Uit de Pers.
„Niet vrede maar het zwaard".
In „de Reformatie", weekblad tot ontwikkeling van het Gereformeerde leven, gaat ds. Fernhout van Vreeland (vroeger te Utrecht en te Amsterdam) een rubriek „Geestelijke Adviezen" verzorgen. In het no. van 8 Augustus staat het volgende stuk :
Een zuster vraagt naar de bedoeling van Jezus' woord in Matth. 10 : 34—36 : „Meent niet, dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde ; ik ben niet gekomen om vrede, te brengen, maar het zwaard; Want ik ben gekomen om den mensch tweedrachtig te maken tegen zijn vader en de dochter tegen hare moeder en de schoondochter tegen hare schoonmoeder ; en zij zullen des menschen vijanden worden, die zijn huisgenooten zijn."
Zij vraagt er naar, wijl ze deze woorden van Christus meermalen hoorde gebruiken tot verklaring van twist en tweedracht tusschen menschen, die naar geest en vleesch beide elkaars familie waren en die ze daarom tot vrede vermaande. En dan wist ze niet, wat daarop te antwoorden.
Het klinkt oppervlakkig zeker wel wat vreemd, dat de Heere Jezus Christus, die vanouds door de profetie was aangekondigd als Vredevorst, bij Wiens geboorte de Engelen van vrede zongen en van Wien de Apostel Paulus, denkend aan de vroegere vijandschap tusschen Joden en heidenen, zeide : „Hij is onze vrede" — Zelf verzekert, niet éénmaal, doch bij herhaling : dat Hij niet gekomen is in de wereld om vrede te brengen, maar het zwaard en zelfs de menschen, die elkander hét naast bestaan, tweedrachtig te maken.
Toch is er tusschen het een en het ander geen zweem van strijd. Het is ons aanstonds duidelijk bij de fijne opmerking, die Calvijn bij Matth. 10 : 34 tot 36 en Lukas 12 : 51 maakt : „dat de vrede, dien de profeten aankondigden, (als vrucht van Messias' komst) als een vrede, die altoos met het geloof verbonden is, nergens anders heerscht dan in den kring der ware godvruchtigen en in 't gemoed der vromen."
Nergens belooft de profetie aangaande Christus noch Christus-Zelf, vrede aan de goddeloozen voor hun hart, voor hun onderling verkeer, of ook voor hun verhouding tot de geloovigen.
En op dat laatste heeft Jezus in Matth. 10 en Lukas 12, blijkens heel het verband, het oog.
Jezus heeft Zijn jongeren vermaand tot getrouwheid in het belijden van Zijn Naam. Om hen nu te doen verstaan wat deze eisch inhoudt en wat gehoorzaamheid aan dien eisch van hen vergen zal, spreekt Hij hun van het verzet en de vijandschap, waartoe hun prediking van den Christus en hun belijdenis des geloofs de wereld zullen prikkelen. Het zal hun te staan komen op breuke tusschen hen en die hun 't naast bestaan : vader en moeder, broeder en zuster, zoon en dochter. Dat verzet en die vijandschap zijn natuurlijk niet in eigenlijken zin het doel van Jezus' komst in de wereld en van de prediking des Evangelies.
Integendeel, wat de liefde van Christus bedoelt te geven is vrede, en vrede in Zijn bloed is het wat het Evangelie zondaars verkondigt en aanprijst. Geloofden alle menschen in Christus, en gehoorzaamden ze allen Zijn Woord — dan zou het vrede worden in aller hart en vrede in heel het leven.
Maar zoo, doen niet allen. Waar de Heere niet door Zijnen Geest het verzet breekt en het geloof werkt, daar prikkelen de verschijning en het woord van den Koning des vredes tot vijandschap en tot verzet. En dit bittere verzet keert zich dan in al zijn felheid tegen degenen, die het Evangelie des vredes verkondigen en den Naam van den Vorst des vredes belijden.
Die vijandschap is niet te voorkomen, en dat verzet kan niet uitblijven, omdat het vleesch is zooals het is : omdat het bedenken des vleesches vijandschap is tegen God.
En 't is om die onvermijdelijkheid van 't oplaaien der vijandschap overal waar het Woord van Christus gepredikt en Zijn Naam genoemd wordt, dat Jezus zegt gekomen te zijn om hét zwaard te brengen, om vuur op de aarde te werpen. Hij wist. dat Zijn Woord, overal waar het gepredikt werd, de menschen zou scheiden in twee groepen : die gelooven en zich bekeeren, en die weigeren te gelooven en zich te bekeeren ; en dat deze laatsten zich, in hun vijand schap tegen God en Zijn Gezalfde, keeren zouden tegen de eersten.
Maar al zag en wist Hij dat — het heeft Hem niet weerhouden om in de wereld te komen, er Zijn werk te doen en Zijn Woord te spreken; er Zijn Evangelie te doen verkondigen en Zijn Naam er te doen belijden. Hij heeft het alles aanvaard, zooals het komen moest en komen zou. Hij rekende er van te voren op, dat dat de naaste uitwerking zou zijn. .En in dien zin zegt Hij nu, dat Hij tot dat alles gekomen was.
In overeenstemming hiermee teekenden onze Kantteekenaars op het woord „zwaard" aan : „d.i. oneenigheid en vervolging, die op de prediking zoude volgen, waarvan oorzaak is niet eigenlijk Christus, die de Vredevorst is, of Zijn Evangelie, dat een Evangelie des vredes is (Ef. 6 : 15) maar de moedwil dergenen, die het verwerpen en de geloovigen haten en vijandelijk vervolgen."
Doch al mag dit de naaste uitkomst zijn ~ het groote doel van Zijn komst is en blijft vrede te brengen aan de zielen en vrede te brengen aan de aarde. Het zal nu wel duidelijk zijn : ten eerste, dat de vijandschap, die verdeeldheid en twist veroorzaakt, niet uitgaat van hen, die Christus en Zijn Evangelie gehoorzaam zijn, maar, vla'k omgekeerd, van de zijde der wereld, die den Christus verwerpt en tegenstaat; ten tweede dat tot de vijandschap en den strijd, die gevolg zijn van de komst van Christus, enkel behooren de haat en bitterheid, die ons overkomen om Christus' wille ; en ten derde, dat Jezus' woord schandelijk misbruikt, wie er eigen twistgierigheid mee poogt te verontschuldigen, of er een schild in zoekt tegen billijke grieven van anderen, het mogen dan geloovigen of kinderen der wereld zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 september 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's