De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tehuizen Vredeheim.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tehuizen Vredeheim.

10 minuten leestijd

Hebt ge in den kring uwer familie of kennissen niet eens een medemensch ontmoet, die tengevolge van den oorlog aan lager wal geraakt en nooit ofte nimmer meer de gelegenheid krijgt er weer boven op te komen ?
Van die oude lieden, die nu óf van een pensioen of lijfrente moeten leven, óf die tengevolge van de lotswisselingen van groote volken, hun indertijd met groote voorzichtigheid belegde kapitaal verloren zagen gaan en thans op hun ouden dag van liefdadigheid en weldadigheid afhankelijk zijn geworden van vermogende familieleden of kennissen ?
Of ook ouden van dagen, die hetgeen ze bezaten hebben verloren en daarbij moeten derven de hulp die anderen nog kunnen bekomen ?
In vele gevallen zal het antwoord bevestigend zijn. Want wie kent ze niet, de, om maar bij één categorie te blijven, eerzame, deftige weduwen van indertijd algemeen geziene rechterlijke ambtenaren, officieren, predikanten, enz., die het zooveel huismoeders nazuchten, „dat je met een rijksdaalder tegenwoordig niet verder meer komt dan vroeger met een gulden", zonder als deze reden te hebben zich te bezinnen, dat ook hun inkomsten in niet al te ongelijke verhouding gestegen zijn.
Niet waar, de meesten onzer kennen wel van die tragische gevallen, gevallen van bejaarde weduwen, evenzeer als van alleenstaande heeren, of van echtparen die niet meer weten hoe in hun levensonderhoud te voorzien en doordat het pensioen niet toereikend meer is of hun inkomsten tengevolge van de waardevermindering van velerlei staatspapieren sterk gedaald zijn, met groote zorg vervuld zijn over de vraag, hoe de weinige jaren, welke nog resten, op fatsoenlijke wijze door te komen. Gemeenlijk hebben deze personen uit beschaafden kring nog eenigermate stand op te houden, zonder daartoe bij machte te zijn. De woninghuren verhoogd, het geld in waarde verminderd, geen loon meer voor hulp, dat tóch al niet gemakkelijk af te zonderen viel van het karige inkomen, — dit alles maakt het hun onmogelijk voort te blijven leven op een wijze welke met haar vroegere positie in de maatschappij niet al te zeer in tegenstelling is.
Maar toch, ze moeten léven en ziehier de zorg in zijn meest triesten vorm. De energie is heen, en niettemin wordt aan het leven een taak gesteld, welke die energie mateloos behoeft: te blijven op het peil van voorheen, althans er niet al te zeer onder te zakken, een taak, die hopeloos is, wijl niet te vervullen meer. En dan dan zinkt alle moed weg uit de ziel dier bejaarden, die in vroeger en beter tijd wel nimmer hebben kunnen bevroeden, welk lot het wereldgebeuren inzonderheid hun nog bereiden zou.
Men beseft het, zulk leed moet groot zijn, te grooter naarmate het maaschappelijk zinken sneller en dieper gaat. Wie zal het betwijfelen, dat dit lijden, juist omdat het 't lijden van veelal waardige en daarenboven hoogst beschaafde personen is, stof te over biedt voor de liefdevolle uitbeelding door een schrijver, die de kunst verstaat het zielelijden te peilen van wie, berooid, neergezonken zijn aan den kant van den ruwen weg, die het maatschappelijk leven is ?
Het wegkwijnend leven te beschrijven van een bejaarde uit beteren kring, die, tengevolge van den oorlog, in behoeftige omstandigheden is komen te verkeeren — het zou inderdaad een nobel thema voor een litterair kunstenaar zijn. Maar daarmede zouden dergelijke lijdenden niet geholpen zijn en daarom is het beter wat de Stichting Tehuizen Vredeheim doet. Vredeheim pakt aan en wil in dit geval ook al dadelijk iets doen, dat kan helpen.
Te Gorssel heeft de Vereeniging Vredeheim een huis; ook te Zuilen. In voorbereiding is de inrichting van eenige tehuizen, ook voor echtparen.
De huizen te Zuilen en Gorssel zijn bestemd voor bejaarde dames, die tegen den kostenden prijs een aangenaam onderdak krijgen en waar ieder de beschikking heeft over een eigen kamer, terwijl dan zelfs nog ruimte overblijft voor logeergelegenheid ingeval men bezoek van familie of vrienden ontvangen wil. En voor allen is er dan een gemeenschappelijke eetkamer, een conversatiekamer en ook een ruime serre.
De bedoeling van de stichting Tehuizen Vredeheim is dus : gelegenheid bieden voor samenwoning en voorzien in de behoefte die door menigeen gevoeld wordt. Maar dan enkel en alleen uit philantropie, zóó dat de pensiongasten inwoning, voeding, wasch en geneeskundige behandeling vrijwel tegen den kostenden prijs ontvangen. En daarom behoeft men niet te twijfelen, of deze tehuizen van Vredeheim — want het is de bedoeling natuurlijk om het niet bij eenige te laten, maar tot inrichting van meerdere huizen over te gaan — worden onmiddellijk na het openstellen bevolkt.
Vredeheim wenscht tehuizen. Huizen, waar een beperkt aantal personen plaats zal kunnen vinden, en waar men samen brengt zooveel mogelijk uit eigen milieu, dus niet een indeelinig naar klasse, leder heeft een eigen vertrek, verder wordt steeds het huiselijk karakter in 't oog gehouden.
Er wordt getracht het aantal bewoners in een huis niet groot te stellen, om het huiselijk karakter te behouden.
Het is duidelijk, dat dit werk van Vredeheim geld vordert. Men begrijpt dus ook, dat de stichting in dit opzicht alle aanspraak heeft op steun.
De huizen te Gorssel en Zuilen heeft men reeds kunnen inrichten, maar om verder te kunnen gaan, zijn er nog eenige duizenden guldens noodig. Het is wenschelijk dat in verschillende plaatsen comité's worden opgericht, die propaganda maken voor dit schoone doel en die de gelden voor de uitwerking der plannen hebben te verzamelen.
Vredeheim leidt dus, maar wil gaarne een deel van haar taak overdragen aan speciale comité's, die, zoo noodig, ook suppletiefondsen zullen vormen voor die mannen en vrouwen, die niet bij machte zijni hun pensionprijs ten volle te betalen. En dat zullen er niet weinigen zijn : en die moeten toch ook, ja allereerst, worden geholpen.
Men ziet het: dit tweede plan is al niet minder mooi en nobel dan 't eerste. Zal het gelukken? Maar het móét gelukken, er wordt zooveel gedaan en er is altijd zooveel gedaan voor de behoeftige ouden van dagen uit den arbeidersstand en natuurlijk in de eerste plaats door de menschen van middelen. Het wordt niu tijd, dat dezen zich ook eens bezinnen over het lot van vele bejaarde mannen en vrouwen, die uit hun eigen kring voortgekomen zijn, er althans, wat hun beschavingsniveau betreft, in vele opzichten toe behooren, voor hen moeten de beurzen opengaan. Vredeheim organiseert verder het werk, brengt het offer van zijn tijd en zorgt op een zoo voortreffelijke wijze, dat ieder, die voor zijn medemensch voelt, niet weigeren kan. Hier is een mooie arbeidsverdeeling. Vredeheim leidt centraal, maar districts gewijze moeten nu de menschen die sympathie gevoelen voor dezen arbeid, de Vereeniging daarin helpen.
Hier is werk te doen voor u, mannen en vrouwen, leden onzer Hervormde Kerk, en luistert daarom naar de roepstem van Vredeheim, dat dit werk in beweging heeft gebracht. Laat deze stichting niet worstelen en zwoegen, maar laat uwe krachten inschakelen voor de vervulling van het grootsche werk. Gelooft in de mogelijkheid 'der vervulling van het mooie doel : als 't ware een netwerk over Nederland uit spreiden 'van deze schoone weldadigheid, dat er op den duur uitzien moet, als het ontwerp van een spoorwegkaart en waarin dan de groote stippen de beteekenis hebben van : hier is een plaats, eene gemeente, waar Vredeheim een tehuis heeft opgericht voor de eenmaal beter gesitueerde mannen en vrouwen, voor bejaarden uit gegoeden of intellectuëelen kring. Voor hen, die zonder uw hulp genoodzaakt zijn op armoedige wijze een kamertje te betrekken, waarvan zij slechts met groote moeite den huurprijs kunnen betalen en dan maar verder tobben om van de schamele resten van hun inkomen nog wat af te zonderen voor een karig stuk brood. Wat dan nog veelal het gunstigste geval is. Want — en dit mag men niet vergeten — er bestaat voor velen hunner wel geen andere kans dan deze : rechtstreeks te vallen onder de armenzorg, tenzij eenigszins vermogende familieleden of kennissen hen daavoor trachten te behoeden door hun zoo nu en dan wat toe te stoppen.
En als dat maar steeds geschiedde. Hoevelen echter die nu in kommervolle omstandigheden zijn gekomen, worden thans vergeten of zelfs niet meer door hun familie gekend.
Maar zulk een hulp of ook geen hulp brengt de betrokkenen wel in droevige en pijnlijke sfeer. Beter is het, hen in staat te stellen in Vredeheim's tehuizen een plaats te zoeken en daar nog het leven te genieten, voor zoover het nog te genieten valt, met gelijken, met manen en vrouwen van eigen milieu. Zeker dit is ook barmhartigheid, maar het pijnlijke, dat in rechtstreeksche barmhartigeid juist voor deze mannen en vrouwen gelegen is, wordt er toch aan ontkoomen, wijl alles over een Vereeniging gaat, elke allerwegen haar comité's zal heben. En van den ijver van deze comité's zal het nu afhangen of na Gorssel en Zuilen ook andere plaatsen zulk een tehuis zullen verkrijgen.
Wij hebben echter goeden moed. Als de vrouw zich met het werk der barmhartigheid bemoeit, weet zij vele deuren te ontsluiten, vele harten week te stemmen tot meegevoelen, waaruit de daad geboren wordt.
Op allerlei manieren werkt zij dan aan de vervulling van haar doel, en wat van beteekenis is : als zij zich met heel haar hart aan het doel heeft gegeven, bereikt zij het. Zouden de vrouwen dan aohterblijven, nu zij haar zin tot barmhartigheid kunnen toonen voor behoeftige mannen en vrouwen uit eigen kring ? Zij zullen zorgen — wij zijn ervan overtuigd— dat er spoedig meer van die tehuizen kunnen worden opengesteld. Als Vredeheim haar roept, komen zij, en als zij eenmaal klaarheid hebben over den weg dien zij moeten inslaan, zullen zij werken. En dan ongetwijfeld velen bereid vinden behulpzaam te zijn in dit liefdewerk, hetzij door arbeid, hetzij door geld.
Moge zoo de overtuiging U bijgebracht zijn dat hier een voortreffelijik werk begonnen is en dient voortgezet te worden. Een werk dat niet mag nagelaten worden, als men ziet en hoort wat er te doen is. Ook niet al doorleven we moeilijke tijden en al is er veel zorg en kommer. De nooden, waarin voorzien moet worden, vinden juist hun oorsprong in die moeilijke tijden, en daardoor is het te rechtvaardigen dat het bestuur en het landelijke comité voort willen gaan.
De opzet van het werk is bescheiden, het bedrag dat thans noodig is is eveneens bescheiden. Wie zich wil herinneren, dat elk huis dat ingericht wordt, zelf-supporting moet en ook kan zijn, dan is de vrees voor tekorten afgesneden. Er is dus geld noodig, misschien voor aankoop van huizen, voornamelijk voor inrichting en meubileering van huizen. Maar deze kosten van inrichting en meubileering zijn ook al begrensd, omdat zij, die de tehuizen zullen willen bewonen, eigen meubels gebruiken.
Indien men wenscht, dan zal dit alles nog nader worden uiteengezet, desgewenscht in een vergadering van belangstellenden. Gaarne aanvaarden wij veler hulp, ook om geld bijeen te brengen. Allereerst vragen wij echter uw persoonlijken steun, en als u daaraan uw financiëelen steun kunt verbinden, dan is dat ons bizonder aangenaam.
Wilt u dan per postwissel uw bijdrage toezenden naar de mate van uw vermogen ?
Wij vragen om steun ; om leden onzer Hervormde Kerk te helpen en vervolgens zoo noodig andere protestanten. Een stuk weldadigheid en barmhartigheid.
Voor de uitvoering maakt het bestuur zich op, daarbij gesteund door het landelijk comité, maar het werk moet gedragen worden door uw persoonlijken en financiëelen steun.
Bestuur:
O. J. A. RUYS, Utrecht, Voorzitter.
Jhr. dr. A. W. VAN HOLTHE TOT ECHTEN
Assen, 2de Voorzitter.
H. L. FAGEL, Utrecht, Secretaris.
M.r. F. A. NELEMANS, Rotterdam, 2de Secr.
L. G. JAMES, Maarssen, Penningmeester.

Raad van Commissarissen :
D. BOER, 's Gravenhage.
J. E. DIJKSTRA, Workum.
A. FOLMER, 's Gravenhage.
J. G. KRUIJSBERGE, (Barneveld.
Jhr. mr. C. G. C. QUARLES VAN UFFORD, Zwolle.
Jhr. A. M. A. J. RöELL, Leusden.

Het Comité van Actie voor de Tehuizen Vredeheim.
Bestuur: Dr. J. F. BEERENS, Utrecht, Voorzitter.
Ds. H. C. BRlëT, Utrecht, pl.v. Voorzitter.
Ds. J. G. WOELDERINK, Randwijk, p.l verv. Voorzitter.
Mevr. H. ASTRO—Westendorp, Baarn.
Mevr. DE GEER VAN JUTPHAAS—Röell, Utrecht.
Mevr. A. VAN LEEUWEN—Francken, 's Hertogenbosch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Tehuizen Vredeheim.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's