De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

7 minuten leestijd

Een eeresaluut.
Een van de mededeelingen uit de troonrede, die om haar groote beteekeis voor land en volk de bijzondere aanacht heeft getrokken, is de passus uit het Staatsstuk, waarin gezegd wordt:
„Het vooruitzicht is gewettigd, dat, indien ook de thans bij de Staten-Generaal aanhangige maatregelen van financiëelen aard zullen zijn tot stand gekomen, de gewone uitgaven en inkomsten voor het dienstjaar 1925 in evenwicht zullen zijn".
Met deze maatregelen worden bedoeld, het ontwerp tot vaststelling eener nieuwe tariefwet en het ontwerp tot verhooging van den
accijns op tabak.
Het liberale Haagsche orgaan „Het Vaderland" schrijft over deze mededeeling in zijn overzicht over de Troonrede :
„Het „schip van Staat" heeft weer een loods aan boord, die het tusschen de rotsen der financiëele ontreddering naar rustiger water heeft weten te koersen".
En iets verder:
„Dit — het sluitend budget — te hebben verkregen zal waarschijnlijk eerst in de toekomst ten volle worden gewaardeerd en in zijn beteekenis erkend. Reeds nu kunnen we dankbaar de goede gevolgen opmerken van het wedergekeerd vertrouwen in de financiëele leiding van ons land".
Dit eeresaluut door het liberale dagblad aan Minister Colijn gebracht, is zeker verdiend. Want — en dit mag niet worden voorbij gezien — het in evenwicht komen van de gewone uitgaven en inkomsten is niet alleen van beteekenis voor onze financiëele positie naar het buitenland, maar beheerscht ook de groote geestelijke en stoffelijke belangen in eigen land.

Wijziging in het belastingstelsel.
De regeering hoopt door het voeren van een voorzichtig financieel beleid twee dingen te bereiken.
In de eerste plaats het sluitend maken van de begrooting, wat haar blijkens de becijfering in de Nota, betreffende den toestand van 's Lands financiën, voor 't dienstjaar 1925 zonder groote tegenvallers zal gelukken.
En in de tweede plaats stelt het Kabinet als een onafwijsbare eisch, dat tot verlaging van sommige voor de volkswelvaart al te drukkende heffingen wordt gekomen.
Hoe deze heffingen in de laatste jaren zijn verzwaard, kan blijken uit hetgeen in de jaren 1910 en 1921 per hoofd van de bevolking aan den fiscus werd betaald.
In eerstgenoemd jaar werd aan belastingen voor Rijk, provincie en gemeente opgebracht ƒ 33.24, terwijl in laatstgenoemd jaar dit cijfer tot ƒ 139.20 was gestegen, dus meer dan verviervoudigd.
Twee middelen wil nu de Minister van Financiën aanwenden om den druk der publieke lasten te verlichten.
Vooreerst door het cijfer der uitgaven van den Staatsdienst, dat in verhouding tot de draagkracht der bevolking nog véél te hoog is, naar beneden te brengen.
En verder naar eene betere verdeeling te streven tusschen de directe en indirecte belastingen.
Gaan in die richting al de nieuwe tariefwet en de verhooging van den accijns op de tabak ; in aansluiting daaraan is de regeering voornemens de indiening van een ontwerp tot heffing eener : belasting op weelde-verteringen te bevorderen ; eene heffing, zooals men die sinds jaren al in 't buitenland vindt.
Alles bij elkander genomen zal het dus komen tot een meer rationeele wijziging in het belastingstelsel.
Dat daarmee betere voorwaarden voor den opbloei van ons economisch leven worden verkregen, zal moeilijk kunnen worden ontkend.
Kan Minister Colijn zijn plannen door voeren, dan zal hij met zijn wijziging in het belastingstelsel ons volk een grooten dienst bewijzen.

in afwachting.
In het nummer van ons blad van 18 Juli maakten wij een opmerking naar aanleiding van een noot, die wij in „De Saambinder", het orgaan van ds. Kersten, vonden bij een meditatie over het Heilig Avondmaal.
Wat wij daarvan onder het hoofd : „Niet de juiste plaats" schreven, staat ds. Kersten niet aan.
Vandaar dat onze redactie van hem een ingezonden stuk ter plaatsing ontving.
Nu zullen wij gaarne aan het verzoek van ds. Kersten, om zijne bedenkingen tegen ons artikel in „De Waarheidsvriend" op te nemen, voldoen.
Maar daaraan zal eerst iets moeten voorafgaan, nl. dat de redacteur van „De Saambinder" vooraf ons artikel in zijn geheel onder de aandacht van zijne lezers brengt.
Dan kunnen dezen ook oordeelen over hetgeen wij precies schreven. De bedenkingen, die van weerszijden gehoord worden, loopen dan niet langs elkander heen.
Wij wachten dus nader af.

Haast ongeloofelijk.
In „De Standaard" van Maandag j.l. lezen wij onderstaand bericht:
Steenlegging Julianakerk.
Zooals we reeds meldden, had Zaterdagmiddag onder enorme belangstelling te 'sGravenhage door H.K.H. Prinses Juliana de plaatsing van een gedenksteen in de in aanbouw zijnde Prinses Julianakerk aldaar plaats.
Zeer tot onzen spijt kunnen we van de plechtigheid igeen verslag geven, want onze verslaggever werd met dien van de „Nieuwe Haagsche Crt." van het terrein verwijderd, aangezien, zoo deelde hun de heer G. Goossen, secretaris van den-een-uur-loonbond, mede, „De Standaard" en „N. Haagsche Crt." „geen Hervormde dagbladen" waren, wat door den voor zitter van dien bond, ds. D. A. van den Bosch, bevestigd werd. Om dezelfde redenen was „De Nederlander" wel toegelaten.
Dit bericht lijkt ons haast ongeloofelijk en wij vragen ons af, of de zaak, waarover het hier gaat, zich zoo wel heeft toegedragen.
Is het bericht juist, waarvan wij vooralsnog niet de waarheid aannemen, dan zouden wij de handelwijze van het bestuur van den een-uur-loon-bond als kleinzielig willen kwalificeeren.
Wij hopen van harte, dit woord te kunnen terugnemen.
Maar wat ons verder in het bericht treft, is het oordeel, dat het bestuur geeft over : „Standaard", „N. Haagsche Courant" en „Nederlander".
De eerste twee dagbladen zouden géén Hervormde bladen zijn, „De Nederlander" wèl.
Doch hoe hebben we het nu ? Immers noch „De Standaard", noch „De Nieuwe Haagsche Courant", noch „De Nederlander" zijn kerkelijke bladen. Het laatste blad schrijft aan den kop van het orgaan : „Dagblad tot verbreiding van de Christelijk Historische beginselen".
Was het de bedoeling van het bestuur van den een-uur-loon-bond om bij hare afwijzing te doen uitkomen dat "De Standaard" en „De Nieuwe Haagsche Courant" niet in „De Nederlander" wèl door Hervormden gelezen worden, dan zal het zich beter op de hoogte hebben te stellen, want zijn wij goed ingelicht, dan behoort de meerderheid van de lezers b.v. van „De Nieuwe Haagsche Courant" tot de Hervormden. En dezen lezen maar voor een klein gedeelte „De Nederlander".
Mogen nu ook deze lezers van „de Nieuwe Haagsche Courant" en ook de vele Hervormden, die "De Standaard" lezen, geen belang stellen in hetgeen bij de steenlegging van de Juliana-kerk heeft plaats gehad ?
En zoo ja, waarom niet ? Is het soms de bedoeling, dat zij zich voortaan" op „De Nederlander" abonneeren ?
Wij hopen, dat de Hervormden, die trouw. "De Nieuwe Haagsche Courant" en „De Standaard" lezen, ook ondanks dat het bestuur van den een-uur-loonbond het niet gewenscht achtte dat zij in de „steenlegging" belang stelden, toch hunne gaven aan de Juliana-kerk niet zullen onthouden.
Meer licht, ook in het belang van den „kerkbouw", is hier zeker wel gewenscht.

De pot en de ketel.
Onlangs vestigde Staat en Kerk, het orgaan van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij, in een artikeltje onder het motto : „Hoe Rome aan het geld komt", de aandacht op een Roomsch blaadje: „de Missie-girodienst", waarin stond geschreven :
Bezoekers dezer tentoonstelling worden verzocht alle geld, dat zij bij zich dragen, te storten in de groote bus van den Missie-Giro-dienst. Sint Petrus houdt aanteekening er van. Even soliede bewaring als bij den Postcheque- en, Girodienst. Terug te bekomen met 1000% interest hiernamaals.
Het Tentoonstellingscomité.
Natuurlijk keuren ook wij dergelijk geschrijf met alle kracht die in ons is af en protesteeren met nadruk tegen dergelijk profaan gedoe.
Maar als dan Staat en Kerk met weerzin de aandacht vestigt op de wijze waarop Rome den menschen het geld uit den zak klopt, is er dan niet iets waars van de geschiedenis van „de pot en de ketel", als in hetzelfde nummer van het orgaan de penningmeester van de partij ten behoeve van de kas der partij gelden vraagt met de menschen vrees aan te jagen voor het Roomsche gevaar, waar naar de meening van dien penningmeester „de vlammen uitslaan" ?
Wij zouden willen vragen : ligt in dit verzamelen van giften voor de partijkas ok geen speculeeren op het gevoel van de menschen en klopt men hen op die manier ook het het geld uit den zak, dat ze anders zoo vlot niet zouden offeren ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 september 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's