De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

7 minuten leestijd

„Zoo, mijnheer, dat is nog eens de moeite waard", zoo sprak de man aan het loket van het postkantoor, toen ik hem 14 dagen geleden een 30-tal borderellen overhandigde, allen ingevuld met de kwitanties voor de verspreide leden, n.l. van die leden op plaatsen waar geen afdeeling is. Daar Is heel wat zorg en moeite aan verbonden eer ge zoo ver zijt dat ge dat pak aan het postkantoor kunt overgeven en met niet minder zorg wacht ik den tijd af dat van het postkantoor bericht komt om met de borderellen af te rekenen, terwijl ik dan meteen kan zien welke kwitanties als onbetaald terugkomen.
Dat is nu de vorige week geschied en de onbetaalde en terug gekomen kwitanties zijn in mijn bezit.
Gelukkig kan ik zeggen : het is bijzonder meegevallen. Er komen er altijd terug van overledenen of verhuisd of uitstedig. Maar dat is niet zoo erg. Die verhuisd zijn of uitstedig zijn die zoeken we wel weer op. Waar ik altijd het meest naar benieuwd ten, is, of er veel zijn waar achter op de kwitantie niets anders staat als „geweigerd". Dat zijn voor mij „de kwaje", en gelukkig, dat waren er ditmaal niet veel ; zelfs nog niet zooveel als vorig jaar.
Niet veel, neen dat is zoo ; maar al zijn het er nog zoo weinig, voor mij zijn het er altijd te veel. Ik pik er wel eens een enkele uit. Vooral als ik ze persoonlijk ken en als ze dan al jaren lid zijn, en vraag hun dan : Weet ge wel, dat ge door de kwitantie te weigeren ophoudt lid van den Bond te zijn, en durft ge dat nu zoo maar zonder gewetensbezwaar doen ? Voor dat kleine bedrag van ƒ 1.— of ƒ1.25 per jaar? Ik ontving gisterenavond een briefkaart van den volgenden inhoud :

Waarde Penningmeester,
De kwitantie van het lidmaatschap van den Bond heb ik de vorige week niet betaald. Ik was druk aan mijn werk toen de kwitantie gepresenteerd werd en had geen geld in mijn zak. Bovendien ik zal het u maar juist zeggen zooals 't is, was ik niet al te best gehumeurd en stuurde toen de kwitantie maar terug. Ik wil u wel zeggen dat ik er toch later geen rust bij had en verzoek u haar nogmaals te sturen. Doe er dan maar 25 cents boven op voor de dubbele portkosten. Met vriendelijke groete.

Z , 20 Juli 1924.

Ik was blij met dit schrijven, dat begrijpt ge wel en hoop dat er nog meer dergelijke zullen volgen, want al zijn er niet velen, die bedankt hebben, wij kunnen er niet één missen.
Onder de ingekomen giften vond ik er een uit

Wierden, met het volgend schrijven :
Mijnheer,
Hierbij stuur ik u ƒ2.50, j.l. Zondag gevonden in de collecte voor het Leerstoel-en Studiefonds. Hopende, dat het navolging zal vinden ooit in onze gemeente, want wij ondervinden het, dat er een groot tekort is aan Gereformeerde predikanten en gevoelen het gemis Zondags als wij gewoon waren op te gaan onder de prediking des Woords. Maar ook ondervinden wij het bij de pogingen die aangewend worden om weer een eigen herder en leeraar in ons midden te verkrijgen. Moge de Opperste Herder en Leeraar maar meer arbeiders uitstooten in Zijn wijngaard, ook door middel van het Studiefonds. Met vriendelijke groete en heilbede.
J. D.

Diaken Herv. Gemeente te Wierden.
Bij het lezen van dezen brief dacht ik zoo : „Ja, door middel van het Studiefonds", schrijft deze vriend. Wat voorrecht toch dat dit fonds er is gekomen. Het is een geschenk uit de hand Gods, waar wij niet dankbaar genoeg voor kunnen zijn, en allen die er prijs op stellen en er naar uitzien dat de Waarheid in onze Hervormde Kerk wordt gepredikt. Ook dit jaar staan weer drie jonge menschen gereed om in 's Heeren kracht den wijngaard des Heeren te bearbeiden. Twee er van hebben reeds een beroep aangenomen naar een gemeente. Zoo mogen wederom door middel van het Studiefonds dit jaar drie open plaatsen worden vervuld. Is dat geen reden tot grooten dank aan den Heere, die ons in den weg van het Studiefonds een middel gaf om in den grooten nood te voorzien? Het is daarom te waardeeren, maar ook te begrijpen, dat ons Gereformeerde volkje in de Hervormde Kerk het groote nut van het Studiefonds inziet en ons tot nog toe in staat stelde zij het dan op bescheiden voet, maar toch op niet al te bekrompen wijze, bij te springen waar het noodig was. Verstand en wijsheid daarbij van den Heere begeerende, om de geschonken gaven nuttig te besteden en dienstbaar te doen zijn aan het doel waarvoor zij bestemd zijn. Ook voor dit laatste hebben wij zeker den Heere wel van noode en gevoelen wij onze afhankelijkheid van Hem, die de harten en nieren beproeft. Ook van Hem alleen. Wij kunnen daarom niet al te veel rekenen met hen, die buiten de commissie staande, wel eens een vraagteeken stellen over den steun die verleend wordt, welke alleen oordeelen kunnen naar het uiterlijke en niet kunnen beoordeelen welke gronden er bij 't onderzoek aanwezig bleken te zijn, die per slot den doorslag gaven in een twijfelachtig geval, om den steun niet in te houden of wèl in te houden. Door het groote vertrouwen dat ons in deze moet worden geschonken, en ook gegeven wordt, gevoelen wij ten volle, dat wij niet lichtvaardiglijk mogen handelen. Maar als wij dan ook mogen zeggen gedaan te hebben wat wij behoorden te doen, dan geven wij het ook over en laten de uitkomst aan den Heere.
Wij gaan verder niet onze ontvangsten. Wij ontvingen een schrijven van iemand, die nadrukkelijk van ons verlangde geen woonplaats, geen naam en geen omstandigheden in de courant te vermelden, maar die voor een zeer moeilijke en voor het leven beslissende zaak stond en toen de zeer goede gedachte kreeg om, ingeval de Heere hem door dezen nood heen hielp, aan den penningmeester van den Bond veertig gulden te zenden. En ziet — schrijft hij mij — de Heere heeft niet beschaamd degenen die op Hem hopen en heeft mij glansrijk doorgeholpen en nu ontvangt u deze ƒ 40.— als een uiting van dankbaarheid. De Heere is goed en groot en vol van genade en heeft ons zeer verblijd. Zijn Naam zij geprezen !
Van een andere plaats, ditmaal uit Gouda, ontving ik ook zoo iets. Heerlijk en ook verstaanbaar, dat onze dank zich beweegt in de richting van de verbreiding en de verkondiging van den dierbaren Naam van onzen Grooten God !

Waarde Penningmeester,
Woensdag 23 Juli werd onder een beurt van ds. W. Bieshaar van Den Haag, welke sprak voor de Vereeniging , Calvijn", gecollecteerd een gift van ƒ25.—, met bijschrift : „Een dankoffer, den Heere, voor het Studiefonds." Namens de Vereen. „Calvijn" zend ik u dit toe.
A. Jongejan, Secretaris.

Elburg afgezonden door ds. Plantinga ƒ1.— voor het Leerstoelfonds.
Middelburg, afgezonden door O. van Kleven, penningmeester der afdeeling, ƒ54.98, zijnde de contributie der leden na aftrek der 25%. Hieruit blijkt, dat door ieder lid ƒ 1.25 contributie is betaald. Prachtig ! Een verzoek aan de Gereformeerde predikanten om de afdeeling aldaar te helpen bij het vervullen van de spreekbeurten, wil ik hier gaarne overbrengen.
Verder ontving ik een schrijven uit Ermelo, van iemand, die de contributie van het vorig jaar nog niet verantwoord heeft gezien, en vraagt, of die nog niet is afgedragen. Ja, dat is eerst kort geleden gebeurd, door omstandigheden buiten de schuld van hem, die met de inning belast werd. Ik dacht het nu maar niet in de courant te vermelden, omdat het zoo lang geduurd had. Maar nu moet ik er wel mee uit den hoek komen. Op verzoek van hem, die zich tot hiertoe er mede belastte, zal ik de kwitanties voortaan over de post zenden.
En nu hoop ik u allen op den Zendingsdag te zien. Wij hopen op mooi weer. Blijft nu niet thuis al zijn er donkere wolken, die met regen dreigen. Het is tot nog toe altijd meegevallen.. Als ge bezorgd zijt voor uw kleeding, laat uw mooiste plunje dan maar thuis ; maakt, dat ge tegen een buitje kunt. Wees dankbaar, dat ge goed gekleed kunt zijn, maar als het een beletsel is om onder de prediking van Gods Woord te komen was het beter dat ge ze niet hadt.
Denkt daar maar eens over.
Tot ziens D.V. op 7 Augustus te Rijsenburg.
Met hartelijken dank.

De Penningmeester,

J. C. FLIEHE.

Arnhem, Parkstraat 6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's