De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eenvoudige Bijbellezing

5 minuten leestijd

30 De diakenen insgelijks moeten eerbaar zijin, niet tweetongig. niet die zich tot veel wijns begeven, geen vuilgewinzoekers. 1 Tim. 3 vers 8.

1 Timotheüs.
Aangaande de diakenen. Tot nog toe heeft de apostel het over de ouderlingen of liever over de opzieners, de presbyters gehad. Afzonderlijk wil hij nog iets van de diakenen zeggen. Ook zij bekleeden een gewichtig ambt. Een ambt, dat wel niet op één lijn staat met dat der opzieners, maar dat toch door de Heilige Schrift daarmede in nauw verband geplaatst wordt. Dit blijkt ook uit de godsdienstige en zedelijke vereischten die voor opziener en diaken, volgens Paulus, vrijwel gelijk zijn. Alleen wordt niet gezegd dat de diakenen bekwaam moeten zijn om te leeren.
Ieder weet, dat in Handelingen 6 van de instelling van het diaken-ambt gesproken wordt. Er bestond reeds een dagelijksche bediening, een dagelijksche diakonia. Dit laatste is het Grieksche woord waarvan wij het woord diaken hebben. Eigenlijk is elke christen, naar de Schrift, een dienstknecht van Christus en een diakonos voor zijn medechristen. Volgens 1 Cor. 12 vers 5 zijn er vele bedieningen. En dan wordt weer hetzelfde woord gebruikt, waarvan het woord diaken is afgeleid. Door bedieing wordt dan verstaan alles waarin wij tot zegen voor onzen naaste zijn, overal de bediening des Woords. Alle geloovigen zijn dus aangewezen om diakenen en diakonessen voor elkander te zijn. Dit is de breede zin van het woord diaconia.
Volgens Handelingen 6 wordt nu de dienst der barmhartigheid bijzonder met dat woord aangeduid. Door die dagelijksche bediening die er reeds bestond, werden blijkbaar de weduwen van de Grieksche christenen overgeslagen. Die dagelijksche bediening werd uitgeoefend door enkele personen, die daarin lust hadden. Wij zouden zeggen : een particuliere liefdadigheid. Dat kon echter zoo niet langer geschieden. Die particuliere liefdadigheid verliep in éénzijdigheid. De apostelen maakten hieraan een einde. Zij brachten regel in het uitoefenen van liefdadigheid door de instelling van een bijzonder ambt. De diakonia werd nu een dienst van barmhartigheid, opgedragen aan zeven mannen. Waarom werden er juist zeven mannen te Jeruzalem verkozen? Misschien omdat de gemeente in zeven vergaderplaatsen samenkwam. In elk van deze was een diaken noodig.
Er staat toch dat de diakenen de tafelen moesten dienen. Versta wel, dit was niet iets dat zij er bovendien nog hij moesten doen. Neen, dit was hun eigenlijke werk. Met die tafelen worden de tafelen des Heeren verstaan. In elke vergaderplaats der gemeente was er een of waren er meer tafels, waaraan men aanzat om als leden der gemeente het liefdemaal of het Avondmaal te gebruiken. Op die tafels legde men dan ook zijn gave neer, zoo maar open en bloot. Geld of meer nog naturalia, voedsel en kleedingstukken. Die gaven liet men liggen. Waarschijnlijk hebben, vóór de instelling van het diaken-ambt, die enkele personen die dat gaarne wilden doen, na het eindigen van de samenkomst de gaven verzameld om die uit te deelen. Voortaan moesten de diakenen dat doen. Men begrijpt dus dat het bedienen der tafelen de bron was van de inkomsten der diakenen. Daarvan zal onder ons nog overgebleven zijn, dat er op de tafel van het Avondmaal een busje of iets dergelijks is geplaatst, waarin men zijn gave kan werpen. Ach, ach ! als de diakenen het daarvan alleen hebben moesten. De tafel des Heeren zou de weduwen van honger doen omkomen. Als de Kerkvoogdij zich die gaven toeeigent, Omdat zij den wijn geeft, is dit tegen den zin der Schrift. Die gaven behooren bij het dienen der tafelen en zijn alleen voor de armen. Ondertusschen zegt ons deze bediening der tafelen, die aan de diakenen werd opgedragen, dat men geen enkel bezwaar mag hebben tegen het collecteeren met open schalen. De gaven voor de diakenen werden op de tafel gelegd, zoodat ieder dat zien kon. Ik geloof dat er wel al te gretig gebruik gemaakt is van het woord : laat uwe linkerhand niet weten, wat uwe rechter doet. De Heere Jezus sprak van de geveinsden, die grooten ophef ma_akten van de aalmoezen die zij gaven, om, van de menschen geëerd te worden. Daartegen waarschuwt de Heiland. Hij zegt : doe dat niet ; maak er niet zooveel drukte van ; geef uw gaven en daar mede uit ! Maar zie, nu heeft men dien tekst aangegrepen om met zakjes te gaan collecteeren en met veel deftigheid zwaait men de lange stokken door de samenkomst der gemeente. Maar waar haalt men het vandaan, dat het zóó moet geschieden ? Ja, het zou dan moeten dienen om te verbergen het vele dat men geeft ! Maar ach, 't is meestal geworden een verbergen van het schrikkelijk weinige, dat men voor de zaak des Heeren over heeft. Het móét ook niet zijn een dienst van gesloten zakjes, maar een dienst der tafelen, of iets dat volkomen in dezelfde lijn geschiedt. Op die wijze laat men niet voor zich trompetten. Dan gebeurt het juist zooals de Heiland het wil. Dan wordt er geen drukte van gemaakt om van de menschen geprezen te worden. Maar de Heiland wil niet zeggen dat niemand weten mag wat ik geef. Waarlijk, wat in Matth. 6 vers 3 staat vindt zijn toepassing in het werk der diakenen, het dienen der tafelen. Die tafels waren de tafels des Heeren. Wat er op neergelegd werd, behoorde den Heere toe. Men sprak daardoor uit: alles wat ik heb, is van U, o Heere, van U, Die mij Uw reddende liefde bewees. Men sprak aldus openlijk uit, wat men aan den Heere te danken had ; men legde daarom ook zijn gave open en bloot. Zóó alleen kan h het geschieden met de goede ; gezindheid des harten....... Gij zoudt eens zien, als het weer eens een „dienen der tafelen" mocht worden in de gemeente, hoe het met den dienst der barmhartigheid in zijn breeden zin heel wat beter zou gesteld zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Eenvoudige Bijbellezing

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 oktober 1924

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's