hulpveree. van den Ger. Zend. Bond en de Kiesvereeniging Calvljn, waarvan hij medebestuurslid was.
Br. Klapwijk was een secretaris met zeldzame accuratesse, die gepaard ging met zeer veel ijver en groote liefde voor het beginsel.
Zijn ijver ! We denken, hier in 't bijzonder aan den arbeid der propaganda-commissie, die onder zijn leiding en met zijn stoere medewerking verrassende resultaten verkreeg. Zoolang het dag voor hem was, heeft hij gewerkt.
Hij heeft gewoekerd met de talenten, die God hem geschonken had Slechts noode zullen wij hem missen. Zijn niet-meer-met-ons-zijn zal droevig door ons ervaren worden.
Maar bij al de somberheid, die zijn verscheiden baart, is er ook licht. Zijn sterven, alle sterven — zijnde de bezoldiging der zonde — spreekt zoo ontroerend tot ons van een donkeren nacht van zonde waarin de wereld verzonken ligt Zijn sterven evenwel, spreekt ons ook van licht, van het schoone licht van Gods Genade in Christus.
Waar Br. Klapwijk eerst nog op zijn ziekbed moest getuigen, voor eigen rekening te liggen, daar mocht hij later zeggen, dat zijn schuld verzoend was, dat hij naar huis ging. Toen werd zijn sterfbed een levensbed. Toen kwam Het Licht over zijn ziel stralen, zoodat zijn ziel nu, juichende voor den Troon, zich baadt in den vollen goudglans van Christus' gerechtigheid.
Deze wetenschap zij een rijke troost voor de vrouw en den zoon, die hij achterliet. God de Heere geve hun kracht naar kruis en heilige, ootmoedige en stille berusting in dezen weg van smart. Deze wetenschap zij een rijke troost voor ons allen.
Doch de Heere geve meer. Hij geve dat die wetenschap ons tot jaloerschheid moge verwekken, opdat ook wij onze ziel eenmaal mogen uitdragen als een buit.
Als dat de vrucht van het sterven van onzen broeder mocht zijn, dan werd uit dit groot en diep veriies, rijke en hooge winst geboren.
Namens de Afdeeling Rotterdam van den Gereformeerden Bond,
A. V. d. DUSSEN
12 Juli 1924, Ketenstraat 49a.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juli 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's