De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

9 minuten leestijd

Wij leven nu in den tijd van de congressen. Het is nog maar enkele dagen geleden, dat wij het veelbesproken Eucharistisch congres in Amsterdam hebben gehad, en nu hebben wij deze week weer een Internationaal Wereldcongres in Arnhem.
Wat het Amsterdamscbe congres geweest is, dat zult u wel in de verschillende bladen gelezen hebben en bijzonder „Staat en Kerk", het orgaan van de Herv. (Geref.) Staatspartij, heeft week aan week gewezen op het gevaar van den toenemenden invloed van Rome, waaraan ook dit congres dienstbaar gemaakt was. Protesten werden gezonden, uitnoodigingen tot het houden van een boetedag, openbare vergaderingen werden gehouden. Kortom een beweging van geweld tegen het Amsterdamsche congres vanwege .het gevaar voor Staat en Kerk,
Nu is alom in den lande bekend gemaakt, dat van 9 tot en met 13 Augustus in Arnhem zal plaats hebben.

HET WERELDCONGRES VAN DE STER IN HET OOSTEN,
dat omtrent duizend congressisten bijeen zal brengen uit alle oorden der wereld ; uit Zuid-Afrika, de Goudkust, Indië, Amerika, Engeland, Italië, Japan en het grootste aantal natuurlijk uit ons land. Deze orde is een echt anti-christelijke Vereeniging, een dochter van de Theosofische Vereeniging. Zij verwachten, dat een groot leeraar spoedig in de wereld zal verschijnen en wenschen reeds nu zoo te leven dat zij waardig zullen zijn hem te kennen, wanneer hij komt, zoo staat in artikel 1 van hun beginselprogramma. Vóórdat hij verschijnt, vereeren zij hem reeds als een god. Iemand dus, waarvan de Heesre heeft gezegd : Er zullen vele valsche Christussen koomen, maar gelooft hen niet.
"Musis Sacrum" 't grootste gebouw in Arnhem is door hen gehuurd ; van den voorgevel waait de blauwe vlag met de zilveren ster. Bij de gehouden openbare samenkomst verdrong zich een massa volks "om een plaats te bekomen en in de straten van Arnhem beweegt zich een bonte menigte van Japanners, Javanen, Engelschen, Franschen, Italianen en een enkele pikzwarte, ik denk een neger, allen getooid met het merkteeken : een blauwe ster.
Heel Arnhem is onder den indruk van dit congres.
Ik neem het Predikbeurtenblad, onder redactie van de predikanten der Ned. Herv. Kerk te Arnhem, ter hand en zoek naar een protest, een waarschuwing, een voorlichting over deze gevaarlijke beweging. Ik vind, na de lijst van predikbeurten en een kort stichtelijk woord vier kolommen, gevuld met een vervolg-verhaal van een schrijver, Armin Stein, en een artikel over bloemetjeskweekérij !
Over het congres : de Ster in het Oosten, geen woord, geen syllabe.
Ik leg het blad zeer teleurgesteld neer, en ik denk : wacht maar, morgen ochtend komt „Staat en Kerk", het orgaan van de H.G.S., dat zal wel anders uitpakken. Deze partij heeft hier zoo 'n groote afdeeling en dit orgaan heeft zoo krachtig geprotesteerd tegen het Eucharistisch congres, dat zal nu natuurlijk niet nalaten zijn waarschuwende stem te verheffen tegen dit goddelooze congres, en zal zijn diepe verontwaardiging uitspreken dat een zoodanig anti-christelijk congres in een stad als Arnhem wordt toegelaten.
Ik neem 't blad ter hand en ik zoek. Ik vertrouw mijn eigen oogen niet. Ik zoek nóg eens van voren naar achteren en van achteren naar voren, en ik vind na een stichtelijk woord, vier kolommen over Rome, Rome, Rome en nog eens Rome. 't Is al Rome, wat de klok slaat. Over het Internationale Wereldcongres van „de Ster in het Oosten", met zijn verleidende, den mensch vleiende beginselen, geen woord, geen syllabe.
Welk een teleurstelling !
Er is blijkbaar voor dit orgaan maar één gevaar voor Staat en Kerk, en dat is : Rome. Voor al het overige heeft men geen aandacht en laat dat alles maar voortwoekeren. Men verdedigt alleen maar de Zuiderpoort van de vesting, terwijl men van Oosten, Noorden en Westen de vijanden ongehinderd laat binnenkomen en hun verwoestend werk laat voortzetten.
Welk een verregaande eenzijdigheid ! Maar genoeg. Wij gaan nu over tot het derde congres. Het 17de Congres van den Gereformeerden Zendingsbond, gehouden te Driebergen op 7 Aug. 1924.
Er was veel regen gevallen op de dagen die er aan vooraf gingen. Och och, dat ziet er toch treurig uit voor den Zendingsdag, zoo dacht menigeen. Maar toch is ook menig gebed op'gestegen tot den Heere, dat toch deze dag niet een mislukking zou worden. De Heere had reeds zoo menigmaal ook hierin betoond een verhoorend God te wezen ; mocht ook ditmaal blijken, dat wij Hem nooit tevergeefs aanroepen. En ziet, wat gebeurt er. Den dag te voren geen regen en 'n beetle wind. die den grond opdroogde en op 7 Augustus heerlijk weer. Zonneschijn en geen te groote hitte; een uitgezocht weertje. Geen wonder, dat allen van harte instemden met de woorden van het gebed van ds. Klomp, waarin deze den Heere den dank bracht van ons allen voor zoo heerlijke verhooring der gebeden.
Wat een geweldige aanblik is toch 'n zoo groote menigte, welke amphitheathersgewijze de heuvels bezette, allen luisterend naar den spreker in de laagte. Zesduizend menschen luisterend naar 't woord, gesproken door een leeraar, van God gezonden, naar Wien men op het genoemde tweede congres niet wil luisteren, maar naar Wien men zal moeten luisteren als Hij ten tweeden male komt op de wolken des hemels met groote kracht en heerlijkheid, en alles aan Zijn voeten zal onderwerpen. Welk een machtigen indruk maakten de Psalmen, door zoo velen aangeheven tot verheerlijking van den Naam des Heeren en met welk een gespannen aandacht werden de verschillende sprekers beluisterd, niet het minst onze broeder Belksma, die acht jaar gewerkt heeft onder de Toradja's van Celebes, en ons zeer belangrijke en interessante dingen vertelde over 't uitwendig en inwendig leven van dat volk ; maar ook gelukkig van den kennelijken zegen, dien de Heere geschonken heeft op den arbeid van den Gereformeerden Zendingsbond.
Het ligt vanzelf niet op mijn weg om een verslag te geven over dezen dag ; dat laten wij gaarne aan „Alle den Volcke" over. Ik heb mij misschien zelfs al te lang beziggehouden met zaken, die nu niet direct met „Financiën" te maken hebben. Evenwel, de Zendingsdag is ook voor den penningmeester van den Gereformeerden Bond niet onbelangrijk. Velen rekenen er op, mij daar te ontmoeten. Hebben mij daar soms over enkele dingen te spreken, terwijl er anderen zijn die mij zoeken, geen woord spreken, ten minste niet hoorbaar, maar mij een sprekend getuigenis in de hand stoppen. Een moeilijkheid, die zich op die dag telkens voordoet, is, om iemand van wien nu niet gezegd kan worden dat hij in een enkel opzicht „uitstekend" is, onder 6000 menschen te vinden. Dat heeft zich ook nu voorgedaan, daar men mij vertelde dat verschillende menschen naar mij hebben gevraagd, maar ik was onvindbaar. De Regelingscommissie van den Zendingsdag heeft mij een middel aangeboden om deze moeilijkheid te ondervangen, waar ik zeer dankbaar voor ben en gaarne eens over wil nadenken.
Ik laat thans volgen het lijstje van hen die sprekend of zwijgend mij een blijk van belangstelling in onze fondsen overhandigden. Ik zal daarbij nalaten om in intieme bijzonderheden te treden, want hoewel sommigen dat wel leuk vinden, om dat over anderen te lezen, zijn zij er toch meestal niet op gesteld om 't over zichzelven te lezen. Zoo spraken mij twee predikanten aan, die zeiden iemand ontmoet te hebben, die vroeg : Zeg, kunt u mij den penningmeester van den Bond niet eens aanwijzen ?
Ja, daar staat hij ; kom mee, dan zal ik u bij hem brengen.
Neen, neen, antwoordde hij, want dan kom ik in de krant. Ik wilde alleen maar eens weten wat voor heerschap hij was.
Het speet mij wel dat hij zoo bezig was, want ik had hem gaarne eens erg hartelijk de hand gedrukt en hem best willen beloven dat er van onze hartelijkheid niets in de krant zou komen.
Wij bepalen ons dan nu bij de vermelding van de enkele „feiten en cijfers". Van : B. te V. ƒ 2.50 ; van A. te U. voor de brochure ƒ1.— ; van F. te G. ƒ 1. ; van G. te S. ƒ 3.— ; van P. te B. ƒ1.— ; van mej. B. te M. busje ƒ5.50 ; van H. te R. uit dank voor de goede verhuizing ƒ 10.—; van de afd. Gouda de contributie ƒ 17.— ; van ds. Verkerk van Puttershoek van N.N. ƒ 1.— ; van ds. Van Toorn van Rotterdam van N.N. ƒ 2.— ; van N.N. te P. ƒ 1.—; van N.N. te D. ƒ1.— ; van V. te D. busje ƒ4.50 ; van mej. N.N. te Z. ƒ 10.— ; van twee N.N.'s uit B. ƒ 2.— ; van mej. B. uit D. ƒ 10 ; Kampen, van de Vereen. „Uw Woord is de Waarheid" uit busje no. 125 van drie maanden ƒ32.50 ; van de Zondagsschool op Geref. grondslag ƒ 10.50 ; van N.N. voor genoten zegeningen ƒ5.— ; van J. M. J. uit een huisbusje ƒ3.--; uit de brievenbus van ds. Holland ƒ 2.00. Alzoo alléén uit Kampen ƒ53.50, waarmede wij de ontvangsten van den Zendingsdag kunnen besluiten. Tenminste voor vandaag. Ik heb echter nog een stille hoop dat zij, die er niet in geslaagd zijn mij te vinden, en toch iets hadden dat bij mij thuis behoorde, er alsnog toe zullen overgaan mij dit per postwissel te zenden, dan komt het toch waar het behoort te zijn.
Zoo is deze 17de Zendingsdag wel ten einde. Geve de Heere dat wij allen er nog een geestelijken zegen van hebben mogen meedragen.
Nu zou ik nog mijn gewone zaken moeten behandelen, maar ik zie dat ik al meer dan behoorlijk is, mijn ruimte verpraat heb. Ik hoop daarom dat u 't goed vindt dat ik het andere tot de volgende week uitstel.
Ter geruststelling dat 't goed is aangekomen, deel ik daarom mede ontvangen te hebben uit:
Alphen een postwissel, Veenendaal, idem, Lage Vuursche een briefkaart, Heerlen een brief, Kockengen een brief, Vianen een brief met postwissel. Kralingen een brief, waar wij bij leven en welzijn de volgende week verantwoording van hopen te doen.
Met hartelijken dank voor de gaven en in de verwachting dat de Heere er Zijnen zegen over gebieden zal.

De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.

Arnhem, Parkstraat 6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's