De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

8 minuten leestijd

Eenigen tijd geleden ontving ik een gift, waarbij een uitgebreid schrijven. De gift heb ik verantwoord, maar de gelegenheid om iets uit den brief mede te deelen, had ik toen niet en later heb ik er niet meer aan gedacht.
Nu kwam mij die brief heden weder in handen en ik kan niet nalaten er iets uit te vertellen. Bovendien ben ik er van overtuigd, dat u heel graag ook eens een ander hoort praten. Misschien was dit schrijven nu wel niet bestemd voor het publiek, maar de lezers van onze rubriek beschouw ik niet als „het publiek". Dat heb ik nooit gedaan en denk er niet over dat te doen. Wij houden elken Dinsdag met elkander een praatje. Als het kan zoo gezellig mogelijk, dat hangt veel van 't weer af, of de zon schijnt, of dat er zware wolken hangen. En als het dan zoo'n beetje om de „Financiën" heenloopt, daar is 't niet minder om. Wat wij dan ook Dinsdags bepraten, is in de eerste plaats bestemd voor de leden van den Bond, voor hen die mede helpen om onze kas te vullen en die wat gevoelen voor het werk van den Bond en daarmee medeleven.
Wij hebben het daarbij niet altijd enkel over „Financiën". Wel neen ! Dat kan je begrijpen ! Da's veel te droog en te saai. Neen, wij maken heel vaak allerlei uitstapjes. Wij praten over alles en nog wat, over congressen en over wat wij in andere bladen hebben gelezen of gemist, ol wat onze bijzondere aandacht heeft getrokken of ook over dingen, die men den Bond in de schoenen wil schuiven en die bij den Bond niet thuis behooren; over exentrieke uitdrukkingen, die sommige predikanten zich wel eens veroorloven en dat men er dan als de kippen bij is om zoo'n spreker bij den Bond in te deelen, hoewel hij er nooit lid van is geweest en er niet over denkt om het ooit te worden.
Over al dergelijke dingen praten wij dan Dinsdags. Ja, dan zijn er, die zeggen : daar mag je niet over praten, dat behoort daar niet thuis. Maar daar storen wij ons heelemaal niet aan.. Wij praten in ons eigen huis over wat wij willen en vragen er niet naar of iemand dat goedkeurt.
Per slot hebben wij het natuurlijk altijd over hetgeen wij hebben ontvangen en wat wij niet hebben ontvangen ; over onze beide fondsen. Wat voor mij het belangrijkste is.
Zoo sprak die vriend dan ook geheel naar mijn hart, als hij zeide : „Ik geloof dat iemand uit Hervormde kringen, indien hij iets wil wegschenken, het best zal doen, het aan u te zenden. (Volkomen mee eens). Wij gelooven dat men daardoor in den middellijken weg het Christendom hier te lande het meest steunt. Voor ons denken zijn de predikanten van den Ger. Bond degenen, die de Waarheid het zuiverst verkondigen. (Au ! zeg vriend, pas Op ! Zooiets mag je nu denken, maar zeggen nooit, want dan wordt je zóó ongenadig op je vingers getikt. Neen, haal die woorden maar weer gauw terug. Bovendien zijn er, die het Woord even zuiver verkondigen, maar een bijzondere reden hebben om zich niet bij den Bond aan te sluiten. Mannen, die ik hoog acht om des Woords wille. Maar ga voort). Laat men de predikanten van den Bond dan maar smaden. Laat men dan maar zeggen dat ze een verkeerde leer hebben (daar zou ik u staaltjes van kunnen noemen, te erg om ze na te zeggen, en door mannen, van wie ge dat niet zoudt verwachten en die beter weten). Wij gelooven, dat zij de beste predikanten van Nederland zijn. Wij kunnen het hier ter plaatse dan ook nooit genoeg waardeeren, dat wij als predikant een man hebben als ds. S En waar de Waarheid het zuiverst wordt verkondigd, heeft men het meest bloeiende kerkelijk leven. (Volkomen waar, daarom geloof ik ook, dat de toekomst van de Hervormde Kerk aan de Gereformeerden is). U heeft als penningmeester van den Gereformeerden Bond dan ook een prachtig werk te doen. Al is het lang geen sinecure, het zal u zeker een aangename bezigheid zijn. (Of het, als men er tenminste maar voor zorgt dat er geen weken komen van niet meer dan twee gulden aan ontvangst). Wij hopen, dat God de menschen zal bewegen om milde bijdragen af te staan voor dit heerlijke werk en dat u steeds veel zult ontvangen.
Ik denk wel eens : als alle menschen die belang stellen in den Bond eens goed Gods weldaden zagen op ieder terrein des levens, wat zou de penningmeester dan veel ontvangen. Het is maar jammer, dat wijl menschen zulke snood ondankbare schepselen zijn. Voor mooie kleeding en vaak overvloedige spijze heeft men gfeld genoeg over, maar het gegevene aan Gods Koninkrijk acht men wel weggeworpen geld. Als de Heere ons daarnaar behandelde, het zou er waarlijk met ons niet best voorstaan. Toch hopen we dat de voorstanders van den Gereformeerden Bond maar dicht bij en diep afhankelijk van God mogen leven en dat de Heere velen bekwaam make om Zijn Woord te verkondigen. Wij menschen, willen zelf Gods Koninkrijk uitbreiden. We moeten niet vergeten dat het vooral noodig is er zelf bij te behooren en dan mogen wij wel bedenken dat liet de Heere is die den wasdom geeft. Wij hopen dan, dat de Heere den Bond en zijn bestuur en al zijn medewerkers moge ondersteunen en bekwaam maken. Ja, dat allen die Hem vreezen eendrachtig mogen samen werken tot eer en verheerlijking van Zijn onvolprezen Naam."
Tot zoover onze vriend, dien wij allen hartelijk de hand geven en danken voor zijn sympathieke woorden.

Nummer twee neemt het woord. Het is iemand uit Zegveld. Ik ken hem niet en hij noemt zich „uw onbekende vriend." Het lijkt mij al iemand op leeftijd. Niet veel woorden .gebruikt , hij, maar ze getuigen van veel hart voor onze „Financiën" en iemand, die het niet bij woorden laat. Hij zegt : „Waarde penningmeester. Hierbij een gift voor 't Studiefonds van 10 gulden, om u te troosten op uw klacht. Hopende, dat de Heere vele harten moge buigen tot het geven van dergelijke giften."
Vindt u dat niet aardig ? Zooiets ontroert je.
Nummer drie maakt het nog haast korter. Dat is een Oldebroeker, en zegt „Hier hebt u ƒ 2.50 voor het Studiefonds boven mijn lidmaatschap van den Gereformeerden Bond. Als alle leden dit voorbeeld volgden, wat zou de penningmeester dan niet menigen student een ruggesteun kunnen geveni!"
Kijk, zooiets zou ik nu niet durven zeggen, al is het heelemaal waar. Afwachten of men naar hem luisteren zal. Stil! Er wordt geklopt. Twee dames komen binnen, beiden met een busje in de hand. De eene is juffrouw de Groot uit Schiedam. Alsjeblieft, penningmeester, hier hebt u ƒ 5.— uit busje no. 215 ; en nummer twee is juffr. Corn, Qualm uit Hazerswoude, die keert haar busje vierkant op de tafel om en telt me voor ƒ 16.08 uit busje no. 73.
Ja, zeggen ze, we hadden ook uw klacht gehoord over die twee gulden in één week en hebben toen onze busjes maar eens nagekeken en gezegd : daar zullen we toch op passen, dat hij althans de volgende week meer heeft. Ook vroegen ze hoe het nu stond met die andere acht busjes, die aan roest begonnen te lijden van wege de rust. Ik moest hun tot mijn spijt antwoorden, dat ze nog steeds in denzelfden toestand zijn en wacht op aanvrage voor hun opname in een christelijk gezin.
Ge moet maar moed houden, zeiden ze. Wij werken nu al zoolang met onze busjes en hebben er zelf de grootste voldoening van als wij u iets kunnen geven. Die acht busjes zullen best een plaatsje vinden.
Toen ze weg gingen, kwam er meteen weer een andere dame binnen, die kende ik heel niet. Ja, zegt ze, ik ben uit Hilversum. Ik had u verzocht om eens te onderzoeken naar dat pension in Arnhem, waarvan een advertentie in de Waarheidsvriend had gestaan. Het is best uitgekomen, en ik heb het er zeer goed gehad en nu dacht ik u ƒ 5.— te geven voor uw moeite, voor de fondsen, natuurlijk !
Ik streek alles in het laadje en ik dacht : dat loopt goed vandaag.
Per slot kwam de post van 12 uur en bracht mij nog vijf postwissels uit Gouda, afgezonden door A. Jongejan ƒ 2.50, gecollecteerd bij een spreekbeurt van ds. Bieshaar voor de Vereen. „Calvijn", met vermelding : „voor het Studiefonds".
Lexmond, door ds, Goverts ƒ1.— van N.N.
Ter Aar, ƒ 2.50 door ds. G. Enkelaar „voor het Studiefonds ; uit dankbaarheid." Zoo luidde het bijschrift, die werd gevonden in de kerkcollecte van 1.1. Zondag.
Aalst (Bommelerwaard), ƒ5.—, afgezonden door A. van Ooijen, ouderling, namens den Kerkeraad. Dit bedrag is uit de catechisatiebus voor het Studiefonds.
Benschop ƒ 14, 25, afgezonden door J. A. de Gier, penningmeester der afdeeling, zijnde het bedrag der contributie na aftrek der 25 %.
Hiermede is al het nieuws besproken en zien wij maar weer uit wat de volgende dagen ons zullen brengen.
Het was een gezellig uurtje, en wie er dankbaar en tevreden was, dat was zeker De Penningmeester,

J. C. FLIEHE. Arnhem, Parkstraat 6.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's