De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEVEN.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEVEN.

Feuilleton.

7 minuten leestijd

EEN EPISODE UIT GELLERTS LEVEN.
1) In een klein vertrek van het huis genaamd „De zwarte Plank" te Leipzig, zat op zekeren dag (het was in den tijd toen de zevenjarige oorlog nog zijn laaienden fakkel zwaaide) een man aan zijn schrijftafel en leunde met het hoofd op de hand. Hij had een tengere gestalte en zag er ziekelijk uit. Een witte katoenen muts bedekte zijn hoofd en een kamerjas van gestreept katoen omhulde zijn magere gestalte. De kamer maakte onmiddellijk den indruk dat men in de woning van een geleerde was, want langs de wanden waren hooge boekenkasten waarop in rij en gelid een groote hoeveelheid boeken stonden. Op tafel lagen overigens maar weinig boeken, waaronder een Bijbel, die de duidelijke sporen er van droeg, dat degene voor wien hij opengeslagen lag, zeer dikwijls daarin las. Op 't oogenblik was hij geopend bij 't boek job, het tweede hoofdstuk en bij het tiende vers dat aldus luidt : „Zouden wij het goede van God ontvangen en het kwade niet ontvangen ? " — lag een leesteeken en de tekst was bovendien onderstreept.
Zijn oogen rustten op een blad dat voor hem lag. Het was vol geschreven met verzen welke hij overlas ; af en toe nam hij de pen, streepte een woord door en schreef er een ander boven, zette nog een puntje op een i of plaatste ergens een leesteeken totdat hij over zijn werk tevreden was.
Deze man was Christiaan Fürchtegott Gellert, en de verzen waarmee hij zoo juist gereed was, waren het schoone lied : „Ich hat in guten Stunden enz.", hetwelk hij naar aanleiding van den aangehaalden tekst uit het boek Job, had gedicht. Het ging Gellert zooals het menig eerlijk mensch vaak gaat — er kwam namelijk dikwijls een achteruitgang in zijn inkomsten, die toch, niet al te hoog waren. Om de waarheid te zeggen, was dat ook juist nu het geval, hij had zelfs geen stuiver meer op zak. Gisteren had hij nog dertig daalders in klinkende, harde munt, die waren voor het inkoopen van hout bestemd geweest, want het was grimmig koud buiten ; een warme kachel dus een dubbele weldaad en — als 't goed ging was zijn voorraad hout, hoogstens nog toereikend voor een week. Inkomsten waren er vooreerst niet. Dat was geen prettig vooruitzicht en het drukte den ziekelijken man, die toch al slecht koude verdragen kon, wel zwaar op 't hart, als hij eraan dacht dat zijn houtvoorraad uitgeput raakte. Vandaar dan ook dat het tamelijk koud in de kamer was en op de ramen zich ijsbloemen begonnen te vertoonen, bloemen, die behalve hun gebrek aan geur en kleur ook anderszins iets onaangenaams hebben, voor dengene bij wien ze groeien. Maar Gellert was gewend, om als de zorgenvijand gewapend tegen zijn rust optrok een ander wapen ter hand te nemen dat overal en altijd den vijand verslaat, n.l. het zwaard des Geestes hetwelk is Gods Woord Zoo had hij ook dezen morgen den Bijbel opgenomen en juist dezen tekst in het boek Job opgeslagen en met aandachtig, biddend harte gelezen. Het Woord Gods had diepen indruk op zijn vroom gemoed gemaakt en geheel vervuld van de gedachte welke zoo toepasselijk voor zijn toestand was, schreef hij het voortreffelijke lied, dat een naklank was van het woord der Heilige Schrift en van zijn eigen gemoedstoestand. 
Eindelijk legde hij de pen terzijde, leunde weer met het hoofd op de hand en zeide tot zichzelf : Neen, het is toch zeker geen berouw over de manier waarop ik de dertig daalders uitgegeven heb, dat mij bedroefd maakte ! Heere, Gij weet het 't best. Gij die in mijn hart kunt zien ; het was slechts een aanvechting van zwakheid. Inderdaad een gebrek aan geloof! Och, Heere vergeef! Zie, ik geloof, maar versterk Gij mijn zwak geloof!
Op dit oogenblik werd er op de deur geklopt en zonder het „Binnen" van Gellert. af te wachten, stapte een kleine, gezette man binnen en begroette Gellert hartelijk, welke hem met de woorden : Goeden morgen, beste dokter de magere hand toestak.
De kleine, zeer bewegelijke man vatte de hand, schudde ze hartelijk, beantwoordde den groet, legde vervolgens hoed en stok neer, wreef zijn handen en riep : Brrr, wat hebt u 't hier koud, beste professor ! Dat gaat niet in uw toestand. U moet het warmer hebben ! Laat u toch hout in de kachel leggen ! Wilt u bij deze koude geheel te gronde gaan ?
Gellert glimlachte weemoedig en zeide : Mijn hout raakt op, dus moet ik zuinig zijn.
Foei, u bent toch geen gierigaard ! riep de dokter. Dan moet u wat koopen ! Nog weemoediger, maar ook een beetje verlegen stamelde Gellert : Mijn geld is ook geheel op — maar — wees u gerust, ik — zal — wel zorgen I
De dokter die nooit lang bij één gedachte stil stond, boog zich over de, tafel en zei vragend : Een nieuw lied ?
Gellert knikte toestemmend, maar men zag dat hij er mee verlegen was dat de dokter de verzen gezien had.
Deze nam zonder meer het papier, ging er mee naar het raam en — de ijsbloemen ziende, riep hij : Bevroren ruiten I Neen, dat gaat niet I — Vervolgens las hij de verzen, terwijl Gellert in zijn bescheidenheid de oogen neersloeg. Na een oogenblik riep de dokter uit : Prachtig I Hoe innig, hoe vol overgave ! Echt christelijk en waar ! Beste professor, dat neem ik mee en schrijf het over. Morgen breng ik het terug. Dat moet mijn lieve vrouw, die zooveel achting voor u heeft, dadelijk lezen ! Ik weet dat u er niets tegen hebt! — Zonder ook slechts het antwoord van Gellert af te wachten, stak hij het bij zich, kwam naar den professor toe, op wiens gelaat duidelijk te lezen was, dat hem het eigenmachtig optreden van den dokter met zijn lied, zeer ongelegen kwam, voelde zijn pols en zeide : Geen verandering in uw toestand ? Zeker gisterenavond weer te lang gewerkt I Dat is tegen alle bevel ! U moet naar buiten ! Dat zitten is een ramp voor u ! U moest er een paardje op na houden. Paardrijden ! Dat zou uw gezondheid goed doen ! U moet er een koopen I Begrepen !
Gellert glimlachte. — Alweer koopen I zeide hij. Hebt u niet nog eenige van die goedkoope recepten in petto, mijn waarde ? Die zouden me vooral nu zeer gelegen komen ! En in de kachel moet vuur !, riep de levendige dokter. Al gaat het laatste stukje hout eraan. 'k Zal het beneden bestellen ! Nu, tot ziens, mijn beste professor ! Gode bevolen !
Met deze woorden had hij zijn hoed en stok opgenomen, maakte een kleine buiging en was verdwenen, nog voor Gellert gelegenheid vond op te staan om hem uit te laten.
Gellert glimlachte weer weemoedig! Een trouwe, goede, flinke man, zei hij dan tot zichzelf; maar — als ik alles doen wilde wat hij voorschrijft, dan zou ik over geldsommen moeten beschikken als de oude Neidhardt van de Markt.
Het noemen van dezen naam gaf zijn gedachten een andere richting. De weemoedige uitdrukking verdween van zijn gelaat en maakte plaats voor een andere, zoodat men het hem aanzag dat een prettige herinnering hem bezig hield.
Hij ging naar het raam en vervolgde zijn gedachtengang waardoor hij het rommelen in de kachel niet hoorde, dat veroorzaakt werd door het inleggen van hout, hetwelk de dokter bevolen had.
Hoe het met de rest van Gellerts contanten, met de dertig daalders, gegaan was, moet ik nu eerst vertellen. Pas gisteren waren ze voor een doel besteed geworden, dat het edele hart van den professor in een schoon licht plaatste, maar de mogelijkheid van een warme kamer, voorloopig zeer twijfelachtig deed zijn.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

GEVEN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's