Uit de Pers.
Gereformeerde Studenten.
Prof. dr. A. Noordtzij schrijft aan „de Standaard" :
In den loop van September openen onze Universiteiten en Hoogescholen weer haar poorten en laten vele jongeren zich weer als student inschrijven, sommigen voor het eerst. Onder hen zijn telkenjare ook velen, die uit Gereformeerde gezinnen zijn voortgekomen, die in een Gereformeerd milieu zijn groot geworden en met meerder of minder bewustheid, uit onze Gereformeerde belijdenis zijn gaan leven.
Niet allen laten zich aan de Vrije Universiteit inschrijven. Zelfs doen ze dat niet in meerderheid. Meerdere oorzaken werken daartoe mede. Het is hier niet de plaats om de redenen, die hen daartoe drijven, onder de oogen te zien en op hun waarde of onwaarde te toetsen. Slechts zij opgemerkt, dat het onvoltooide karakter der Vrije Universiteit dit verschijnsel niet geheel verklaart. Ook lokale verhoudingen, als het wonen dicht bij een openbare Universiteit, kunnen dit niet. Andere oorzaken zijn hier in het spel, waarop hier niet nader kan worden ingegaan, maar wier onderzoek wel eens meer de aandacht mocht gespannen houden van de mannen, die leiding geven aan de Vrije Universiteit. (Cursiveering van Red. „Wlt.vrd, ")
Het grootste gedeelte onzer Gereformeerde studenten vinden we aan onze openbare Universiteiten en Hoogescholen. Daar trachten zij zich die kennis te verwerven, welke noodig is ter vervulling van hun levenstaak en ter volle ontpiooiïng van de hun door God gegeven talenten. Daar ontsluit zich voor hen die wondere wereld, welke hen reeds op het Gymnasium en de Hoogere Burgerschool als een begeerlijk ideaal voor oogen zweefde : eenerzijds de wereld van breede wetenschap en kennis, anderzijds de wereld van groote vrijheid en uitgebreider kring. Nu geen leerling meer, maar student. Nu het betreden van terrein, waarop de krachten kunnen worden samengetrokken en de dorst naar wetenschap kan worden voldaan. Nu niet meer iederen dag het afmaken van een nauwkeurig omschreven en niet minder nauwkeurig gecontroleerde taak, waarbij ide leeraar vaststelde wat moest worden gedaan en geen oogenblik gedacht werd aan de vraag, of dat den leeding welgevallig was of niet. Nu volkomen vrijheid in het kiezen van het te onderzoeken terrein, de te bestudeeren stof. Vrijheid ook om zijn dag in te richten naar eigen zin, nu eens met meerdere of mindere trouw de colleges volgend, dan weer binnen den gezelligen vriendenkring de uren doorbrengend.
Een wereld van vrijheid. Ook een wereld van ongekende en dikwijls niet vermoede horizonten. In de Universiteiten en Hoogescholen viert het wetenschapsstreven hoogtij, dat jagen naar het kennen van de veelsoortige levensgebieden, die zich in Gods schepping vertoonen of ook in de geschiedenis der menschheid tot uiting komen. Hier heerscht het streven om steeds verder door te dringen in die voor den mensch dikwijls zoo geheimizinnige wereld van geest en stof. Hier streeft de mensch met een ontzagwekkend geheel van hulpmiddelen naar benadering van het levensdoel, dat God hem stelde : de heerschappij van Gods gansche schepping. En wie als jeugdig student het binnentreedt en om zich heen ziet, herinnert zich als vanzelf het woord, door een van Israels gewijde zangers uitgesproken, toen hij in zijn lied de bewonderende vraag stellende : „Wat is de mensch, dat Gij zijner gedenkt ? " daarop zelf ten antwoord geeft „bijna een goddelijk wezen". In deze wereld der wetenschap staat de mensch met de bewonderenswaardige scherpte van zijn denkend vernuft, de genialiteit van zijn combinatievermogen en de helderheid van zijn bewust weten.
Maar helaas staat hij daar ook dikwijls in zijn streven, om een wetenschap op te bouwen, waarin voor God zelfs niet meer als hypothese plaats is, die de rijkdommen van Gods heerlijke schepping tracht te verklaren als vrucht van een mechanisch werkend ontwikkelingsproces en de geschiedenis der menschheid in haar uitgebreidsten zin wil zien als uitsluitend beheerscht door de wet van oorzaak en gevolg, waarbij de mensch door een aan alle natuurleven eigen opklimmingsdrang van 'het lagere tot het hoogere is voortgevaren en zich in eene richting voortbeweegt waarin hij in de wereld van stof en ook in die van geest de uitsluitende beheerscher en wetgever zijn zal.
En in dat streven treedt hij dikwijls met weinig bescheidenheid op. Maar al te vaak wordt als wetenschap voorgesteld wat hoogstens hyp'O'these heeten mag en wordt ter wille van het gewenschte eindresultaat een groepeering van feiten als de eenig mogelijke voorgehouden, welke niet meer dan een van vele genoemd mag worden.
Zoo is dan ook de strooming, welke aan onze openbare Universiteiten en Hoogescholen overheerscht, weinig gunstig voor, om niet te zeggen ten eenenmale vijandig aan de Gereformeerde levens-en wereldbeschouwing, waarin de Vader van onzen Heere Jezus Christus als de Schepper en Onderhouder van alle ding de centrale plaats 'inneemt, waarin alle gebeuren beheerscht wordt door Zijnen wil en de gansche wereldhistorie geleid wordt naar het door Hem van den beginne in het oog gevatte einddoel : de verheerlijking van Zijne deugden en volmaaktheden.
Wie dan ook als Gereformeerde dezen kring binnentreedt, voelt Z'ich weldra omringd door allerlei machten en krachten, die voorheen zich niet binnen zijn gezichtskring vertoonden, althans zich niet in die mate gelden deden. Aanraking zoekend met hen, die binnen den kring eenzelfder faculteit leven, ontmoet hij bij hen denkbeelden, ziet hij bij hen eene levenswijze, welke hem tot dusver vreemd waren. Hij boort spotten met wat hem heilig is ; hij ziet verwerpen wat voor hem de hoogste waarheid is. In de breede studentenwereld voeren zij den boventoon, die doortrokken zijn van den geest der eeuw en daarom vijandig staan aan wat voor het Gereformeerd bewustzijn het licht en de kracht van dit leven zijn. Daar gisten gedachten en W'orden denkbeelden geuit, die door stoutheid konden verbazen, indien ze zich niet kennen deden als onrijpe vruchten van een in radicalisme en absolutisme heilzoekenden geest. Daar worden daden verdedigd en wordt dikwijls een levensrichting openbaar, die alleen mogelijk zijn bij hen, die het bekende woord tot levensdevies hebben gekozen : „laat ons zijne banden verbreken en zijn touwen van ons werpen !"
Reeds de eerste generatie van Gereformeerde Studenten aan onze openbare Universiteiten en Hoogescholen heeft gevoeld, dat daartegenover aaneensluiting plicht was, dat men elkander geestelijken steun had te bieden in den strijd, die als vanzelf ten gevolge van het leven in zulk een kring en het inademen van zulk een geest ontketend wordt in het hart van ieder, die iets van de heerlijkheid van het Gereformeerde belijden in eigen hart heeft ervaren.
Nadat dit reeds in de tweede helft der zeventiger jaren van de vorige eeuw aan mannen als Bavinck, Nieuwhuis en Lucasse voor oogen had gezweefd, werd zulk een Gereformeerde Studentenkring gevormd in 1886, toen de toenmaals Chr. Gereformeerde Studenten van Leiden en Amsterdam zich in de Unie „Hendrik de Cock" vereenigden. Toen werd voor het eerst de Gereformeerde vaan omhoog geheven en werd binnen den kring van hen, die aan onze openbare Universiteiten studeerden, de aandacht gevestigd op het feit, dat er onder die honderden ook enkelen waren, die met Da Costa overwegende bezwaren hadden tegen den geest der eeuw en met hem de taak der wetenschap achtten het na-, in-en doordenken van die gedachten door God Zelf in de Schepping neergelegd of in de geschiedenis der menschheid tot uiting gebracht.
Sindsdien is die kring steeds grooter geworden. De eenheden zijn geworden tot tientallen en deze zijn tot honderdtallen uitgegroeid. Na Leiden en Amsterdam waren 't eerst Utrecht en Groningen, daarna ook Delft, Rotterdam en Wageningen, die hun Gereformeerde Studentenkringen vormden. Zoo werd de organisatie steeds grooter, welke straks den niet meer uitsluitend kerkelijk klinkenden naam „Unie van Gereformeerde Studenten aan openbare Universiteiten en Hoogescholen" aannam en daarbij overeenkomstig het Gereformeerde belijden tot wapenspreuk koos : „Vrijheid uit Waarheid", samenvatting van het Woord des Heeren Jezus : „Indien dan de waarheid u zal hebben vrijgemaakt, zoo zult gij waarlijk vrij zijn."
Rijke en gezegende invloed is reeds voor veler leven van deze Unie, die naar haar Latijnschen naam Societas Studiosorum Reformatorum zich gewoonlijk voorstelt als S.S.R., uitgegaan. Velen hebben voor eigen geestelijk bewustzijn de vruchten geplukt van het verkeeren in een kring van gelijkgezinden, die gelijksoortigen strijd hadden door te maken en daarom de vragen begrepen, die in het hart rezen en om antwoord riepen. In disputen, waar wetenschappelijke vragen werden behandeld en getracht werd daarover het licht van het Gereformeerd belijden te doen opgaan, en in bijbelkringen, waar onder beproefde leiding voedsel voor eigen hart en leven was gezocht in het Woord des Heeren, heeft menig lid van S.S.R. het verbroken evenwicht hervonden en de rust der ziel herwonnen. Ook zijn banden voor het leven gelegd in vertrouwelijken en gezelligen omgang, op avonden van lied en zang, van vroolijkheid en jolijt, wanneer de boeken werden terzijde gelegd en de jeugdige kracht in gullen lach en soms ondeugende scherts zich uitte.
En in de laatste jaren hebben de ouderen, die eertijds aan de vaan van S.S.R. hadden trouw gezworen, zich vereenigd en zich bereid verklaard de vruchten van hun diepere studie en rijpere levenservaring ter beschikking der jongeren te stellen en gedurende de wintermaanden in de verschillende afdeelingen besprekingen te komen houden over door de leden opgegeven onderwerpen.
Want ouderen en jongeren hebben het verstaan : We hebben niet zoozeer behoefte aan Christelijke geneesheeren, advocaten, leeraren, ingenieurs en landbouwkundigen, als wel aan Christen-geneesheeren, Christen-advocaten, Christen-leeraren. We moeten mannen hebben, die over het terrein hunner wetenschap het licht doen opgaan over het Christelijke, het Gereformeerd belijden; die de daar oprijzende problemen bezien uit den gezichtshoek der Gereformeerde levens-en wereldbeschouwing. Aan dualisten heeft ons Gereformeerd volk niets. Een man, die voor zijn wetenschappelijk denken zich door gansch andere beginselen leiden laat als voor zijn zieleleven, is de tweeheid zonder kracht en leven. En onze God schiep ons als geestelijke eenlieden. Hoofd en hart moeten door eenzelfde levenskracht worden voortgestuwd, door eenzelfde licht worden beschenen, door eenzelfden geest worden bezield. Ons Gereformeerde volk heeft mannen noodig uit één stuk, die in de worstelingen van het gebedsleven en in de onderzoekingen op de studeerkamer van zijn leven een eenheid heeft weten te maken en die in zijn gansche levensopenbaring met beide voeten blijkt te staan op het breede levensterrein van de Gereformeerde conceptie.
Daartoe kan en wil de Unie S.S.R. medewerken ; daartoe heeft ze reeds sinds jaren medegewerkt en menig Gereformeerd voorman dankt God, dat hij in zijn studententijd plaats gezocht en gevonden heeft in den kring van S.S.R., die niet kerkelijk Gereformeerd is, die dat ook niet zijn wil, maar die boven den kerkelijken scheidsmuur 't vaandel fier en frank wapperen laat, het vaandiel van het Gereformeerd belijden, waar door de vrijmakende waarheid kan gegrepen worden als levensrealiteit, die hemellicht stralen doet over het levenspad en hemelkracht doet ingaan in de vaak moegestreden menschenziel.
Wie Gereformeerd is, wie Gereformeerd zijn wil, hij zoeke, wanneer hij zich voor het eerst of bij vernieuwing laat inschrijven als student aan een onzer openbare Universiteiten of Hoogescholen, een plaats binnen den kring der Unie S.S.R. Hij kan er zeker van zijn, dat daardoor onder den zegen onzes Gods en ook hem wachtende strijd zal worden verlicht, dat daardoor ook zijn krachten zullen worden gestaald en dat in dien weg ook de gebeden zijner ouders zullen worden verhoord, die zeker voor dit kind bidden, dat God hem beware voor den Booze !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 1924
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's