Ingezonden.
„Effatha" in nood.
L.S.,
„Effatha", de eenige Vereeniging in ons vaderland, die zorg draagt voor de christelijke opvoeding en het christelijk onderwijs van onze doofstomme kinderen, bevindt zich in nood.
Haar Internaat en haar School, beide te Dordrecht, zijn reeds lang te klein geworden.
Het Internaat, dat op ± 35 kinderen is berekend, herbergt er thans 67. Welk een benauwenden toestand dit medebrengt met betrekking tol de slaapgelegenheden, om van die voor eten en spelen maar te zwijgen, kan ieder begrijpen. Ook de School biedt geen ruimte voor een zoo groot en elk jaar toenemend aantal leerlingen.
Aan uitbreiding van de bestaande gebouwen valt niet te denken. Reeds enkele jaren geleden werd daar om besloten Internaat en School over te brengen naar een plaats in het midden des lands, die vanuit alle provinciën gemakkelijk bereikbaar zou zijn.
Na het in werking treden der Schoolwet-1920 werd ons het uitzicht geopend dat het Rijk ons het benoodigde bouwkapitaal zou verschaffen. We moesten alleen maar wat geduld hebben.
En zoo hebben we dan gewacht, gewacht tot het einde van 1923, toen we bericht ontvingen, dat het Rijk zich terugtrekt uit bezuinigings-overwegingen. Wat nu ?
Daar de bouw niet langer wachten kan, werd op die laatste jaarvergadering onder biddend opzien tot God besloten, dat de Vereeniging zelve dien ter hand zou nemen. Hiervoor — aankoop van grond inbegrepen — zal een bedrag noodig zijn van minstens honderd en vijftig duizend gulden.
Hoe deze som te vinden ? Ge zegt misschien : door het plaatsen van een Obligatie-leening. Dit zou zeker wel het eenvoudigst zijn.
Maar het kan niet. Onze uitgaven kunnen moeilijk met aanzienlijke rente-en aflossingslasten worden verzwaard.
Want wèl betaalt het Rijk de salarissen onzer onderwijzers, maar de jaarlijksche uitgaven, waarin het niet tegemoet komt, en die dus door contributiën en giften moeten worden gedekt, beloopen nog twintig duizend gulden.
Indien eenigszins mogelijk zal de benoodigide anderhalve ton, althans voor een groot deel, aan giften moeten inkomen.
„Effatha" heeft ruim 500 correspondenten. Indien elke oorrespoodent honderd gulden inzamelt, hebben we reeds ƒ 50.000.—.
Voorts zijn er nog duizend plaatsen, waar een Christelijke School is, maar waar „Effatha" geen correspondent en ook geen leden heeft. Indien nu op elk dezer plaatsen een ijverige broeder of zuster zich opmaakt om ook voor honderd gulden te zorgen, dan krijgen we van hen ƒ 100.000.—. Ge ziet : de berekening is zeer eenvoudig.
Misschien glimlacht ge over ons optimisme.
We kunnen het begrijpen.
Want — natuurlijk — dat het precies zóó zal gaan, is niet te verwachten.
Er zullen plaatsen zijn, waaruit geen honderd gulden komt.
Maar daar staat tegenover, dat in andere wel het dubbele of driedubbele van dit bedrag kan worden ingezameld.
Vele handen maken licht werk !
Nu de Regeering niet helpen kan, toone ons Christenvolk, dat het helpen wil.
God van den hemel zal het ons doen gelukken, en wij Zijne knechten, zullen ons opmaken en bouwen ! Het Bestuur van „Effatha" :
Ds. J, VONK, em. Geref. pred., Maassluis, Voorzitter.
Ds. C. LINDEBOOM, Geref. pred., Amsterdam Vice-Voorzitter.
Ds. A. PRINS, Ned. ; Herv. pred., Poederooyen, Secretaris.
W. L. B. DEN BLAAUWEN, 's Gravenhage, Penningmeester. J. SCHAAP Hzn., Dir. Chr. Kweekschool, Leiden.
Ds. L. H. VAN DER MEIDEN, Chr. Geref. pred., Dordrecht.
Ir W. DEN BOER, Ingenieur, Dordrecht. Mr. J. TERPSTRA, 's Gravenhage.
Jhr. Mr. H. A. M. VAN ASCH VAN WIJCK, Doorn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's