De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Financiën.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Financiën.

6 minuten leestijd

Wij gaan eerst eens een zaak, die krom en scheef is, recht zetten.
In het vorig nummer staat te lezen in „Financiën" over de intrede van ds. Luteijn te Goudriaan : dat deze ledige plaats vervuld werd door iemand, die de Gereformeerde Waarheid aldaar in de kracht des Heeren hoopt te brengen. Dit verheugde ons ten zeerste. Vooral daar te Goudriaan deze Waarheid op den kansel nog niet werd vernomen.
Dit had ik geschreven naar aanleiding van een brief, die mij uit G. was gezonden. In hetzelfde nummer lees ik onder de kerkelijke berichten over diezelfde gebeurtenis, dat aan het einde van de godsdienstoefening de nieuwe leeraar werd toegesproken o.a. door
ds. G. Alers, vorig predikant der gemeente Goudriaan.
Mool zoo ! dacht ik. Dat klopt ook netjes ! De Gereformeerde Waarheid nog nooit op den kansel vernomen — — ds. Alers, vorig predikant der gemeente. En deze ds. Alers is lid van den Bond, een goed Gereformeerd predikant en een, die zijn Gereformeerde gezindheid heusch niet onder stoelen of banken steekt.
Nu, dacht ik, daar zal onze vriend ds. Alers ook niet erg door gesticht zijn. Dat kon ik begrijpen. De zaak zal zijn, dat mijn berichtgever niet voldoende op de hoogte was en mij daardoor verkeerd inlichtte.
Ik haast mij dan ook deze zaak weer recht te zetten, met beleefd verzoek om excuus voor de gemaakte fout. Aan de reputatie van onzen ds. Alers zal 't wel geen schade gedaan hebben, daar de beginselen van Z.Eerw. in deze genoegzaam bekend en onverdacht zijn.
Zie zoo, dat is klaar.
Nu hebben, we nóg een zaak recht te zetten, maar dat kan ik niet alleen.; daar moet ge allen aan helpen. Ja, dat is een veel lastiger zaakje. Misschien begrijpt ge het al. 't Geldt onze hoofdverzamelaarster mejuffr. Den Hartqg. Ik was al blij dat ik niets hoorde. Ik dacht: dan houd ik mij ook muisstil en zeg niets. Geen tijding, goede tijding. Maar neen hoor. Een brief.
Nou, luister maar eens.
Waarde Penningmeester.
Toen ik voor eenige jaren op uw verzoek de plaats innam van juffr. Verbeek als hoofdverzamelaarster van postzegels enz., beliep tot dien tijd het bedrag der inkomsten ongeveer ƒ200.00.
Ik meen, dat juist op dien tijd de oorlog uitbrak, welke van zoodanigen invloed was op de prijzen en het aantal pakjes dat inkwam, dat dit bedrag ineens gedaald is tot ƒ 100.00. Dit was voor mij nu wel niet opwekkend, maar ik heb er mij toch steeds in verblijd, dat ik ook, zij het dan in geringer mate als mijn voorgangster, door de hulp van zoovelen heb mogen bijdragen aan de verstertking van uw kas, die voor een zoo heerlijk doel als de verbreiding der Gereformeerde Waarheid in onze Hervormde Kerk bestemd is en waarvan wij reeds nu de resultaten mogen zien in de vervuilling van verschillende vacaturen door leeraren die de Gereformeerde Waarheid zijn toegedaan, voor welke opleiding het Studiefonds een krachtige steun is geweest.
Dat is een resultaat, waarvoor wij den Heere niet dankbaar genoeg kunnen zijn. Van harte verblijdden wij er ons dan ook over, als wij uit uw verslag op de jaarvergadering mochten hooren, dat uw inkomsten er niet op achteruit gingen en dat in den loop van uw penningmeesterschap het immer „hooger" Excelsior ! was.
Geve de Heere, dat wij ook ditmaal op de jaarvergadering dienzelfden juich toon van u, penningmeester, mogen vernemen.
"In vergelijking van uw groote en immer stijgende inkomsten is het zaakje, dat door mij, naar mijn bescheiden krachten, wordt behartigd, zoo klein, dat het nauwelijks genoemd mag worden. Maar hoe klein ook, het heeft tooh de liefde van mijn hart en de arbeid die er aan besteed wordt en er voor noodig is, is niet zoo klein, als door velen gedacht wordt.
Als ik nu zoo van u het „steeds hooger" mocht vernemen, dan komt er onwillekeurig wel eens in mij op : Bij den penningmeester is het steeds hooger en bij mij is het steeds hetzelfde.
Hoe gaarne zou ik ook eens zien, dat ik kon spreken van hooger !
Zoo'n wensch mag ik toch uitspreken, niet waar, penningmeester ?
Welnu, daar is ditmaal het oogenblik zeer gunstig voor. Vorig jaar had ik op dezen tijd in kas ƒ 60.00. Er is toen met vereende krachten en door de trouwe hulp van zoovelen ƒ 40.00 in 6 weken bijgekomen en wij haalden gelukkig de 100 gulden weer. Nu heb ik in kas ƒ 80.00. De gelegenheid om nu ook eens „hooger" te komen is er thans. Ik wil geen te groote sprongen maken en heb mij voorgesteld en dat zou mij zeer bemoedigen om, als het kon, elk jaar met f 25.00 te klimmen en zoodoende weer aan ƒ 200.00 te komen. Dan zou er voor dit jaar vóór 1 December nog ƒ45.00 moeten inkomen. Gezien op wat in vorige jaren in October en November door zoovelen is gedaan, die mij niet alleen pakjes zonden, maar waar ik toenmale groote verrassingen in mocht vinden, heb ik goeden moed dat deze bescheiden wensch vervuld zal worden.
De tijd is kort. Nog slechts zes weken en wij hebben 1 December.
Komt dan, nu allen aan het werk, en van u, onzen penningmeester, verwacht ik een krachtige aanbeveling.
Met vriendelijke groeten.
Mej. J. DEN HARTOG.
Maliebaan 70a, Utrecht.

Kranig ! Wat kan ze tooh schrijven. Zoo'n brief is af. Daar kan je niets meer aan toevoegen. Al wat ik er nog zou willen bijschrijven zou de zaak maar bederven. Het beste zal wezen dat ik maar eens op zolder ga zien of ik daar niet een paar oude koperen waterkranen heb, die ik toch niet gebruik en een eind looden pijp, of eens met mijn vrouw praat of ze nog niet in een hoekje van haar privékastje, waar ik nooit in mag kijken, iets van goud of zilver heeft, om dat met mijn verzamelde postzegels en zilverpapier in te pakken en weg te sturen. Als wij dat nu allen doen en als het lijden kan nog een extraatje er bij, dan komt ze er wel. Want u zult het met mij instemmen : die f 45.00 moet er komen ! Ontvangen :
Lexmond, door ds. S. Goverts ƒ 0.50, gevonden in de kerkcollecte voor de fondsen.
Utrecht, door ds. Martens van Sevenhoven ontvangen van een bruidspaar V. H.—v. S. „als dankoffer" ƒ10 voor het Studiefonds en ƒ 5.— voor den Gereformeerden Zendingsbond.
Kampen, door E. Roest, penningm. van „Uw Woord is de Waarheid". ƒ 1L50 voor het Studiefonds van de Zondagsschool op Gereform. grondslag.
Gorinchem, door A. F. Kentie ƒ5.25 van contributie der leden na aftrek der 25 pet.
Afgeloopen !
Verder heb ik nog mede te deelen dat er deze week een busje is geplaatst te Vianen. Dat is no. 7 van de 12. Het gaat wel langzaam, maar het gaat toch. Wie zal er deze week aan de beurt zijn ? Ho ! niet allemaal tegelijk ! Dan kan ik het niet bijhouden !
Met hartelijken dank.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Arnhem, Parkstraat 6.
Correspondentie.
Vlissingen. Ik heb uw briefkaart aan ds. Jongebreur opgezonden. Misschien kan die u helpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Financiën.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's