De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Feuilleton.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Feuilleton.

GEVEN.

5 minuten leestijd

EEN EPISODE UIT GELLERTS LEVEN. 

De prins drukte hem zelf bewogen de hand en zeide dan om aan dé dankbetuigingen een eind te maken : mijn plichten roepen mij nu elders. Het ga u goed en God spare ons nog lang uw dierbaar leven. Ik hoop dat het paardje er toe bij mag dragen ! Hij boog en begaf zich naar het aan­grenzende vertrek.
Gellert had eenige oogenblikken noodig om tot zichzelf te komen, terwijl trad de adjudant binnen.
Ziet u, waarde heer professor, een koninklijke prins mag zich niet door een dorpsschout laten overtreffen.
Gellert staarde hem aan zonder het te begrijpen.
Vanwaar weet Zijne Koninklijke Hoogheid dit alles ? vroeg hij verward.
De adjudant glimlachte. Prinsen weten wel niet alles, zeide hij, zich vermakend over Gellerts verlegenheid, maar dikwijls meer dan andere menschen.
Breek u zich daarover maar niet het hoofd en gebruik u 's prinsen geschenk zooveel mogelijk. Ik hoop dat het uw gezondheid goed zal doen.
Gellert begreep den wenk dat het tijd werd om te vertrekken. Hij verzocht den adjudant, om den prins nogmaals zijn diep gevoelden dank te willen overbrengen en deze begeleidde hem tot aan de deur.
Raadsel na raadsel deed er zich voor. Het leek wel of er een geheimzinnige toovermacht werkte in alles wat hij sinds drie dagen beleefd had. Soms scheen het hem een droom te zijn ; maar toen hij bij zijn woning aankwam, werkten de houthakkers nog vlijtig aan het hout en voor de deur hield een rijknecht des prinsen stil met een prachtig gezadeld en opgetuigd ros.
Er gebeuren teekenen en wonderen, mijnheer de professor ! Met dezen uitroep ontving hem zijn hospita. Gisteren dat prachtige hout dat onder de bijlen der houthakkers nog schijnt aan te groeien en vandaag dit koninklijk ros ! Waar moet dat heen ?
Nou, nou, lachte Gellert wees u maar bedaard, de boomen groeien nog niet in den hemel !
Tegen den avond zat Gellert op zijn kamer. Hij had de houthakkers betaald en hield nog veel geld over, hij had het mooiste paard dat men wenschen kon en zijn ziel was vervuld met innigen dank aan God. Toen greep hij zijn pen en schreef het volgende lied neer :
O, goedheid Gods ! nooit recht geprezen ! Heet hij een mensch, dien gij niet treft ? Hoe snood ondankbaar moet hij wezen. Die 't hart niet vroolijk tot U heft ! Neen ! alles aan God dank te weten Zij steeds mijn plicht, mijn werk, mijn lied ! De Heer heeft nimmer mij vergeten ; Vergeet, mijn ziel ! den Heer ook niet!
Wie wou mij wonderbaar bereiden ? Die God, die mij niet noodig heeft. Wie wou mij zoo geduldig leiden ? Hij, Wien mijn hart zoo vaak weerstreeft. Wie sterkt in mijn gemoed den vrede, Wie schoort mijn geest met nieuwe kracht. Wie deelt mij zooveel zegen mede ? Is, 't niet Zijn arm, zoo sterk van macht ?
Sla 't oog, mijn ziel ! op 't ander leven Uw toegewezen erfenis, Waar gij, met heerlijkheid omgeven, God eeuwig ziet, gelijk Hij is. Die hoop mag u met recht verblijden, 't Is u ten duren prijs gekocht : Want daarom moest de Christus lijden. Opdat gij zalig worden mocht.
En dezen God zou ik niet eeren, Ik zou Zijn goedheid niet verstaan ? Hij zou mij raden, ik niet leeren ? Den weg dien Hij mij wijst niet gaan ? Zijn wil bestier' mijn hart en zinnen. Zijn woord blijv' mij bestendig bij ! God moet ik boven alles minnen. En mijnen naaste, zooals mij.
Dit is mijn dank, dit Zijn behagen, Ik moet volkomen zijn als Hij ; Mag ik mij naar dit doel gedragen. Dan prijkt Zijn heerlijk toeeld in mij : Leeft Zijne liefd' in mijne ziele. Zij leert mij doen, wat Hij gebiedt. En schoon ik vaak uit zwakheid viele, Toch heerscht in mij de zonde niet.
Dat Uwe zorg en trouwe hoede, Mijn God ! mij steeds voor oogen zij ! Die sterke mij gestaag in 't goede, Dat ik U heel mijn leven wij' ! Die lelde mij in blijde dagen, Die trooste mij in tijd van nood. En leer' mij zonder schrik verdragen Het aaklig denkbeeld van den dood !
Toen hij op deze wijze aan zijn gevoelens lucht had gegeven en juist met het lied klaar was, trad de dokter binnen.
Alweer een lied ? riep hij uit, terwijl hij op de tafel afstevende, waarop hij het manuscript van het lied : Ik heb in goede tijden enz. neerlegde.
Inderdaad, zeide Gellert lachend, een lade van zijn schrijftafel uittrekkend, waarin hij het in veiligheid bracht. U zult het niet weer in handen krijgen, dokter, want ik weet niet wat u allemaal met dat andere lied uitgehaald hebt ?
De dokter zat te schudden van het lachen toen Gellert hem alles vertelde wat met betrekking tot dat lied gebeurd was. Maar nu moet u mij toch eens uitleggen, hoe dat alles in elkaar zit ! zei Gellert toen hij zijn verhaal geëindigd had.
De dokter keek hem eenige oogenblikken zwijgend aan en op zijn gelaat weerspiegelde zich een innerlijke vreugde.
Wat ik gedaan heb is niets, zeide hij tenslotte. God heeft op uw lied een zegen gelegd waarvan u de gevolgen gezien hebt. Dat is alles. Dure recepten kaft ik wel voorschrijven, mijn waarde, maar ik beken dat de apotheker ze niet verschaffen, kan. Ditmaal heeft de Heere God ze zelf verschaft zonder dat ik er iets van vermoedde. Hem zij de eer ! En met deze woorden haastte hij zich de deur uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Feuilleton.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's